**1..** In afwijking van artikel 8.2 ziet het college af van invordering wanneer de belanghebbende:
vijf jaar lang volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan of ten minste 50% van de hoofdsom van de betreffende vordering heeft voldaan, of,
niet vijf jaar lang volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, alsnog heeft betaald en tenminste 50% van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan, of,
vijf jaar lang geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten.
**2..** Het eerste lid is niet van toepassing op vorderingen die zijn gedekt door pand of hypotheek op een zaak of zaken, behalve wanneer die vorderingen niet op die zaken verhaald kunnen worden.
**3..** Het college kan een op basis van het eerste lid genomen besluit om (gedeeltelijk) af te zien van terugvordering of invordering intrekken, wanneer op een later tijdstip blijkt dat belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
**4..** Een besluit als bedoeld in het eerste lid, aanhef, onder a of b wordt alleen genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht.
**5..** Tot toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c wordt ambtshalve besloten.
**6..** De in het eerste lid onder a genoemde termijn van vijf jaar wordt verkort naar drie jaar wanneer het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode niet hoger is geweest dan de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Rv.
**7..** Op verzoek van de belanghebbende kan het college instemmen met afkoop van het restant van de vordering, wanneer de afkoop meer oplevert dan wanneer de gebruikelijke incassoprocedure zou worden gevolgd.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.5
– Afzien van invordering na het voldoen aan de betalingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2020