**1..** Als de belanghebbende een inkomen heeft op bijstandsniveau, bedraagt de betalingsverplichting het gedeelte van de bijstandsnorm dat boven de wettelijke beslagvrije voet uitkomt.
**2..** Voor een belanghebbende met een inkomen boven bijstandsniveau gelden de volgende uitgangspunten:
betaling van de volledige vordering vindt plaats binnen de gestelde betalingstermijn;
wanneer betaling binnen deze termijn niet haalbaar is, vindt betaling plaats binnen maximaal twaalf maanden;
Indien betaling binnen twaalf maanden ook niet haalbaar is, wordt een betalingsregeling naar draagkracht vastgesteld.
**3..** Belanghebbende kan, onder overlegging van financiële en andere relevante gegevens, met bijbehorende afschriften van bewijsstukken, schriftelijk verzoeken om:
wijziging van de eerder vastgestelde betalingsverplichting: of,
tijdelijk uitstel van de opgelegde betalingsverplichting als hij aan de eerder vastgestelde betalingsverplichting niet kan voldoen.
**4..** Bij een vermoeden dat de betalingscapaciteit van belanghebbende is gewijzigd, kan het college deze capaciteit in het individuele geval opnieuw (periodiek) beoordelen.
**5..** Het college stelt de belanghebbende bij beschikking in kennis van een wijziging van de betalingsverplichting en legt de gewijzigde verplichting op met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de beschikking bekend is gemaakt.
**6..** Indien de belanghebbende na ontvangst van de aanmaning niet bereid is tot het treffen van een minnelijke regeling of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet langer nakomt, wordt het terugvorderingsbesluit ten uitvoer gelegd door middel van:
verrekening op grond van artikel 60 en 60a van de wet, artikel 28 IOAW of artikel 28 IOAZ met een periodiek verleende verstrekking of, als dit niet mogelijk is;
een executoriaal beslag volgens de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e tweede lid Rv; of,
een executoriaal of conservatoir beslag op roerende of onroerende goederen, volgens het Tweede boek van het Rv.
**7..** Het college brengt geen aanmaningskosten in rekening.
**8..** Wanneer het college de vordering ter executie overdraagt aan een derde die beroepsmatig belast is met de invordering, kan het college de door deze derde gemaakte kosten volledig doorrekenen aan belanghebbende en ook de vordering verhogen met de wettelijke rente.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.9
- Betalingsverplichting en heronderzoek
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2020