1. Er is in ieder geval sprake van uitzicht op inkomensverbetering zoals bedoeld in artikel 36 van de PW en artikel 4.1 van de geldende verzamelverordening Participatiewet wanneer de belanghebbende:
a. op de peildatum of tijdens de referteperiode uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt of heeft gevolgd;
b. jonger is dan 27 jaar en waarvan het plan van aanpak (deels) uit scholing bestaat;
c. het op grond van concrete feiten en omstandigheden aannemelijk is dat de belanghebbende binnen twaalf maanden een inkomen kan verkrijgen dat tenminste gelijk is aan de voor hem geldende bijstandsnorm.
2. Wanneer tijdens de referteperiode een maatregel is opgelegd vanwege het niet of onvoldoende nakomen van een arbeids- of re-integratieverplichting, heeft de belanghebbende onvoldoende inspanningen verricht om tot inkomensverbetering te komen en wordt geen individuele inkomenstoeslag toegekend.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Uitzicht op inkomensverbetering
Onderdeel van VERZAMELBESLUIT NADERE REGELS EN BELEIDSREGELS PARTICIPATIEWET, AANVERWANTE REGELINGEN GEMEENTE BRUMMEN