In elke individuele situatie moet worden beoordeeld of een algemene voorziening passend en toereikend is voor de gestelde hulpvraag. Als dit zo is, komen jeugdigen en zijn ouder(s)/verzorger(s) niet in aanmerking voor een individuele voorziening. Dit geldt indien de algemene voorziening:
daadwerkelijk beschikbaar is voor de jeugdige en/of de ouder(s);
passend en toereikend is voor de jeugdige en/of de ouder(s);
financieel gedragen kan worden door het gezin. Het college beoordeelt of het gezin in redelijkheid de algemene voorziening kan betalen. Het is vervolgens aan de ouder(s)/verzorger(s) om dit te weerleggen. De ouder(s)/verzorger(s) moeten aannemelijk maken dat de algemene voorziening financieel niet gedragen kan worden. Mogelijk komen ouder(s)/verzorger(s) in aanmerking voor bijzondere bijstand of een Minima regeling.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3