**1..** Het college relateert de hoogte van de boete als bedoeld in artikel 18a van de wet, artikel 20a IOAW en artikel 20a IOAZ aan de mate waarin de inlichtingenplicht is geschonden. Daarbij wordt in ieder geval betrokken de aard en ernst van de overtreding en de omstandigheden van een belanghebbende.
**2..** Het college legt een boete van € 150,00 op als er binnen twee jaar gerekend vanaf de datum opleggen waarschuwing opnieuw een schending van de inlichtingenplicht plaatsvindt en deze niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag.
**3..** Bij betaling van de boete geldt een maximale aflossingsduur, die gerelateerd is aan de mate van verwijtbaarheid:
bij opzet: 24 maanden;
bij grove schuld: 18 maanden;
bij normale verwijtbaarheid: 12 maanden;
bij verminderde verwijtbaarheid: 6 maanden.
**4..** Het college stelt de bestuurlijke boete niet hoger vast dan de maximumgrens op grond van artikel 18a lid 1 van de wet in samenhang met artikel 2 lid 7 Boetebesluit socialezekerheidswetten.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2.
– Berekening bestuurlijke boete
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2020