Naar hoofdinhoud
Wij kunnen de volgende herstellende en bestraffende handhavingsmiddelen inzetten: Traject Handhavingsmiddel Informeel herstellend Overleg en Overreding (schriftelijke) Waarschuwing Formeel herstellend Aanwijzing Last onder dwangsom Last onder bestuursdwang Exploitatieverbod Intrekken toestemming tot exploitatie Formeel bestraffend Bestuurlijke boete Niet ieder middel is in iedere situatie geschikt om in te zetten. Wij kiezen altijd het meest passende middel. Hieronder volgt een toelichting op de diverse middelen die wij zullen inzetten. 6.3.1. De aanwijzing De aanwijzing wordt door ons doorgaans ingezet als eerste stap in het handhavingstraject. In een aanwijzing wordt aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder genomen moeten worden. Daarvoor krijgt de houder een hersteltermijn. Afhankelijk van de ernst en/of de gevolgen van de overtreding en de tijd die nodig is om de overtreding te beëindigen, zal deze hersteltermijn korter of langer zijn. Na afloop van de hersteltermijn kunnen wij de GGD opdracht geven om een nader onderzoek uit te voeren om te beoordelen of de overtreding van de kwaliteitseis is beëindigd. 6.3.2.De last onder dwangsom (LOD) De last onder dwangsom is een herstelmaatregel die doorgaans wordt gegeven na het niet opvolgen van een aanwijzing. Of indien in het verleden al eerder een aanwijzing voor eenzelfde overtreding gegeven is. Met een last onder dwangsom krijgt een houder wederom de plicht (last) opgelegd om een overtreding van een kwaliteitseis te herstellen binnen een aangegeven (begunstigings-)termijn en daarna hersteld te houden. Na afloop van de begunstigingstermijn geven wij de GGD opdracht om te controleren of de houder aan de last heeft voldaan. Wanneer de houder niet of niet op tijd herstelt verbeurt de dwangsom van rechtswege en moet de houder deze van rechtswege betalen. Wij stellen de hoogte van de dwangsom als volgt vast: Het bedrag is gelijk aan het bedrag dat in het afwegingsmodel (zie bijlage) staat genoemd als boete. Een dwangsom kan worden opgelegd: Als bedrag ineens. In dat geval wordt er na de begunstigingstermijn eenmalig beoordeeld of wel of niet aan de opgelegde last is voldaan en of de dwangsom dus wel of niet is verbeurd . Per constatering van een overtreding. Hierbij wordt na de hersteltermijn de dwangsom verbeurd elke keer wanneer (door of namens de gemeente) geconstateerd wordt dat de houder de last overtreedt. Er wordt in dit geval wel een maximumbedrag aan gekoppeld, welke in het besluit is opgenomen. Per periode dat de last wordt overtreden. Hierbij wordt na de hersteltermijn per in het besluit aangegeven periode beoordeeld of wel of niet aan de last is voldaan en of deze derhalve is verbeurd of niet. Ook deze vorm is aan een maximum bedrag verbonden. Deze wordt ook in het besluit genoemd. Deze vorm van de last onder dwangsom wordt bij zogenaamde voortdurende overtredingen opgelegd. Dat zijn overtredingen die onafgebroken gedurende een langere periode aanhouden. Het betalen van de dwangsom kan voorkomen worden door tijdig herstellen en hersteld houden van de overtreding. De houder waaraan een last onder dwangsom is opgelegd, kan, indien een jaar nadat de last van kracht is geworden geen overtreding van de betreffende kwaliteitseis is geconstateerd, verzoeken om de last op te heffen. Hierbij dienen eveneens in acht te worden genomen, de processtappen en inhoudelijke vereisten die hiervoor gelden in de Awb. 6.3.3. Last onder bestuursdwang (LOB) Bij een last onder bestuursdwang nemen wij bepaalde maatregelen om de overtreding van de kwaliteitseis op te heffen. De kosten die hierbij gemaakt worden zijn voor rekening van de houder. 6.3.4. Het exploitatieverbod Bij een exploitatieverbod verbieden wij de houder om de voorziening in exploitatie te nemen of te houden. Dit is een zwaar handhavingsmiddel vanwege de verstrekkende gevolgen voor de houder, de ouders en de kinderen. Wij kunnen een houder in de volgende gevallen een exploitatie verbod op leggen: Zolang de houder een bevel of aanwijzing niet opvolgt (en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is) Bij het exploitatieverbod stellen wij een maximale termijn. Dit is geen hersteltermijn zoals eerder in paragraaf 6.2.4. beschreven. Zodra de houder de maatregelen uit het exploitatieverbod of het eventueel daaraan voorafgaande bevel of de aanwijzing heeft opgevolgd, dient hij ons daarover schriftelijk te berichten. De houder geeft in dat bericht een opsomming van de genomen maatregelen waaruit moet blijken dat hij aan de kwaliteitseisen zal gaan voldoen. Wij kunnen de GGD opdracht geven om naar aanleiding van deze melding op korte termijn te onderzoeken of de kinderopvangvoorziening voldoet aan de kwaliteitseisen van de Wko en onderliggende regelgeving. Hierna informeren wij de houder of het verbod nog blijft gelden. Indien bij het verstrijken van de gestelde termijn de kwaliteitseisen niet voldoende worden nageleefd, volgt het besluit tot intrekken van de toestemming tot exploitatie. De houder kan ons ook zelf verzoeken de gegeven toestemming tot exploitatie in te trekken. 6.3.5.Intrekken toestemming tot exploitatie in vervolg op handhaving Er zijn verschillende gronden waarop, in het kader van handhaving, de toestemming tot exploitatie kan worden ingetrokken: indien is gebleken dat de houder de kinderopvangvoorziening niet langer exploiteert; indien de exploitatie van de voorziening drie maanden na de inschrijving in het LRK niet daadwerkelijk is aangevangen; indien uit een GGD-onderzoek of anderszins is gebleken dat de houder niet of niet langer zal voldoen aan de bij en krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften van de Wet kinderopvang. Het intrekken van de toestemming tot exploitatie is een uiterste handhavingsmiddel. Wij zullen in de basis een zo licht mogelijk handhavingsmiddel inzetten om het doel (herstel) te bereiken (subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel). Het intrekken van de toestemming tot exploitatie vanwege het niet of niet langer voldoen aan de wettelijke voorschriften wordt ingezet wanneer eerder ingezette handhavingsmiddelen zoals een aanwijzing, last onder dwangsom of een exploitatieverbod niet het beoogde (blijvende) herstellende effect hebben. Wanneer de toestemming tot exploitatie is ingetrokken, wordt de voorziening uit het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) verwijderd. Dit betekent dat er geen sprake meer is van kinderopvang in de zin van de wet. Er mag geen opvang of bemiddeling meer plaatsvinden. Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale opvang en tot een boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten. De gemeente publiceert het intrekken van de toestemming tot exploitatie en de uitschrijving uit het LRK in het elektronisch gemeenteblad op www.overheid.nl (niet wanneer dit een voorziening voor gastouderopvang betreft). 6.3.6.De bestuurlijke boete (hierna: boete) Een boete bestraft een overtreding die in het verleden begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. Een boete kan gelijktijdig opgelegd worden met een aanwijzing, een last onder dwangsom of een exploitatieverbod. Een boete is onvoorwaardelijk en moet altijd worden betaald. Het is, in tegenstelling tot de andere hierboven behandelde maatregelen, een punitieve (bestraffende) sanctie. De boete verschilt daarin van de dwangsom. Bij de dwangsom kan het betalen van het bedrag namelijk worden voorkomen door de overtreding tijdig te herstellen en hersteld te houden. Bij de boete is dat niet het geval. Een boete kan door ons worden opgelegd bij: Het overtreden van de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang en aanverwante regelgeving; Het niet opvolgen van een bevel of aanwijzing; Niet meewerken aan een verzoek van een toezichthouder of het bewust verkeerd informeren van een toezichthouder; Het starten van de exploitatie, voor de datum van ingang van de toestemming tot exploitatie. Het niet tijdig melden van wijzigingen van de in het LRK geregistreerde gegevens; Het overtreden van een exploitatieverbod. Hoogte van een boete en grootte van de organisatie De Wet kinderopvang geeft ons de bevoegdheid om voor een overtreding / het niet naleven van een kwaliteitseis uit de Wko een boete op te leggen van maximaal €45.000. Voor de hoogte van boetes zijn in het afwegingsoverzicht normbedragen opgesteld. Proportionaliteit en een goede dosering zijn een belangrijk uitgangspunt bij handhaving. Wij hanteren daarom vier categorieën waar de boetebedragen op worden afgestemd: Grote organisaties: een totale capaciteit van meer dan 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang. Middelgrote organisaties: een totale capaciteit van 51 tot en met 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang. Kleine organisaties: een totale capaciteit van minder dan 51 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang. Voorzieningen voor gastouderopvang. Ad 1. Voor een grote organisatie geldt het volledige normbedrag zoals opgenomen in het afwegingsmodel handhaving (zie bijlage). Ad 2. Voor een middelgrote organisatie is twee derde van het normbedrag de richtlijn. Ad 3. Voor een kleine organisatie is dat één derde deel. Ad 4. Voor voorzieningen voor gastouderopvang is dat één vijfde deel van het normbedrag. Dit geldt niét voor die voorwaarden in het afwegingsmodel waar specifiek gastouder staat vermeld. Daar is de hoogte van de som al afgestemd op deze voorziening. Bij de bepaling van de grootte van de organisatie is de registratie in het LRK op het moment van begaan van de overtreding het uitgangspunt. Hierbij wordt over gemeentegrenzen heen gekeken. Na bepaling van de categorie en het bijbehorende normbedrag kan er een verlaging of verhoging van het bedrag van toepassing zijn, afhankelijk van de ernst van het feit, de verwijtbaarheid of de omstandigheden van het geval, de eventuele verzachtende of verzwarende omstandigheden. Verzachtende en verzwarende omstandigheden Verzachtende omstandigheden Wij verlagen de boete indien de omstandigheden hier aanleiding toe geven. Hiervan kan sprake zijn onder andere bij: Bij het gedeeltelijk niet opvolgen van een aanwijzing Het matigen van de boete wordt gehanteerd nadat de houder de zienswijze heeft ingediend en deze positief is beoordeeld door gemeente Roerdalen. Verzwarende omstandigheden Wij verhogen de boete indien de omstandigheden hier aanleiding toe geven. Hiervan kan sprake zijn onder andere bij : Herhaling van de overtreding (recidive) Wanneer er meerdere overtredingen zijn waar een boete voor wordt opgelegd, worden de bedragen bij elkaar opgeteld tot één bedrag.

Rechtspraak bij dit artikel