De systeembeheerder voorziet in:
de fysieke beveiliging van het toepassingssysteem;
een dagelijkse back-up die wordt ondergebracht in een daartoe uitgeruste en beveiligde ruimte op een andere locatie dan de ruimte waarin de apparatuur voor de gemeentelijke voorziening van de BRP is opgesteld;
de technische installatie van gewijzigde of nieuwe versies van het toepassingssysteem. De installatie gebeurt in overleg met de applicatiebeheerder BRP en de informatiebeheerder;
de beschikbaarheid van het toepassingssysteem overeenkomstig hetgeen daarover intern en met derden is overeengekomen
uitwijkvoorzieningen, voor zover dit contractueel is overeengekomen;
het transport, de veilige opslag van verwijderbare gegevensdragers en een deugdelijke periodieke vernietiging daarvan;
de logging in het toepassingssysteem voor de applicatiebeheerder BRP, de systeembeheerder en de leverancier van het toepassingssysteem.