Een belanghebbende wordt geacht in ieder geval geen uitzicht op inkomensverbetering te hebben als:
uit een besluit in het kader van een arbeidsongeschiktheidsuitkering blijkt dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is;
hij een ontheffing heeft van de plicht tot arbeidsinschakeling;
uit gegevens in zijn dossier of een onderzoek door een deskundige blijkt dat hij niet in staat kan worden geacht met arbeid een inkomen te verdienen ter hoogte van 110% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.2