Naar hoofdinhoud
Op basis van de BKK [Ref. 4] en ervaringen worden in deze paragraaf beleidsmatige keuzes gemaakt voor de in de regio te onderscheiden deelgebieden (in de BKK aangeduid met zones). Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen de verwachte dynamiek en de regionale bodemambities. De beleidsmatige keuzes, evaluatie en motivatie zijn in Tabel 5 beschreven. Tevens is aangegeven of op de zone/het deelgebied het meersporenbeleid van toepassing is. Bij de evaluatie zijn de ervaringen meegenomen die zijn opgedaan met de volgende eerder in de regio vastgestelde Nota’s bodembeheer: Bodembeheernota Peel en Maas (20122017); Nota bodembeheer Regio Maas en Roer, Gemeente Roermond 2011-2021; Nota bodembeheer Regio Maas en Roer, Gemeente Maasgouw 2011-2021; Nota bodembeheer Regio Maas en Roer, Gemeente Roerdalen 20132021; Nota bodembeheer Regio Maas en Roer, Gemeente Leudal 2011-2021; Nota bodembeheer Regio Maas en Roer, Gemeente Echt-Susteren 20122022; Nota bodembeheer Regio Maas en Roer, Gemeente Beesel 2011-2021; Nota bodembeleid Regio Maasduinen, gemeenten Mook en Middelaar, Gennep, Bergen 2012-2017; Nota bodembeheer Venray 2011; Nota bodembeheer 2016 Venlo. Ooijen-Wanssum De Nota bodembeheer van plangebied Ooijen-Wanssum [Ref. 6] wordt integraal in deze Nota opgenomen. Het meersporenbeleid wordt door vaststelling van deze Nota ook van toepassing verklaard binnen het gezoneerde deel van het plangebied. Tabel 5 Overzicht beleidskeuze en motivatie. Omschrijving zone/ deelgebied Beleidskeuze in voorgaande Nota’s bodembeheer #) Evaluatie van voorgaand beleid Beleidskeuze Nota bodem- beheer Limburg Noord 2020- 2029 Meersporenbeleid van toepassing? (BKK geschikt als mili- euhygiënsiche verkla- ring?) 1 Algemene regio- nale bodemkwa- liteit (AW2000 + MWW). Alle nota’s: Generiek. Goede ervaringen met generieke be- leid. Geen knelpunten opgetreden. Generiek Beleid. Ja. 2 Van nature voor- komend arseen. Gemeente Peel en Maas: Gebiedsspecifiek met Lokale Maximale Waarden. Alle overige nota’s: Generiek . Het generieke beleid heeft niet tot pro- blemen geleid. In Peel en Maas is geen/weinig gebruik gemaakt van het gebiedsspecifieke beleid. Dit omdat in de arseengebieden weinig dynamiek is. Daarnaast is het hergebruiken alleen mogelijk indien de grond onder dezelfde condities wordt hergebruikt. Door de strikte toepas- singsvoorwaarden is de kans klein dat er “werk met werk” gemaakt kan wor- den. Generiek Beleid met extra regels die van toepassing zijn in arseen kansrijke gebieden. Arseen kansrijke gebieden worden op kaart weergegeven. De Regio sluit aan op het arseen beleid zoals door de provincie Limburg is verwoord in de haar beleidskader bo- dem [Ref. 3]. Mogelijk. (De gebieden waarin mogelijk sprake is van van nature voor- komend arseen vragen extra aandacht. In de Module Regelgeving is beschreven welke aan- vullende acties moeten worden ondernomen in de betreffende gebie- den). 3 Mijnsteen in gemeente Maas- gouw. Nog niet eerder benoemd in de Nota bodembeheer. Mijnsteen valt onder de Mijnsteenpa- ragraaf (artikelen 33 a t/m 33d) van het Besluit bodemkwaliteit. Bij grotere pro- jecten in de Oostelijke Mijnstreek bleek echter dat door hoge nikkelconcentra- tie het toepassen / hergebruiken van mijnsteen onder de strekking van de mijnsteenparagraaf niet mogelijk is. Bij het opstellen van de Nota bodem- beheer is overwogen om voor het mijnsteengebied binnen de gemeente Maasgouw gebiedsspecifiek beleid op te stellen. Uiteindelijk is hiervan afge- zien. Onder andere vanwege: Weinig dynamiek in hetgebied; Binnen de gemeente Maasgouw aangewezen mijnsteengebieden bevinden zich hoofdzakelijk in de waterbodem (valt buiten de scope van deze Nota. Het Aanvullingsbe- sluit bodem Omgevingswet gaat specifiek in op de mijnsteenpro- blematiek). De bodemkwaliteitskaart is niet van toepassing op mijn- steen. De mijnsteengebieden worden op de kaart weerge- geven. Nee. (Is uitgesloten van de kaart. Het betreft een weinig dynamisch ge- bied dat voor het groot- ste deel in het beheers- gebied van RWS ligt.) 4 Projectplan Ooij- en-Wanssum. Gebiedsspecifiek met Lokale Maximale Waarden Motivatie: Maakt vrij grondverzet tussen de beheersgebie- den van verschillende gemeenten en Rijkswa- terstaat mogelijk; Het vaststellen van LM- W’s maakt het mogelijk om grond uit de uiter- waarden toe te passen bij uitbreiding van een industrieterrein. Op basis van het gebiedsspecifieke beleid is het werk aanbesteed. De betreffende Nota geeft geen invul- ling aan het meersporenbeleid. De ge- meenten Horst aan de Maas en Venray wensen het meersporenbeleid ook in dit gebied te hanteren. Dit geldt zowel voor het landelijke gebied als de be- bouwde kom. Het vastgestelde gebiedsspe- cifieke beleid wordt gehand- haafd. Beleidsmatig verankeren van het meersporenbeleid in het plangebied Ooijen Wanssum. Ja. (De Lokale Maximale Waarden (LMW’s) zijn lager dan de Maxima- le Waarde Industrie (= landelijk genieriek norm, waarbij de bodem duurzaam geschikt is voor een bedrijfsfunc- tie. Aangezien de LMW’s alleen gelden voor de uitbreiding van Indus- trieterrein Wanssum is het legitiem om het meersporenbeleid te omarmen). 5 Roerdelta. Gebiedsspecifiek met Lokale Maximale Waarden. Motivatie: maakt vrij grond- verzet in het kader van plan- ontwikkeling mogelijk. Goede ervaring met het gebiedsspeci- fieke beleid. Er is nog steeds dynamiek in het gebied (een deel van fase 1 en fase 2 moet nog worden gerealiseerd). Na uitvoering van fase 1 en 2 zal de bodemkwaliteit in Roerdelta sterk ver- beterd zijn. Gebiedsspecifiek (met betrekking tot de zone Roerdelta heeft de gemeente Roermond in de BKK van 2011 Lokakele Maximale Waarden vastgesteld. Deze zijn onge- wijzigd overgenomen in deze Nota). Deels (voor hergebruikspoor BKK in combinatie met een verkennend onder- zoek). 6 Zinkassen(wegen) (Actief Bodembe- heer de Kempen). Op 20 januari 2004 (kenmerk 2004/1078) stelde de Provin- cie Limburg de “Gevalsde- finitie in de Kempen” vast. Aanpak van het zinkassen- probleem valt daarmee on- der de strekking van de Wet bodembescherming en niet onder de strekking van voor- liggende Nota bodembeheer. Goede ervaring. Zinkassenwegen worden be- schouwd als een verdachte locatie en zijn daardoor uit- gesloten van de bodemkwali- teitskaart. Nee. 7 Niersdal en Roer- dal. In eerdere nota’s zijn de ri- vierdalen van de Niers en Roer (in eerste instantie) aangeduid als waterbodem waarvoor het Waterschap bevoegd gezag is in het kader van het Besluit bodemkwa- liteit. Uit gesprekken tussen de betreffende gemeenten en het Waterschap is gebleken dat het Niersdal en Roerdal onder te verdelen zijn in (droge) waterbodem en droge landbodem. In tegenstelling tot in eerdere nota’s werd verondersteld zijn gemeenten voor delen van het Niersdal en Roerdal daarom bevoegd gezag in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. De rivierdalen van de Niers en de Roer stromen overwegend door buitenge- bied dat op basis van de bodemkwali- teitskaart in de bodemklasse AW2000 (schoon) is ingedeeld. Bekend is dat de kwaliteit van het rivierwater in het ver- leden sterk werd beïnvloed door lozin- gen van afvalwater op de rivieren. Door sedimentatie van verontreinigd rivier- slib is in de loop der jaren de kwaliteit van de bodem in de inundatiegebieden beïnvloed. De bodemkwaliteitskaart doet voor de (droge) waterbodem en landbodem in deze inundatiegebieden dan ook geen betrouwbare uitspraak over de bodemkwaliteit. In de betreffende rivierdalen is sprake van weinig dynamiek. Daarom wordt er voor gekozen om de bodem van de betreffende rivierdalen niet te zoneren. Niet zoneren. Nee. 8 Bermgrond in de gemeenten Ber- gen, Gennep en Mook en Midde- laar. In de Nota van de gemeenten Bergen, Gennep en Mook en Middelaar werd een vrijstel- ling verleend voor het ont- graven en elders toepassen van bermgrond. Voorwaar- den: Ontgravings- en toepas- singslocatie betreffen een wegberm van een doorgaande weg buiten de bebouwde kom; De hoeveelheid grond bedraagt maximaal 25 m3. De betreffende gemeenten maakten gebruik van deze vrijstelling. De overige gemeenten beschikten niet over een dergelijke vrijstelling en dit werd ook niet gemist. Deze vrijstelling wordt niet overgenomen in deze nota. De redenen hiervoor zijn: Zie hier onder bij punt 9. Ge- meenten Bergen, Gennep en Mook en Middelaar be- schouwen bij grondverzet < 25 m3 feitelijk de bermen van doorgaande wegen buiten de bebouwde kom als één toepas- singslocatie. De BKK nooit zelfstandig een milieuhygienische verklaring is. Er is altijd een onderzoek (con- form NEN5725)nodig. Uit het concept aanvullingsbe- sluit bodem Omgevingswet valt op te maken dat het toepas- sen van grond moet worden gemeld. Een vrijstelling geldt o.a. voor toepassen van minder dan 50m3 schone grond. Hier is in dit geval geen sprake van. De beleidskeuze voor vrij- stelling van onderzoek bij hergebruik van bermgrond < 25 m3 wordt niet door de regio omarmd. N.v.t. 9 Alle verharde wegen (en bijbe- horende bermen) beschouwen als één toepas- singslocatie. In de nota’s van de gemeen- ten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond werden alle ver- harde wegen binnen de grenzen van de betreffende gemeente gezien als één toe- passingslocatie. Op basis van deze nota’s is het mogelijk om grond – die voldoet aan de voorwaarden voor tijdelijke uitname – af- komstig van wegreconstruc- ties zonder verder onderzoek toe te passen in een andere wegreconstructie binnen de betreffende gemeente. Binnen de betreffende gemeenten zijn goede ervaringen opgedaan met deze beleidskeuze. Het bood de mogelijk- heid om grond snel en goedkoop te kunnen hergebruiken. De overige gemeenten in de Regio had- den dit niet in hun beleid opgenomen en het werd in die gemeenten ook niet als gemis gezien. Dit omdat bijvoor- beeld in sommige gemeenten bij een wegreconstructie – op privaatrechtelij- ke basis – altijd een onderzoek wordt uitgevoerd. De Regio streeft naar zoveel mogelijk eenduidig beleid en heeft er uiteinde- lijk voor gekozen om dit beleidsaspect niet door te voeren naar de hele Regio. Een van de redenen om hiervoor te kiezen is dat door Bodem+ werd aan- gegeven dat het wel een hele ruime interpretatie is van het begrip “op en nabij dezelfde plaats”. De beleidskeuze om alle ver- harde wegen te zien als één toepassingslocatie wordt niet door de Regio omarmd. N.v.t. #) Sommige regionaal opgestelde nota’s hebben een gebiedsspecifiek karakter omdat de gemeenten het beheergebied verruimen waardoor ook bij grondverzet over de gemeente gren- zen de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel kan worden gebruikt. Op basis van goede ervaringen is het streven om binnen de gehele regio elkaars bodemkwaliteitskaart als bewijs- middel te hanteren. Bovengenoemde beleidskeuzes bieden in combinatie met het zorgplichtbeginsel van het Besluit bodemkwaliteit voldoende mogelijkheden om: Grondverzet binnen de regio mogelijk te maken. Zie ook de grondstromenmatrix in paragraaf 2.3.2 van deze nota Te voorkomen dat er een verslechtering van de bodemkwaliteit plaatsvindt (stand still op gebiedsniveau).

Rechtspraak bij dit artikel