Naar hoofdinhoud
1.. Bij de beoordeling of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouders, eventueel met steun van het sociaal netwerk, toereikend zijn om zelf de gevraagde jeugdhulp te bieden, wordt rekening gehouden met: de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige; de duur daarvan; de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders; de draagkracht en de belastbaarheid van de ouders; de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen; de mogelijkheden en de bereidheid van het sociale netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen. 2.. De criteria genoemd in het vorige lid worden in samenhang beoordeeld, waarbij het uitgangspunt is dat, wanneer de jeugdige en zijn ouders, eventueel met behulp van het sociale netwerk, zelf mogelijkheden hebben om de problemen op te lossen of het hoofd te bieden, er geen individuele voorziening wordt verstrekt, ook niet wanneer de hulp de gebruikelijke hulp overstijgt.

Rechtspraak bij dit artikel