Bij de toepassing van artikel 2 gelden de volgende richtlijnen ten aanzien van de gebruikelijke hulp van ouders voor kinderen met een normale ontwikkeling in verschillende levensfasen van het kind:
Kinderen van 0 tot 3 jaar
hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig;
ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;
zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 3 tot 5 jaar
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. de ouder kan de was ophangen in een andere kamer);
hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
kunnen zelf zitten en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;
kinderen vanaf 4 jaar hebben een reguliere dagbesteding van 22-25 uur per week;
hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in en uit bed komen, toiletgang en zindelijkheidstraining, dag- en nachtritme en dagindeling;
hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;
zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven;
hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend psychologisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 5 tot 7 jaar
hebben een reguliere dagbesteding op school van 22-25 uur per week;
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand, het kind kan bijvoorbeeld buitenspelen, in de directe omgeving van de woning als de ouder thuis is;
hebben toezicht, stimulans en controle nodig bij de persoonlijke verzorging zoals het wassen en tanden poetsen;
zijn overdag zindelijk en ’s nachts merendeels ook, maar ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid, zelfredzaamheid en ontplooiing, zoals begeleiding en gelegenheid bieden bij omgang met leeftijdsgenoten en begeleiding en waardering voor schoolwerk als thuis lezen;
hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school gaan, naar activiteiten ter vervanging van school of naar vrijetijdsbesteding;
hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 7 tot 10 jaar
hebben een reguliere dagbesteding op school van 22-25 uur per week;
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand, het kind kan bijvoorbeeld buitenspelen, in de directe omgeving van de woning als de ouder thuis is;
hebben steeds minder toezicht, stimulans en controle nodig bij de persoonlijke verzorging als het wassen en tanden poetsen;
zijn overdag en ’s nachts zindelijk, maar ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid, zelfredzaamheid en ontplooiing zoals hulp bij bijvoorbeeld huiswerk;
hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school gaan, naar activiteiten ter vervanging van school of naar vrijetijdsbesteding;
hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 10 tot 12 jaar
hebben een reguliere dagbesteding op school van 22-25 uur per week;
zijn overdag en ’s nachts zindelijk;
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand, het kind kan bijvoorbeeld buitenspelen, in de directe omgeving van de woning als de ouder thuis is;
hebben enig toezicht, stimulans en controle nodig bij de persoonlijke verzorging als het wassen en tanden poetsen;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid, zelfredzaamheid en ontplooiing, zoals hulp bij bijvoorbeeld huiswerk;
hebben nog enige begeleiding en controle van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, naar activiteiten ter vervanging van school of naar vrijetijdsbesteding gaan;
hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogische klimaat wordt geboden.
Kinderen van 12 tot 18 jaar
hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;
kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;
kunnen vanaf 16 jaar een dag of een nacht alleen gelaten worden;
hebben bij persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;
hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig;
hebben een reguliere dagbesteding op school;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid, zelfredzaamheid en ontplooiing (zoals hulp bij het zelfstandig gaan wonen);
hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden;
hebben vanaf 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd;
zijn vanaf 18 jaar jongvolwassene en kunnen zelfstandig wonen.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3