Beschrijving van de algemene regionale bodemkwaliteit
Door Sweco is een BKK opgesteld [Ref. 4]. Hieruit blijkt dat met uitzondering van een aantal specifieke regionale aandachtsgebieden (zie Tabel 5) de bodemkwaliteit binnen de Regio prima past bij de functies. De algemene regionale bodemkwaliteit is als volgt te omschrijven:
Overwegend is er sprake van een schoon gebied (de bodem voldoet hier aan de norm voor schone grond: AW2000)
In enkele kernen (stedelijk gebied en dorpen) is de bodem niet schoon, maar voldoet wel aan de Maximale Waarde Wonen (MWW). Dit is een landelijke generieke norm, waarbij de bodem duurzaam geschikt is voor wonen met tuin.
De gemiddelde waarden zijn beduidend lager dan de interventiewaarde en de P95 en de Maximale Waarde Industrie (MWI). Hierdoor kan met zekerheid worden gesteld dat voor de diffuse bodemkwaliteit geen sanerende maatregelen noodzakelijk zijn en er geen belemmering is om deze grond binnen de regio te hergebruiken.
Specifieke regionale aandachtsgebieden In de Regio liggen een aantal specifieke regionale aandachtsgebieden. Dit zijn gebieden waarvan op basis van menselijk handelen en/of natuurlijke processen sprake is van een afwijkende bodemkwaliteit. Deze gebieden zijn in paragraaf 1.4.2 (Tabel 5) benoemd.
Diffuse bodemkwaliteit voor lood
In 2016 publiceerde het RIVM een rapport [Ref. 5] dat nieuwe inzichten geeft in de risico’s van diffuse verontreinigingen met lood. De nieuwe inzichten zijn vertaald in de in Tabel 2 weergegeven risicowaarden.
Tabel 2: risicowaarden voor lood in bodem (mg/kg d.s.) op basis van geschat IQ-puntverlies
Bodemgebruik
IQ-puntverlies door bodemlood
<1
1 – 3
> 3
Grote moestuin (> ca. 200 m2)
<60
60 – 260
>260
Wonen met tuin (kleine moestuin)
<90
90 – 370
>370
Plaatsen waar kinderen spelen
<100
100 – 390
>390
Uit de binnen de Regio vastgestelde bodemkwaliteitskaarten blijkt dat in 3 diffuus verontreinigde gebieden de risicowaarde van 60 mg/kg d.s. wordt overschreden. Dit betreffen:
Ondergrond Wonen Roermond (gemiddelde loodconcentratie = 76,81 mg/kg d.s.);
Ondergrond Industrie Roermond (gemiddelde loodconcentratie = 92.36 mg/kg d.s.);
Deelgebied 23a van Ooijen-Wanssum (gemiddelde loodconcentratie = 80 mg/kg d.s.).
Voor deze gebieden kan toch worden geconcludeerd dat de aanwezige loodverontreinigingen geen risico vormen. Als motivatie geldt:
Ondergrond Wonen Roermond:
Verontreiniging bevindt zich in de ondergrond (dieper dan 0,5 meter onder maaiveld) waardoor er geen contactmogelijkheden zijn.
Het betreft een binnenstedelijk gebied waardoor het aantal moestuinen met een oppervlakte van meer dan 200 m2 beperkt zal zijn. Voor kleinere moestuinen wordt wel aan de risicowaarde voldaan.
Ondergrond Industrie Roermond:
Verontreiniging bevindt zich in de ondergrond (dieper dan 0,5 meter onder maaiveld) waardoor er geen contactmogelijkheden zijn.
Het gebied is in gebruik als havengebied/bedrijventerrein waarin geen grondgebonden woningen en volks-/moestuinen zijn gelegen.
Deelgebied 23a van Ooijen-Wanssum:
Het betreft een waterbodem. Hier wordt dus niet gewoond of getuinierd.
Op basis van de bodemkwaliteitskaart wordt geconcludeerd dat de diffuse verontreinigingen in de Regio geen risico voor bodemlood veroorzaken. Lokaal kunnen kleine of grotere gebieden een verhoogd
(achtergrond)gehalte kennen. Nader onderzoek naar of beleid over bodemlood maakt geen onderdeel uit van het opstellen van de bodemkwaliteitskaart of de Nota bodembeheer. In samenwerking met de provincie Limburg (is voor de betreffende gebieden het bevoegd gezag Wet bodembescherming) wordt bekeken of aanvullend beleid noodzakelijk is binnen de Regio, na het bekend worden van de rijksregels.
Roerdelta
De gemeente Roermond heeft in de Nota bodembeheer en bijbehorende bodemkwaliteitskaart van 2011 Lokale Maximale Waarden (LMW’s) vastgesteld voor Roerdelta. Roerdelta fase 1 is voor een groot deel al gerealiseerd en de voorbereidingen voor fase 2 zijn gestart. Bij de realisatie zijn sterke bodemverontreinigingen gesaneerd. Grond die van elders wordt aangevoerd dient minimaal te voldoen aan de ‘kwaliteit wonen’ (MWW). Door de beleidskeuzes uit 2011 is de bodemkwaliteit van dit deelgebied inmiddels sterk verbeterd. Om een verdere kwaliteitsverbetering te bevorderen, is besloten om het
bestaande beleid uit 2011 te continueren. Na afloop van de geldigheid van deze Nota of bij het opstellen van het Omgevingsplan moet worden bepaald of LMW’s nog langer noodzakelijk zijn.
In deze Nota worden de LMW’s opnieuw vastgesteld. Hierbij wordt opgemerkt dat de LMW voor cyanide-totaal afwijkt van de in 2011 vermelde waarde. Dit is niet het gevolg van het opnieuw doorrekenen van de LMW’s, maar van het feit dat de in 2011 vermelde LMW (= 5,2 mg/kg d.s.) lager is dan de AW2000 (= 5,5 mg/kg d.s.). Feitelijk was daarmee de LMW strenger dan
de norm voor schone grond. In deze Nota wordt dit gecorrigeerd.
Voor achtergrondinformatie over Roerdelta en de bepaling van de LMW’s wordt verwezen naar Bijlage 2 van deze Nota.
Hoofdstuk
Artikel 1.3.3
Bodemkwaliteit
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Venray houdende regels omtrent de Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029