Er is per bodemkwaliteitszone geëvalueerd of het aantal meetgegevens toereikend is om de bodemkwaliteit voldoende nauwkeurig te kunnen vaststellen. In paragraaf 2.2.2 van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven, dat per bodemkwaliteitszone minimaal
20 meetgegevens verzameld moeten worden. Bovendien dienen de gegevens ruimtelijk voldoende gelijkmatig over de deelgebieden te zijn verdeeld.
Tabel 3.2 geeft een overzicht van het aantal waarnemingen per deelgebied. Uit de tabel blijkt dat in elk deelgebied wordt voldaan aan de minimumeis.
Tabel 3.2Aantal waarnemingen per deelgebied Deelgebied
Deelgebied
Aantal PFAS-analyses
Bovengrond
Landbodem
21
OMA
23
WaboMaas
22
Ondergrond
25
Uit bijlage 6 waarin de locaties van de boringen op kaart zijn weergegeven, blijkt dat de waarnemingen voldoende ruimtelijk verspreid over de deelgebieden liggen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4.1