Naar hoofdinhoud
1.. Subsidieontvanger van een incidentele subsidie doet een aanvraag tot vaststelling van de subsidie uiterlijk binnen 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, en levert aan gemeente daarvoor een inhoudelijke en financiële rapportage aan, tenzij in de subsidiebeschikking anders staat vermeld. 2.. Subsidieontvanger van een structurele subsidie doet een aanvraag tot vaststelling van de subsidie uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar en levert aan gemeente daarvoor een inhoudelijke en financiële rapportage over het voorafgaande hele kalenderjaar aan. 3.. De inhoudelijke en financiële rapportage sluit aan bij de betreffende subsidiebeschikking. 4.. In de inhoudelijke rapportage blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en in hoeverre de prestatieafspraken zijn behaald. 5.. In de financiële rapportage wordt in ieder geval zichtbaar: de geldstromen vanuit de gemeentelijke subsidie en andere bronnen; de per beoogd maatschappelijk effect beschikbaar gestelde subsidie en de werkelijke besteding; de personele inzet, indien van toepassing; de werkelijke indirecte en directe huisvestingslasten, indien van toepassing; de beloningsstructuur voor bestuurder(s) en leden van de raad van toezicht, indien van toepassing; eventuele stortingen en onttrekkingen aan de reserves, met toelichting, indien van toepassing. 6.. Gemeente stelt de subsidie vast binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot subsidievaststelling. 7.. Gemeente toetst aan de hand van de inhoudelijke en financiële rapportage van de subsidieontvanger, of aan de (prestatie-)afspraken vanuit de subsidiebeschikking is voldaan. 8.. Bij negatieve afwijkingen heeft gemeente het recht de subsidie lager vast te stellen dan verleend, tenzij subsidieontvanger kan aantonen dat de oorzaken van de afwijking buiten haar invloedssfeer liggen. 9.. De subsidie kan lager worden vastgesteld, onverminderd het bepaalde in de ASV, indien: de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten. 10.. Als gemeente vaststelt dat subsidieontvanger de prestatieafspraken vanuit de subsidiebeschikking voor structurele subsidie heeft voldaan, mag subsidieontvanger een eventueel overschot aan subsidie behouden binnen de reserves, zoals opgenomen in artikel 7.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel