Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.5

Beslissingstermijn bestuurlijke boete

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2020

1.. Het besluit tot het opleggen van de boete wordt genomen binnen een termijn van dertien weken nadat van de overtreding een rapport is opgemaakt. 2.. Wanneer het besluit tot het opleggen van de boete wordt genomen op een moment dat gelegen is tussen 13 weken en 26 weken nadat van de overtreding een rapport is opgemaakt, wordt het boetepercentage dat wordt opgelegd, verlaagd met 5%. 3.. Wanneer het besluit tot het opleggen van de boete wordt genomen op een moment dat gelegen is tussen 26 weken en 52 weken nadat van de overtreding een rapport is opgemaakt, wordt het boetepercentage dat wordt opgelegd, verlaagd met 10%. 4.. Wanneer het besluit tot het opleggen van de boete wordt genomen later dan 52 weken nadat van de overtreding een rapport is opgemaakt, wordt een rapport opgemaakt van de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de besluitvorming op het gegeven moment. Op basis van het rapport wordt beoordeeld wat de gevolgen zijn voor de hoogte van de op te leggen boete. 5.. Wanneer er geen rapport wordt opgemaakt, wordt de in de leden 2, 3 en 4 genoemde termijn berekend vanaf de datum van de beschikking waarmee de ten gevolge van de overtreding van de inlichtingenplicht teveel betaalde uitkering wordt teruggevorderd.

Rechtspraak bij dit artikel