**1..** Het college start de invordering op de datum van het besluit tot terugvordering.
**2..** Vorderingen worden voor zover mogelijk via verrekening met lopende uitkeringen geïncasseerd.
**3..** Vorderingen worden voor zover mogelijk in één keer terugbetaald binnen de gestelde betalingstermijn.
**4..** Wanneer duidelijk is dat belanghebbende geen mogelijkheid heeft om binnen de gestelde betalingstermijn tot algehele aflossing van de vordering over te gaan verleent het college ambtshalve of op basis van een gemotiveerd verzoek van belanghebbende uitstel van betaling of treft het college een betalingsregeling.
**5..** Aan het besluit tot uitstel van betaling wordt een betalingsregeling verbonden.
**6..** Het besluit waarin de betalingsregeling wordt vastgesteld vermeldt in ieder geval:
de maandelijkse aflossingsverplichting;
de datum van ingang van de aflossingsverplichting;
de wijze waarop het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, ten uitvoer wordt gelegd, waaronder tevens begrepen de aankondiging dat eventuele executiekosten vanwege inschakeling van derden voor rekening van belanghebbende zijn;
de mededeling dat, bij gebreke van tijdige betaling, de vordering in zijn geheel, zonder verdere vooraankondiging, ineens opeisbaar wordt en dat het college in dat geval niet langer gehouden is aan de vastgestelde aflossingsverplichting als genoemd in het zesde lid, onder a.;
aan welke vordering(en) de betaling wordt toegerekend.
**7..** Het college wijst een verzoek van belanghebbende tot een betalingsregeling of een betalingsvoorstel af wanneer belanghebbende beschikt over vermogen voor zover dit meer bedraagt dan de voor hem geldende vermogensgrens. Bij de vaststelling of belanghebbende over vermogen beschikt:
worden de vorderingen die het gevolg zijn van teveel ontvangen bijstand of uitkering buiten beschouwing gelaten: en,
is het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onder a en d van de wet van overeenkomstige toepassing.
**8..** Aan een besluit tot uitstel van betaling of het treffen van een betalingsregeling kunnen in ieder geval de volgende verplichtingen worden verbonden:
de verplichting om de ontvangst van inkomsten of vermogen onverwijld te melden;
de verplichting om een wijziging van leef- of woonsituatie te melden;
de verplichting om bepaalde vermogensbestanddelen te gelde te maken.
**9..** Een verzoek tot wijziging van de betalingsregeling schort de bestaande betalingsverplichting niet op, tenzij er sprake is van dringende redenen.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.8
– Invordering
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2020