**1..** Het college besluit om geheel of gedeeltelijk af te zien van terugvordering of invordering wanneer:
redelijkerwijs is te voorzien dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, en
redelijkerwijs is te voorzien dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder dit besluit niet tot stand zal komen, en
de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde bijstand of uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
**2..** Naast het bepaalde in artikel 60c van de wet, artikel 29a IOAW en artikel 29a IOAZ is het eerste lid ook niet van toepassing als de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een zaak of zaken, behalve wanneer de vordering niet op die zaken verhaald kan worden.
**3..** Het college trekt het besluit om geheel of gedeeltelijk af te zien van terug- of invordering in of wijzigt dit besluit ten nadele van de belanghebbende wanneer:
niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, of,
de belanghebbende zijn vordering aan de gemeente niet volgens de schuldregeling voldoet, of,
onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.4
- Afzien van terug- en invordering bij schuldregeling
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2020