Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Bijzondere verplichtingen van de subsidieontvanger

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Den Haag 2020

1. . Het college kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht. 2. . Het college kan de subsidieontvanger verplichten om tussentijds verantwoording af te leggen over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven. 3. . Het college kan aan de subsidieontvanger ook andere subsidieverplichtingen opleggen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verplichtingen strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 4. . Het college kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen ter bevordering van: social return bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; duurzaamheid bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; inclusie; diversiteit; de toegankelijkheid van de gesubsidieerde activiteiten voor mensen met een beperking. 5. . Naast de verplichtingen uit het vorige lid, kan het college bij subsidieregeling ook andere verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze voorschriften betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel