**1..** Bij de beoordeling van gebruikelijke hulp betrekt het college:
de leeftijd van de jeugdige;
de aard van de te verrichten handeling;
de frequentie en het patroon van de te verrichten handeling;
de tijd die met het verrichten van de handeling is gemoeid; en
de kennis, vaardigheden en draagkracht van de ouders.
**2..** De criteria genoemd in het vorige lid worden in samenhang beoordeeld, waarbij wordt gelet op de omstandigheden van de jeugdige en rekening wordt gehouden met handelingen die de jeugdige en de ouders zelf kunnen uitvoeren.
**3..** Wanneer sprake is van een kortdurende zorgsituatie (maximaal drie maanden) met uitzicht op herstel en daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige, valt de extra zorg en ondersteuning die ouders bieden onder gebruikelijke hulp.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2