Naar hoofdinhoud
In deze stap wordt het gebied waar de PFAS-bodemkwaliteitskaart voor wordt opgesteld, ingedeeld in homogene deelgebieden. Binnen een homogeen deelgebied wordt een vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit verwacht. De indeling van homogene deelgebieden voor PFAS wijkt af van de indeling die voor ’reguliere’ stoffen is gehanteerd. Bij reguliere stoffen zijn onder andee bodemtype en bodem-gebruik onderscheidend, terwijl bij PFAS andere onderscheidende kenmerken een rol spelen (wel/geen bovengrond, landbodem/waterbodem2 Betreft uiterwaarden van de Maas). Verspreiding van PFAS heeft vooral plaatsgevonden via atmosferische depositie (droge en natte neerslag van (stof)deeltjes en stoffen uit de atmosfeer) en via de Maas door de afzet van PFAS-verontreinigd slib in hoogwatersituaties. Dit betekent dat de hoogste PFAS- gehalten enerzijds in de bovengrond worden verwacht en anderzijds in de gebieden die overstroomd zijn of worden door de Maas. Laatstgenoemde gebieden betreffen het water- bodemgedeelte van het plangebied (parallel aan de Maas en de Oude Maasarm (OMA)). Het gebied in de Oude Maasarm is sinds de aanleg van de nooddijken in 1997 niet meer overstroomd. Op basis van bovenstaande wordt uitgegaan van de volgende deelgebieden (zie bijlage 4): Landbodem (bg): bovengrond (0,0-0,5 m -mv) van landbodem. WaboMaas (bg): bovengrond (0,0-0,5 m -mv) van de waterbodem, parallel aan de Maas. OMA (bg): bovengrond (0,0-0,5 m -mv) waterbodem van de oude Maasarm. Ondergrond (og): ondergrond van de land- en waterbodem (> 0,5 m -mv), niet verdacht voor diffuse belasting met PFAS. De definitieve deelgebieden worden bepaald op basis van de statistische analyse van de meetdata. Dit kan ertoe leiden dat deelgebieden kunnen worden samengevoegd of dat deelgebieden dienen te worden opgesplitst.

Rechtspraak bij dit artikel