De gemeente heeft een beginselplicht tot handhaven. De wet en regelgeving is hiervoor de basis en in dit gemeentelijk beleid wordt hier invulling aan gegeven. Goed handhaven betekent echter ook dat het college oog heeft voor de specifieke situatie van het geval. Individuele omstandigheden - verzwarend of verzachtend – kunnen van invloed zijn op het wel of juist niet geven van een maatregel nadat geconstateerd is dat een kwaliteitseis niet is nageleefd. Dat doet recht aan het feit dat niet alle situaties ‘standaard’ zijn. Handhaven is maatwerk.
Het inspectierapport van de GGD vormt in de regel de basis voor een handhavingstraject. Het uitgangspunt is het advies van de GGD in het inspectierapport te volgen. Het college is bevoegd om gemotiveerd af te wijken van dit advies.
6.2.1.Herstellend en/of bestraffend handhaven
Gemeente Roerdalen heeft de mogelijkheid om zowel herstellend als bestraffend te handhaven:
Herstellend betekent dat de gemeente de houder er toe aanzet de overtreding van een kwaliteitseis op te heffen en opgeheven te houden.
Bestraffend betekent dat de gemeente een bestuurlijke boete geeft voor bepaalde overtredingen.
Herstellend en bestraffend kan naast elkaar ingezet worden. In hoofdstuk 3.2 van deze beleidsregels is aangegeven dat wij de volgende visie hebben op handhaven: wanneer geconstateerd wordt dat een kwaliteitseis niet nageleefd wordt grijpen wij actief in met een handhavingsmaatregel. Feiten en omstandigheden waaronder de overtreding is begaan worden daarbij meegewogen. Het doel van het handhavend optreden is niet bestraffen, maar herstel van de overtreding(en). Mocht na het opleggen van de herstelmaatregel geen verbetering op treden, dan kunnen wij alsnog een bestuurlijke boete opleggen
6.2.2.Escalatieladder
In beginsel start een herstellend handhavingstraject met een aanwijzing met een hersteltermijn.
Na de hersteltermijn vindt een nader onderzoek plaats. Blijkt uit het nader onderzoek dat de kwaliteitseis(en) nog niet of niet volledig worden nageleefd en/of is er vrees voor herhaling van de overtreding(en), dan zal er een afweging plaatsvinden over een vervolgstap in de handhaving. Dit is doorgaans het opleggen van een last onder dwangsom.
Leidt ook deze stap niet tot (volledige) naleving dan zal wederom een afweging over een vervolgstap plaatsvinden. In dat geval ligt een verhoogde last onder dwangsom of een exploitatieverbod voor de hand. Het uiterste middel binnen een herstellend traject is het intrekken van de toestemming tot exploitatie.
Naast een herstellend traject kan er ook een bestraffend traject worden ingezet. Dit is een bestuurlijke boete. De boete kan opgelegd worden voor het overtreden van een bepaalde kwaliteitseis. Ook kan de boete opgelegd worden voor het niet opvolgen van een aanwijzing, een bevel of exploitatieverbod, het niet meewerken aan een vordering van de toezichthouder, illegale opvang of het niet tijdig doorgeven van een wijziging.
6.2.3.Handhavingsafwegingen
Om te komen tot de uiteindelijke beoordeling van de situatie en de in te zetten handhaving worden meerdere afwegingen gemaakt om te bepalen of en zo ja welke actie nodig is. Deze beoordeling van deze afwegingen kan leiden tot gemotiveerd afwijken van de reguliere escalatieladder.
Voor de herstellende handhaving zijn dit onder andere de volgende afwegingen:
Is er herstelaanbod geweest?
Wat is de aard van de overtreding?
Wat is de ernst van de overtreding?
Hoeveel overtredingen zijn er totaal?
Betreft het een herhaalde overtreding (recidive)?
Wat zijn de omstandigheden waaronder de overtreding begaan is?
Komt de overtreding voort uit economisch belang?
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.2.