Naar hoofdinhoud
1.. Indien enig exploitatiejaar een batig saldo oplevert, besluit het bestuur of dit saldo: geheel of gedeeltelijk zal worden toegevoegd aan de reserve, doch alleen en voorzover het maximumplafond van meer dan 10% van de jaaromzet nog niet is bereikt; geheel of gedeeltelijk zal worden gebruikt voor extra investeringen, dan wel; geheel of gedeeltelijk zal worden gerestitueerd aan de deelnemers op basis van de in artikel 24 lid 3 genoemde verdeelsleutel. 2.. Indien enig exploitatiejaar een nadelig saldo oplevert en het weerstandsvermogen ontoereikend is om dit nadelige saldo te dekken, stelt het bestuur een plan vast dat gericht is op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatiesaldo. Het bestuur bepaalt tevens of en zo ja tot welk bedrag de gemeenten zullen bijdragen in het nadelig saldo. Het bedoelde plan wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de raden van de gemeenten gedurende een termijn van acht weken in de gelegenheid zijn gesteld om hun zienswijze ten aanzien van het plan naar voren te brengen. 3.. Wanneer het bestuur overeenkomstig het gestelde in het tweede lid een besluit heeft genomen omtrent het bijdragen door de gemeenten in het nadelig exploitatiesaldo, wordt het nadelig exploitatiesaldo door de gemeenten gedragen op basis van de in artikel 24 lid 3 genoemde verdeelsleutel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel