1. Het college kent een individuele voorziening toe door middel van een besluit, met een bepaalde geldigheidsduur, dat toegang geeft tot jeugdhulp.
2. De zorgaanbieder van een individuele voorziening start de behandeling of hulp slechts nadat het besluit bedoeld in het eerste lid toegekend is.
3. In situaties waar onmiddellijke uitvoering geboden is, kan afgeweken worden van het gestelde in het tweede lid. Het besluit dient echter ook in die gevallen zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen vier weken, na de start van de hulp verkregen te worden.
4. Het college stelt bij nadere regels de vormen van specialistische jeugdhulp en de geldigheidsduur van het besluit, zoals bedoeld in het eerste lid, vast.