**1..** Het inkomen als bedoeld in de artikelen 32 en 33 van de wet wordt als draagkracht in aanmerking genomen voor zover het meer bedraagt dan 110% van de voor een alleenstaande dan wel gehuwden geldende norm als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de wet.
**2..** In het geval van een kostendeler, zoals bedoeld in artikel 19a van de wet, wordt voor de bepaling van de draagkracht de norm voor een alleenstaande gebruikt.
**3..** In het geval van een gehuwde met een niet-rechthebbende partner, zoals bedoeld in artikel 24 van de wet, wordt voor de bepaling van de draagkracht de norm voor gehuwden gebruikt.
**4..** De draagkracht wordt vastgesteld op basis van het feitelijk besteedbaar inkomen in geval van één of meer van de volgende situaties van toepassing is;
Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen;
Minnelijke Schuldregeling Natuurlijke Personen;
inhouding inzake een bestuursrechtelijke premie;
beslaglegging.
**5..** Het vierde lid sub a en b is niet van toeppassing wanneer er bijzondere bijstand wordt aangevraagd voor budgetbeheer, budgetbegeleiding en beschermingsbewindvoering en er geen verzoek is gedaan bij de rechter-commissaris of schuldhulpverlener om verhoging van het vrij te laten bedrag.
**6..** In afwijking van het eerste lid wordt het inkomen boven de bijstandsnorm volledig als draagkracht aangemerkt wanneer de bijzondere bijstand aangevraagd is voor:
de kosten van aanschaf van duurzame gebruiksgoederen;
overige inrichtingskosten;
de kosten van levensonderhoud van jongeren in de leeftijd van 18, 19 of 20 jaar;
woonkosten;
kosten van verhuizing.
**7..** In afwijking van het eerste lid en met in achtneming van het tweede lid, wordt het inkomen boven 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als draagkracht in aanmerking genomen wanneer een borgstelling voor een saneringskrediet op grond van artikel 49 van de wet, of bijzondere bijstand in de vorm van een borgstelling op grond van artikel 51 van de wet voor een sociaal krediet bij de Kredietbank Rotterdam is aangevraagd.
**8..** Bij de vaststelling van het inkomen voor berekening van de draagkracht worden een ontvangen individuele inkomenstoeslag en een ontvangen individuele studietoeslag buiten beschouwing gelaten.
**9..** Het in aanmerking te nemen inkomen wordt verminderd met:
de betalingen voor levensonderhoud ten behoeve van de niet in het gezinsverband van de belanghebbende levende echtgeno(o)t(e) en kinderen tot 21 jaar, alsmede ten behoeve van de gewezen echtgeno(o)t(e);
de ten laste van de belanghebbende blijvende kosten in verband met studie en opleiding van kinderen.
**10..** Het vermogen dat met toepassing van artikel 34 van de wet in aanmerking moet worden genomen wordt volledig als draagkracht aangemerkt.
**11..** Voor de vaststelling van de draagkracht wordt uitgegaan van de inkomens- en vermogenssituatie in de maand waarin de aanvraag om bijzondere bijstand wordt ingediend. Indien de situatie in deze maand geen juist inzicht geeft in het te verwachten inkomen gedurende de draagkrachtperiode, wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen gedurende het aan de bedoelde maand voorafgaande kwartaal, half jaar of jaar. Dit is afhankelijk van de vraag welke periode het juiste inzicht geeft in het te verwachten inkomen.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3
– Draagkracht
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2020