**1..** Wanneer bijstand is verleend in de vorm van een lening wordt bij de vaststelling van de duur en de hoogte van de aflossing rekening gehouden met de omstandigheden, de mogelijkheden en de middelen van de belanghebbende, en ook met het betoonde besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.
**2..** Uitgangspunt bij de vaststelling van de aflossingsverplichting is dat het inkomen boven de beslagvrije voet volledig beschikbaar is voor aflossing en dat de lening binnen zesendertig maanden wordt terugbetaald.
**3..** Bij een inkomen ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm wordt het maandelijkse aflossingsbedrag vastgesteld op 5% van die norm inclusief vakantietoeslag.
**4..** Een vastgesteld aflossingsbedrag kan worden herzien wanneer een wijziging in de omstandigheden, de mogelijkheden of de middelen van de belanghebbende daartoe aanleiding geeft.
**5..** Het restant van een lening kan worden kwijtgescholden wanneer:
de bijstandverlening niet veroorzaakt is door een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, en,
de lening niet gedekt is door hypotheek of pand, en,
tenminste zesendertig maanden, al dan niet aaneengesloten, afgelost is conform de regels van dit artikel, en,
de belanghebbende naar het oordeel van het college in omstandigheden verkeert waarin van hem geen verdere betaling kan worden gevergd, dan wel waarin het noodzakelijk geacht wordt dat hij weer gaat beschikken over reserveringsruimte.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.7
– Leenbijstand
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2020