De resultatenmatrix kent vaste domeinen, hoofd- en subresultaten om de te bereiken resultaten van de inwoner te omschrijven.
Domeinen
De resultatenmatrix 2020 kent vier Domeinen. Deze domeinen komen voort uit de Jeugdwet en de Wmo. Te weten Veilig (V), Zelfredzaam (Z), Meedoen (M) en Gezond (G). Op deze vier domeinen zijn hoofdresultaten geformuleerd waar de inzet van de ondersteuning zich op richt.
Hoofdresultaten
De vier domeinen zijn onderverdeeld in een aantal hoofdresultaten. Deze zijn afgeleid van de zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) van de GGD Amsterdam.
Subresultaten
De hoofdresultaten zijn onderverdeeld in subresultaten. De subresultaten geven de ontwikkeltredes binnen het Hoofdresultaat weer. De ontwikkeltredes sluiten aan bij de vorm van ondersteuning die ingezet wordt om het gewenste resultaat van de inwoner te bereiken. De hoofd- en subresultaten hebben betrekking op de eindsituatie of een tussenstand, die de inwoner of het gezin met de inzet van ondersteuning kan bereiken.
Interventieniveaus
Naast de hoofd- en subresultaten gebruiken we interventieniveaus om de intensiteit van de ondersteuning aan te duiden.
Het in te zetten interventieniveau wordt bepaald door een combinatie van:
belasting van de ondersteuning voor de inwoner (geredeneerd vanuit het perspectief van de inwoner);
het aantal resultaten dat behaald moet worden;
volgordelijkheid: prioritering van de gewenste resultaten;
enkelvoudige- meervoudige- of complexe problematiek;
beeld van de problematiek is helder/diffuus;
de benodigde intensiteit van de ondersteuning;
de mate van specialistische ondersteuning.
Interventieniveau 4
Interventieniveau 4 betreft de ondersteuning die laagfrequent en bij een enkelvoudig te behalen resultaat ingezet wordt, waarbij:
de belasting voor de inwoner van de ondersteuning is laag (geredeneerd vanuit het perspectief van de inwoner);
geen sprake is van een diffuus beeld;
geen specialistische ondersteuning wordt ingezet;
onder interventieniveau 4 valt indien nodig, in te zetten nazorg.
Interventieniveau 5
Interventieniveau 5 betreft de ondersteuning die frequent wordt ingezet waarbij:
de belasting voor de inwoner van de ondersteuning gemiddeld of hoog is (geredeneerd vanuit het perspectief van de inwoner);
gelijktijdig aan één of meerdere resultaten gewerkt wordt;
geen sprake is van een diffuus beeld;
er eventueel sprake kan zijn van specialistische ondersteuning.
Interventieniveau 6
Interventieniveau 6 betreft de ondersteuning die hoogfrequent wordt ingezet en waarbij alle onderstaande kenmerken van toepassing zijn:
de belasting voor de inwoner van de ondersteuning is hoog (geredeneerd vanuit het perspectief van de inwoner);
er wordt gelijktijdig aan 2 of meerdere resultaten gewerkt;
problemen op meerdere leefgebieden beïnvloeden elkaar negatief;
er is sprake is van een diffuus beeld;
er kan eventueel sprake zijn van specialistische ondersteuning.
Interventieniveau 7
Dit interventieniveau heeft betrekking op ondersteuning, exclusief verblijf, in de vorm van:
daghulp: wordt buitenshuis en in dagdelen door aanbieder uitgevoerd;
dagbesteding: wordt buitenshuis en in dagdelen door aanbieder uitgevoerd;
G1 - gezondheid: wordt ambulant door de aanbieder uitgevoerd;
thuiswonen+: wordt ambulant door de aanbieder uitgevoerd.
Interventieniveau 8
Interventieniveau 8 heeft betrekking op ondersteuning in combinatie met verblijf en wordt 24 uur per dag geboden.
Algemene beschrijving begeleiding
De ambulante begeleiding van de inwoner waarbij het aanleren van vaardigheden en/of het leren omgaan met een beperking centraal staat met als doel de zelfredzaamheid van de inwoner te bevorderen, te behouden of te compenseren.
Deze algemene beschrijving is van toepassing op resultaat V1 en verder op alle leefgebieden van de resultatenmatrix waar langdurige en kortdurende begeleiding voor jeugdigen en volwassenen ingezet kan worden.
Er zijn twee vormen van begeleiding:
kortdurende begeleiding: ondersteuning gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die zelfredzaamheid en participatiemogelijkheden vergroten. In een korte periode wordt er actief gewerkt aan de gewenste resultaten;
langdurige begeleiding: begeleiding is gericht op stabilisatie en voorkomen van achteruitgang. De inwoner heeft langdurige ondersteuning nodig om zelfstandig te kunnen blijven wonen en te kunnen participeren.
Binnen het sociaal domein is alles gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid van de inwoner en het versterken van het netwerk (familie, vrijwilligers, welzijn, etc.) van de inwoner.
Kortdurende begeleiding
De inwoner heeft ondersteuning nodig om de zelfredzaamheid te vergroten. Hierbij is het perspectief dat de inwoner na een periode van begeleiding:
• kan participeren, eventueel met ondersteuning uit de eigen omgeving en/of;
• kan participeren met ondersteuning vanuit een voorliggende voorziening en/of;
• kan participeren met een vorm van langdurige begeleiding.
Het opvangen van en leren omgaan met zogenoemde “life events” zijn onderdeel van het resultaat begeleiding.
Randvoorwaarden
periodieke evaluaties maken onderdeel uit van dit resultaat, in ieder geval één keer per zes maanden en waar nodig vaker. Het initiatief hiertoe ligt bij de aanbieder door middel van het toesturen van het evaluatieformulier;
kortdurende begeleiding is mogelijk op interventie niveau 4, 5 en 6;
interventieniveau 6 kan alleen worden ingezet indien er een diffuus beeld aanwezig is;
na zes maanden is het diffuus beeld verhelderd en ligt er een concreet ondersteuningsplan;
interventieniveau 6 kan maximaal voor de periode van zes maanden worden ingezet;
op interventieniveau 5 en 6 is stapelen van maximaal 4 resultaatgebieden mogelijk;
op interventieniveau 6 mag stapelen van maximaal 4 resultaatgebieden voor de periode van maximaal zes maanden, daarna zal er worden afgeschaald naar een lager interventieniveau;
op interventieniveau 5 mag stapelen van maximaal 4 resultaatgebieden voor de periode van maximaal zes maanden, daarna zal er worden afgeschaald naar minder resultaatgebieden of naar interventieniveau 4;
afstemming met de omgeving van de inwoner of het organiseren van een voorliggende voorziening maakt onderdeel uit van de ondersteuning door de aanbieder.
Langdurige begeleiding
De inwoner heeft een beperking in zijn zelfredzaamheid en participatiemogelijkheden en heeft ondersteuning nodig om de zelfredzaamheid te kunnen behouden en/of verslechtering te voorkomen. Het opvangen van en leren omgaan met van zogenoemde “life events” zijn hier onderdeel van.
Randvoorwaarden
• langdurige begeleiding kan alleen worden ingezet op Interventieniveau 4 en 5;
• er kan worden gestapeld met maximaal 3 resultaatgebieden bij Interventieniveau 5;
• evaluaties vinden minimaal één keer per jaar plaats;
Doelgroep
De inwoner is niet in staat om op eigen kracht, dan wel met behulp van netwerk(en) en voorliggende mogelijkheden zelfredzaam te zijn. Dan is ambulante begeleiding door professionals mogelijk vanuit de Jeugdwet en Wmo indien er geen aanspraak gemaakt kan worden op de Wet langdurige zorg, Participatiewet en/of Passend Onderwijs of enige andere wettelijke regeling.
Hoofdresultaten
V1 Veilige huiselijke relatie
Het gaat om (ambulante) begeleiding van de inwoners in geval de huiselijke relatie niet op orde is. Er is sprake van huiselijk geweld in welke vorm dan ook of verwaarlozing, dan wel een dreiging daartoe. Dit resultaat is niet van toepassing als er kinderen betrokken zijn. Dit resultaat sluit aan op het domein huiselijke relaties zoals vermeld in de ZRM.
Randvoorwaarden
Dit hoofdresultaat geldt voor volwassen echtparen en samenwonenden zonder kinderen, maar ook voor echtparen en samenwonenden met volwassen kinderen (18+).
De focus op veiligheid bij kinderen is verweven in alle ondersteuning en hulp in de gehele jeugdhulpketen (van preventief tot specialistische hulp). Specifieke interventies op veiligheid rond kinderen, de veiligheid van het kind (in het systeem), wordt op een andere wijze georganiseerd onder andere via Jeugdbeschermings- en Jeugdreclasseringmaatregelen, Spoed voor Jeugd, Veilig Thuis en crisisopvang.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De huisgenoten communiceren open met elkaar. Huisgenoten ondersteunen elkaar.
Mogelijke subresultaten
De inwoner is in staat om zelfstandig de huiselijke relatie samen met de huisgenoten op orde te houden via open communicatie, waarbij relationele problemen niet meer aanwezig zijn.
De inwoner kan met ondersteuning de huiselijke relatie samen met de huisgenoten op orde houden. De ondersteuning is gericht op het erkennen van problemen door de inwoner en negatief gedrag te veranderen.
Voorkomen dat de huiselijke relatie een gevaar voor de inwoner of huisgenoot/-noten wordt.
Domein Zelfredzaam
Het gaat om (ambulante) begeleiding van de inwoner bij het behouden van dan wel het groeien naar zelfstandigheid. Een belangrijk onderdeel is, waar mogelijk, het voeren van regie op de dagelijkse activiteiten. Doelstelling kan zijn: het aanleren van vaardigheden, ondersteuning bij dagelijkse levensverrichtingen, leren omgaan met een beperking, leren structuur aan te brengen in de dag. Het oplossend vermogen van de inwoner en/of het gezin wordt versterkt.
Z1 Zelfstandig wonen
Voor jeugdigen en volwassenen
Het gaat om (ambulante) begeleiding van de inwoners gericht op het groeien naar zelfstandige huisvesting en behouden van deze huisvesting. Dit resultaat sluit aan op het domein huisvesting zoals vermeld in de ZRM.
Randvoorwaarden
Ambulante begeleiding vanuit een zelfstandige woonsituatie van de inwoner. Mogelijke interventieniveaus zijn 4, 5 en 6.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De inwoner heeft veilige en toereikende huisvesting. Dat wil zeggen; een regulier (huur)contract en autonome huisvesting.
Mogelijke subresultaten
De inwoner woont volledig zelfstandig.
De inwoner kan met ondersteuning zelfstandig wonen.
Voorkomen dat de inwoner naar een beschermde woonomgeving moet of niet meer zelfstandig kan wonen of dakloos wordt.
Z2 Financiën op orde
Voor jeugdigen en volwassenen
Ambulante begeleiding van inwoners in het geval de financiële situatie niet op orde is. Er is sprake van schuldenproblematiek, onvoldoende inkomsten en/of spontaan of ongepast uitgavenpatroon. De problematiek overstijgt duidelijk de reguliere financiële hulpverlening, die de afzonderlijke gemeenten hebben ingericht. Ambulante begeleiding is nodig om de financiële situatie op orde te brengen. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘financiën’ in de ZRM.
Randvoorwaarden
Het verwerven van inkomen maakt geen onderdeel uit van dit resultaat.
Bewindvoering en mentorschap maakt geen onderdeel uit van dit resultaat.
Subresultaat c moet altijd in overleg met de gemeentelijke toegang en/of GKB, waarbij de taken duidelijk worden verdeeld.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De inwoner is financieel zelfredzaam en kan geld beheren
Mogelijke subresultaten
De inwoner kan zelf de administratie en het beheer van het (huishoud)geld uitvoeren.
De inwoner kan met ondersteuning de administratie en het beheer van het (huishoud)geld op orde houden.
Schulden zijn stabiel en uitgavenpatroon is passend bij de situatie.
Z3 Omgang met instanties op orde
Voor jeugdigen en volwassenen
Ambulante begeleiding van inwoners die onvoldoende beeld hebben van de voor hen relevante instanties en hoe ze te benaderen. Dit resultaat sluit aan bij omgang met instanties in de ZRM
Randvoorwaarden
bij 12-18 à 23 jaar: voor onderzoek aanvullende schalen
de begeleiding is voor inwoners voor wie de ondersteuning door bijvoorbeeld een mantelzorger of het netwerk niet voldoende of niet aanwezig is
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De inwoner weet welke instanties er zijn en hoe hij/zij ze moet benaderen. De inwoner heeft daar geen hulp bij nodig.
Mogelijke subresultaten
De inwoner heeft kennis van en houdt eigen regie in de contacten met de verschillende instanties.
De inwoner kan met ondersteuning de contacten met de verschillende instanties op orde houden.
Voorkomen dat de inwoner niet in staat is om de contacten met de verschillende instanties te onderhouden.
Z4 Activiteiten Dagelijks Leven op orde
Voor jeugdigen en volwassenen
Ambulante begeleiding van inwoners ingeval er sprake is van onvoldoende mogelijkheden om de dagelijkse activiteiten in het leven zelfstandig te organiseren. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘activiteiten dagelijks leven - ADL’ in de ZRM.
Randvoorwaarden
de begeleiding is voor de inwoner, waarvoor ondersteuning van bijvoorbeeld een mantelzorger, ouder of het netwerk niet voldoende is;
In de ZRM wordt gesproken over zelfzorg en complexe activiteiten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: aankleden, eten maken, post openmaken of boodschappen doen;
voor jeugdigen tot 18 jaar valt onder dit resultaat tevens ondersteuning op het gebied van persoonlijke verzorging op grond van de Jeugdwet;
voor volwassenen valt persoonlijke verzorging en verpleging onder de Zorgverzekeringswet.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De inwoner heeft voldoende regelvermogen, besluitvaardigheid en initiatief om zelfregie en dagstructuur te ontwikkelen en te behouden.
Mogelijke subresultaten
De inwoner kan zelf alle dagelijkse activiteiten organiseren en overzicht en structuur aanbrengen.
De inwoner organiseert met ondersteuning de algemene dagelijkse activiteiten.
Voorkomen dat de inwoner de uitvoering van de algemene dagelijkse activiteiten niet meer organiseert.
Domein Meedoen
Het gaat om (ambulante) ondersteuning van de inwoner ten behoeve van participatie in de maatschappij. Doelstelling kan zijn het aanleren van vaardigheden, bieden van invulling en structuur tijdens de dag en/of ontlasting van de verzorgers. Het oplossend vermogen van de inwoner wordt versterkt. Het kan gaan om begeleiding met verblijf overdag (dagbesteding, KDC), volledig verblijf (logeren) of individuele ambulante begeleiding.
Beschrijving dagbesteding
Doelgroep en afbakening
Dagbesteding is bedoeld voor jeugd en volwassenen met een beperking die niet in staat zijn om aan onderwijs, (vrijwilligers)werk of andere vormen van maatschappelijke participatie deel te nemen. De inwoner heeft professionele ondersteuning nodig om invulling te geven aan de dag.
Voor inwoners die niet kunnen uitstromen maar aangewezen zijn op langdurige ondersteuning bij hun daginvulling en sociale participatie bieden we een maatwerk-voorziening dagbesteding maar kijken tevens naar mogelijkheden om af te schalen naar algemene en gebruikelijke voorzieningen in het voorliggend veld.
Dagbesteding wordt ingezet wanneer de inwoner onvoldoende in staat is een eigen daginvulling te organiseren of ter ontlasting van de mantelzorger en/of ouder/verzorger. Dagbesteding draagt bij aan de zelfredzaamheid van de inwoner, het kunnen meedoen. Ondersteuning is gericht op het vergroten van vaardigheden en/of het bieden van een zinvolle daginvulling en structuur. Dagbesteding vindt plaats in een groep.
We onderscheiden drie vormen van dagbesteding:
• M1 : gericht op ontwikkeling en toeleiden naar (on)betaald werk
• M2 : gericht op ontwikkeling en terugkeer naar onderwijs
• M3: gericht op ontwikkeling en behouden van een zinvolle daginvulling en sociale participatie
Bij M1 en M2 ligt de nadruk op ontwikkeling van de inwoner en uitstroom naar (on)betaald werk en/of terugkeer naar onderwijs. Het wordt slechts tijdelijk ingezet.
Voor inwoners die niet kunnen uitstromen, maar aangewezen zijn op langdurige (levenslange) ondersteuning bij hun daginvulling en sociale participatie kan zinvolle dagbesteding (M3) ingezet worden. M3 is bedoeld voor inwoners die niet zelfstandig of met behulp van hun omgeving een zinvolle daginvulling kunnen organiseren via voorliggende voorzieningen zoals vrijwilligerswerk, algemene voorzieningen voor inloop, ontmoeting en wijkactiviteiten etc.
Dagbesteding is (ambulante) ondersteuning aan de inwoner ten behoeve van participatie in de maatschappij. Doelstelling kan zijn het aanleren van vaardigheden, bieden van daginvulling en structuur tijdens de dag en/of ontlasting van de mantelzorger en/of ouder/verzorger. Het oplossend vermogen van de inwoner wordt versterkt.
Nieuwe indicaties voor M1 en M2 worden voor maximaal een half jaar ingezet. Bij de evaluatie moet nadrukkelijk onderzocht worden of het resultaat behaald is of binnen afzienbare tijd te behalen is. Een verlenging van een half jaar behoort tot de mogelijkheden.
Als het geformuleerde resultaat (tijdelijk) niet haalbaar is, maar er is wel ondersteuning nodig om een zinvolle daginvulling en sociale participatie te bieden dan kan M3 worden ingezet. M3 kan ook arbeidsmatig van aard zijn.
Voor alle drie de vormen van dagbesteding geldt dat wordt verkend of een voorliggende voorziening in de wijk/buurt een passende oplossing biedt voor de hulpvraag.
Dit betekent dat ook uitstroom mogelijk is vanuit M3 naar een algemene/gebruikelijke voorziening in de wijk.
Dagbesteding van professionals is mogelijk vanuit de Jeugdwet en Wmo als geen aanspraak gemaakt kan worden op de Wet langdurige zorg, Participatiewet en/of passend onderwijs of enige andere wettelijke regeling. Of omdat de inwoner niet in staat is op eigen kracht, dan wel met behulp van netwerk(en) en voorliggende mogelijkheden, te participeren.
M1 Dagbesteding gericht op ontwikkeling en uitstroom naar (on)betaald werk
Voor jeugdigen en volwassenen
De inwoner is nog niet in staat om (on)betaald werk te verrichten. De ondersteuning is gericht op het werken aan sociale, emotionele en praktische vaardigheden waardoor de inwoner kan uitstromen naar (on)betaald werk. Dit resultaat sluit aan bij ‘dagbesteding’ en/of ‘maatschappelijke participatie in de ZRM.
Randvoorwaarden
deelname aan dagbesteding vanuit de Wmo of Jeugdwet wordt ingezet als blijkt dat iemand onvoldoende arbeidsvermogen heeft om in aanmerking te komen voor een leer-/werktraject in het kader van de Participatiewet. De inwoner kan ook niet zelfstandig komen tot een zinvolle invulling van de dag via vrijwilligerswerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen zoals inloop of activiteiten in de wijk;
na een half jaar is er duidelijkheid over het ontwikkelperspectief in relatie tot uitstroom naar (on)betaald werk;
het traject wordt elk half jaar geëvalueerd waarbij beoordeeld wordt of uitstroom naar onderwijs tot de mogelijkheden behoort of dat andere passende ondersteuning beter aansluit. Het initiatief hiertoe ligt bij de aanbieder. Wij monitoren of dit plaatsvindt;
bij uitwisseling van gegevens worden de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen gevolgd (Wmo, Jeugdwet, Participatiewet, Wet passend onderwijs, AVG). Doel van de gegevens uitwisseling voor zover die plaatsvindt, is de onderlinge afstemming;
een maaltijd kan onderdeel uitmaken van de dagbesteding. De aanbieder mag hier een vergoeding voor vragen aan de inwoner, afname van de maaltijd is echter geen verplichting. De aanbieder geeft ruimte aan de inwoner om zijn eigen maaltijd te nuttigen;
dit resultaat is inclusief vervoer van de inwoner indien noodzakelijk.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid
De inwoner is in staat om uit te stromen naar (on)betaald werk.
Subresultaat
De inwoner kan zelfstandig werken bij een werkgever.
De inwoner kan met ondersteuning bij een werkgever werken.
De inwoner kan met of zonder ondersteuning onbetaald werk verrichten.
Waar kun je aan denken, welke vaardigheden horen bij bovenstaande subresultaten?
Inwoner komt op tijd.
Inwoner komt afspraken na.
Inwoner ziet er verzorgd uit.
Inwoner kan omgaan met gezag.
Inwoner kan omgaan met emoties en spanningen van de arbeidsmatige activiteiten.
Inwoner bouwt ervaring en ritme op in arbeidsmatige omgeving.
Inwoner ervaart een waardevolle arbeidsmatige bijdrage.
Er is doorgaans sprake van arbeidsmatige dagbesteding op het moment dat werken bij een werkgever binnen het toekomstperspectief van de inwoner binnen afzienbare tijd mogelijk lijkt. Het gaat niet om een fulltime baan, maar bijvoorbeeld voor een dag of twee in de week
M2 Dagbesteding gericht op ontwikkeling en terugkeer naar onderwijs
Voor jeugdigen en jongvolwassenen
Dagbesteding gericht op ontwikkeling en terugkeer naar onderwijs en is bedoeld voor de inwoner die jonger is dan 23 jaar, die tijdelijk niet in staat is om onderwijs te volgen.
De ondersteuning is gericht op het werken aan sociale, emotionele en praktische vaardigheden die nodig zijn om te kunnen functioneren in het onderwijs en met het doel: terug te keren naar onderwijs. Dit resultaat sluit aan bij ‘dagbesteding’ en/of ‘maatschappelijke participatie’ in de ZRM.
Randvoorwaarden
dagbesteding gericht op terugkeer naar onderwijs is altijd tijdelijk van aard;
voor jeugdigen jonger dan 18 jaar geldt de Leerplichtwet en de Kwalificatieplicht;
het onderwijs blijft verantwoordelijk voor de onderwijskundige doelen. De inzet van deze vorm van dagbesteding kan uitsluitend ter ondersteuning van het passend onderwijs worden ingezet als er geen andere vormen van ondersteuning mogelijk is;
persoonlijke verzorging is inclusief;
een maaltijd kan onderdeel uitmaken van de dagbesteding. De aanbieder mag hier een vergoeding voor vragen aan de inwoner, afname van de maaltijd is echter geen verplichting. De aanbieder geeft ruimte aan de inwoner om zijn eigen maaltijd te nuttigen;
dit resultaat is inclusief vervoer van de inwoner indien noodzakelijk.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De inwoner is in staat om terug te keren naar onderwijs.
Mogelijke subresultaten
a. De inwoner kan weer deelnemen aan onderwijs.
b. De inwoner kan functioneren in een groepssetting.
c. De inwoner kan toegeleid worden naar een andere vorm van maatschappelijke participatie.
M3 Dagbesteding – zinvolle daginvulling en sociale participatie
Voor Jeugdigen en volwassenen
Dagbesteding betreft overdag ondersteuning van de inwoner in groepsverband op locatie. Dagbesteding kan ook een vorm van een ondersteuning zijn waarbij de inwoner op de locatie vaardigheden oefent en leert toepassen waarmee zelfredzaamheid wordt bevorderd. De inwoner ervaart op één of meerdere levensgebieden problemen bij het zelfstandig regelen van dagelijkse bezigheden, de dagelijkse routine en structuur. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘tijdsbesteding’ en/of ‘maatschappelijke participatie’ in de ZRM
Randvoorwaarden
de inwoner heeft onvoldoende eigen netwerk dan wel het netwerk is niet in staat om gedurende de volledige week beperkingen in de zelfredzaamheid te compenseren;
dit is bedoeld voor inwoners die niet zelfstandig of met behulp van hun omgeving een zinvolle daginvulling kunnen organiseren via voorliggende voorzieningen zoals vrijwilligerswerk, algemene voorzieningen voor inloop, ontmoeting en wijkactiviteiten etc.;
de aanbieder heeft een signaleringsfunctie en werkt daarin samen met de aanbieders van ambulante ondersteuning, behandeling, verpleging en verzorging thuis en de wijk/buurtteams binnen de keten van jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en zorgverzekeringswet;
de activiteiten zijn structureel van aard op basis van een op de inwoner gerichte aanpak en zoveel mogelijk met zijn of haar actieve betrokkenheid;
activiteiten passen bij de interesses, mogelijkheden en beperkingen van de inwoner;
betreft ondersteuning van de inwoner in een groepsverband op locatie overdag;
persoonlijke verzorging is inclusief;
een maaltijd kan onderdeel uitmaken van de dagbesteding. De aanbieder mag hier een vergoeding voor vragen aan de inwoner, afname van de maaltijd is echter geen verplichting. De aanbieder geeft ruimte aan de inwoner om zijn eigen maaltijd te nuttigen
dit resultaat is inclusief vervoer van de inwoner indien noodzakelijk.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De inwoner participeert en heeft een zinvolle daginvulling en/of het netwerk wordt ontlast.
Mogelijke subresultaten
De inwoner heeft een zinvolle daginvulling in een veilige en adequate omgeving.
De inwoner participeert in de samenleving.
De inwoner kan met ondersteuning een sociaal netwerk opbouwen en onderhouden.
De thuissituatie wordt ontlast.
De inwoner ervaart structuur in de dag en de week.
M4 Sociaal netwerk – individuele begeleiding
Voor jeugdigen en volwassenen
Individuele (ambulante) begeleiding van de inwoner ten behoeve van het vergroten en versterken van het sociaal netwerk. Er is geen of weinig steun van familie en vrienden, er zijn nauwelijks contacten buiten de deur. De inwoner trekt zich passief of actief terug. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘sociaal netwerk’ in de ZRM.
De algemene beschrijving begeleiding is hier ook van toepassing.
Randvoorwaarden
de begeleiding richt zich niet uitsluitend op het individu maar ook op de andere leden van het systeem waar het individu deel van uitmaakt.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is een gezond sociaal netwerk en inwoner ondervindt steun van dit sociaal netwerk.
Mogelijke subresultaten
De inwoner kan zelf een sociaal netwerk opbouwen en onderhouden.
De inwoner kan met ondersteuning een sociaal netwerk opbouwen en onderhouden.
Voorkomen dat de inwoner sociaal geïsoleerd raakt.
De verschillende leden in het huishouden komen op adem om daarna weer dagelijks te functioneren en de mantelzorg dan wel de opvoeding op te pakken.
Waar kun je aan denken, welke vaardigheden en resultaten horen bij bovenstaande subresultaten?
de inwoner wordt herkend en erkend door zijn omgeving;
de omgeving van de inwoner kan omgaan met (de beperking of gedragsproblematiek van) de inwoner;
de inwoner is op de hoogte van contacten in zijn leefomgeving en maakt daar gebruik van;
de inwoner is in staat zijn sociaal netwerk te ontwikkelen en te onderhouden.
M4 Sociaal netwerk – logeren
Voor jeugdigen en volwassenen
Logeren is een specifieke vorm van verblijf en bestaat uit (periodiek) tijdelijk verblijf bij een logeervoorziening. De voorziening biedt een veilige en adequate omgeving (gelet op de problematiek). De jeugdige of volwassene is in een andere omgeving en ontmoet andere mensen dan thuis. Er is aandacht voor sfeer, geborgenheid, ritme en regelmaat. Bovendien is dit resultaat gericht op het ontlasten van de thuissituatie. Daarnaast kan er gedurende het logeren gewerkt worden aan de begeleidingsdoelen van de jeugdige/volwassene.
Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘sociaal netwerk’ in de ZRM.
Randvoorwaarden
logeren is gepositioneerd onder interventieniveau 8;
dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de inwoner, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat;
de groepsgrootte voor logeren is maximaal 8 inwoners/jeugdigen, met overdag een minimale inzet van 1 medewerker op 4 inwoners/jeugdigen. ’s Nachts minimaal
1 medewerker op 8 inwoners/jeugdigen, waarbij achtervang georganiseerd is. De aanbieder zorgt voor 24 uur toezicht per etmaal;
indien andere zorgaanbieders betrokken zijn bij de jeugdige/volwassene dan dient er afstemming plaats te vinden;
er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
in het kader van de Jeugdwet dient er gebruik gemaakt te worden van een gestandaardiseerd risico-taxatie instrument of systematische werkwijze om veiligheidsrisico’s in te schatten (bij aanvang en daarna met enige regelmaat). Inzet van een gedragswetenschapper moet hiervoor beschikbaar zijn voor de aanbieder;
de aanbieder organiseert ook in overleg met ouders of sociaal netwerk het vervoer naar en van de logeerlocatie. Uitgangspunt hierbij is de inzet van het eigen netwerk van de inwoner. Mocht dit niet binnen het eigen netwerk kunnen, dan organiseert de aanbieder het vervoer.
continuïteit dient gedurende het gehele jaar gewaarborgd te zijn, ook tijdens de vakantieperiode;
extra verblijf gedurende de vakanties worden meegenomen in de toekenning;
de bekostiging vindt plaats per etmaal (24 uur) en er kunnen maximaal 3 etmalen per week worden toegekend (dit zijn maximaal 156 dagen per jaar) met uitzondering van vakantieperiodes;
dit hoofdresultaat kan gestapeld worden met andere hoofdresultaten, zo lang die hoofdresultaten op een ander moment (dan tijdens het logeren) worden ingezet.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is een gezond sociaal netwerk en inwoner ondervindt steun van dit sociaal netwerk.
Mogelijke subresultaten
De verschillende leden in het huishouden van inwoner komen op adem om daarna weer dagelijks te functioneren en de mantelzorg dan wel de opvoeding weer op te kunnen pakken.
Voorkomen dat inwoner sociaal geïsoleerd raakt.
M5 Maatschappelijke participatie
Ambulante begeleiding van de inwoner ingeval de inwoner niet of nauwelijks participeert in de maatschappij. Het doel van de ondersteuning is dat de inwoner in staat is om naar vermogen mee te doen op school, in het gezin of in de buurt. Waarbij de inwoner op de hoogte is van de sociale kaart en daarmee van de mogelijkheden om actief deel te nemen aan het maatschappelijk leven in zijn woon-/leefomgeving. Het is de bedoeling dat de inwoner vaardigheden leert om deel te nemen aan de maatschappij. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘maatschappelijke participatie’ in de ZRM.
De algemene beschrijving begeleiding is hier ook van toepassing.
Randvoorwaarden
indien maatschappelijke participatie wordt vormgegeven door met ondersteuning vrijwilligerswerk te verrichten, dan mag er geen sprake zijn van verdringing van betaalde arbeid.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De inwoner participeert actief in de maatschappij.
Mogelijke subresultaten
De inwoner neemt zelfstandig deel aan maatschappelijke activiteiten.
De inwoner kan met ondersteuning deelnemen aan maatschappelijke activiteiten.
Voorkomen dat de inwoner sociaal geïsoleerd raakt.
M6 Kinderdagcentrum
Voor jeugdigen
Het kinderdagcentrum (KDC) biedt een veilige basis voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand of beperking waarvoor deelname aan (speciaal) onderwijs niet mogelijk is. Hierbij kunnen zij zich op hun eigen manier en tempo ontwikkelen met intensieve ondersteuning van experts op het gebied van gedrag, motoriek, spel, muziek en communicatie. Hiermee wordt structuur gegeven aan de dag en eventueel de mogelijkheid vergroot om de stap te maken naar (speciaal) onderwijs. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘tijdsbesteding’ in de ZRM.
Randvoorwaarden
dit hoofdresultaat is gepositioneerd onder interventieniveau 7;
dit resultaat kan alleen ingezet worden indien er geen andere ondersteuning mogelijk blijkt te zijn. Indien er geen sprake is van (een ernstig vermoeden van) een cognitieve beperking, dan dient er doorverwezen te worden naar een andere voorziening en is het KDC niet de eerst aangewezen plek;
dit hoofdresultaat wordt bij aanvang ingezet tot het kind de leeftijd van 5 jaar bereikt. Indien blijkt dat op 5-jarige leeftijd de stap naar (speciaal) onderwijs niet gemaakt kan worden dan kan de indicatie in afstemming met de aanbieder worden verlengd tot moment dat naar alle waarschijnlijkheid WLZ indicatie aan de orde is;
begeleiding op de groep en persoonlijke verzorging van inwoner op locatie van de dagbesteding maakt onderdeel uit van dit resultaat;
begeleiding/ behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige, ook andere leden van het systeem worden hierbij betrokken. Het gaat dan in het bijzonder om de doorvertaling van de begeleiding/ behandeling in de thuissituatie;
ouders moeten de voor-en naschoolse opvang zelf organiseren en financieren;
het tarief is inclusief vervoer indien vervoer noodzakelijk is. Aanbieders en toegangsmedewerkers doen een beroep op de eigen kracht en verantwoordelijkheid van de ouders/verzorgers om het vervoer te organiseren. Wanneer dit wegens omstandigheden niet mogelijk is dient de aanbieder dit te organiseren.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De jeugdige is in staat om (speciaal) onderwijs te volgen.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige is in staat om de stap richting (speciaal) onderwijs te zetten.
De jeugdige groeit en ontwikkelt zich.
Domein Gezond
In het domein Gezond vind je de hoofdresultaten terug die zich richten op de behandeling of begeleiding van de inwoner met (een zeer hoog risico op) de volgende problematieken of stoornissen:
psychische;
psychiatrische;
verstandelijke;
sociaal emotionele;
gedrag en/of;
verslaving.
Doelstelling is het verbeteren van het geestelijk en lichamelijk welbevinden van de inwoner, zodat deze zo optimaal als mogelijk kan functioneren in de maatschappij. Een inwoner en zijn omgeving leren omgaan met de fysieke, verstandelijke of psychische beperking. Belemmeringen die een inwoner of zijn omgeving ervaart op het gebied van bovengenoemde beperkingen worden zoveel mogelijk weggenomen.
Het kan gaan om individuele ambulante begeleiding, individuele ambulante behandeling, dagbehandeling, begeleiding met verblijf overdag of volledig verblijf met behandeling dan wel begeleiding.
Voor zover de hoofdresultaten zien op behandeling dan kunnen deze alleen worden ingezet voor jeugdigen. Behandeling voor volwassenen valt immers onder de Zorgverzekeringswet.
G1 Begeleiding
Voor jeugdigen en volwassenen
Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de inwoner. De begeleiding is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de inwoner en de inwoner leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM.
De algemene beschrijving begeleiding is hier ook van toepassing.
Randvoorwaarden
de begeleiding kan worden ingezet naast behandeling indien dit noodzakelijk is voor de behandeling;
interventieniveau 7: inzet van G1 op interventieniveau 7 is mogelijk onder de volgende voorwaarden:
dit resultaatgebied kan alleen worden ingezet als geen van de andere resultaatgebieden, of combinatie van resultaatgebieden volstaat;
het gaat om individuele begeleiding;
dit resultaatgebied kan alleen gecombineerd worden met M1, M2, M3 en in uitzonderlijke gevallen met G1 behandeling of G3;
er is zeer intensieve ambulante begeleiding voor de inwoner noodzakelijk omdat er bijvoorbeeld sprake is van een van de onderstaande redenen:
er is sprake van multiproblematiek bij de inwoner, waarbij de inwoner de problematiek niet erkent of overziet en/of zijn omgeving niet kan bijdragen aan de ondersteuning;
de problematiek van de inwoner is zodanig dat de ondersteuning moeilijk planbaar is, er dient mogelijk een vorm van (telefonische) achterwacht te worden geboden. Begeleider zal veelal meerdere keren in de week (moeilijk planbare) ondersteuning moeten bieden;
de inwoner is met ondersteuning in staat om zijn hulpvraag te formuleren en kan hierdoor deze vaardigheid ontwikkelen en thuis blijven wonen;
de begeleiding maakt het mogelijk voor ouderen om langer thuis te blijven wonen;
er is sprake van afschalen van zorg uit de zorgverzekeringswet zoals intramurale behandeling. Waarbij intensieve begeleiding belangrijk kan zijn om het zelfstandig wonen te laten slagen.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen.
Mogelijke subresultaten
De inwoner is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan.
De inwoner kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking en de moeilijkheden in het dagelijks functioneren.
Voorkomen dat de geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking van de inwoner een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen.
G1 Behandeling Algemeen
Voor jeugdigen
Deze hoofdresultaten onder G1 gaan over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. De jeugdige kan ten behoeve van de behandeling voor korte of langere tijd intramuraal worden opgenomen.
We kennen de volgende hoofdresultaten onder G1 behandeling:
• basis GGZ op interventieniveau 4;
• specialistische GGZ op interventieniveau 5;
• medicatiecontrole specialistische GGZ op interventieniveau 5;
• specialistische GGZ instellingen op interventieniveau 6;
• medicatiecontrole specialistische GGZ instellingen op interventieniveau 6;
• verblijf met behandeling GGZ op interventieniveau 8;
• verblijf met behandeling LVB op interventieniveau 8;
• verblijf met behandeling 3- milieus voorziening op interventieniveau 8.
Randvoorwaarden voor alle vormen van verblijf
er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
aanbieders dienen zelf te beschikken over deskundig personeel dat deel uitmaakt van een multidisciplinair team (in de aanbesteding is er per hoofdresultaat aangegeven welke professionals tenminste deel uit moeten maken van het multidisciplinair team);
de behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Hier volgt als vanzelf uit dat er geen apart hoofdresultaat afgegeven hoeft te worden voor de begeleiding van het systeem rondom de jeugdige;
verblijf in de 24-uurs behandelgroep is tijdelijk en onderdeel van een traject deze visie wordt door alle aanbieders die behandeling met verblijf bieden omarmd. Het streven is om een jeugdige ambulant te behandelen, als dat niet mogelijk is volgt opname, en na opname volgt veelal óf ambulante behandeling óf ambulante begeleiding. Behandeling met verblijf zal dus nooit een op zichzelf staande behandeling zijn.
Crisis
We kennen geen apart hoofdresultaat crisis. Indien er sprake is van een crisis dan wordt direct het hoofdresultaat ingezet dat het meest passend lijkt. Kan de crisis ambulant worden afgewend dan volgt een passend ambulant hoofdresultaat, is opname onafwendbaar dan volgt een hoofdresultaat op interventieniveau 8.
G1 Ambulante behandeling Basis GGZ
Voor jeugdigen
Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM.
De behandeling basis GGZ is bedoeld voor jeugdigen met lichte tot matige klachten op een beperkt aantal leefgebieden, vaak enkelvoudig. Deze zorg is oplossingsgericht. De behandeling richt zich op één of een aantal symptomen en specifieke klachten. Hier wordt minder ingegaan op de persoonlijkheid of de identiteitsbeleving of persoonsgeschiedenis van de cliënt. Het doel is om de klachten te behandelen die iemand nu ervaart. Behandeling van psychische problematiek vindt binnen dit product plaats binnen de basis GGZ.
Voor basis GGZ is niet vastgelegd wat het gemiddeld aantal sessies zou moeten zijn. Bij afwijking van het gemiddelde aantal behandeluren worden afspraken gemaakt met de betreffende aanbieder over het maximaal aantal te declareren behandeluren per jeugdige. Dit is een taak voor contractmanagement.
Randvoorwaarden
behandeling basis GGZ is gepositioneerd onder interventieniveau 4;
de behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige;
onderdeel van de subresultaten a en b is dat de ouders in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen;
subresultaat c heeft betrekking op de veiligheid van de jeugdige. Veiligheid is altijd een aandachtspunt en loopt dwars door alle interventies heen;
er is bij voorkeur sprake van een evidence based behandelmethodiek, maar in elk geval een bewezen effectieve methode;
dit hoofdresultaat wordt ingezet voor de duur van 1 jaar.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam of de symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan.
De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking en de moeilijkheden in het dagelijks functioneren.
Voorkomen dat de geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen.
G1 Ambulante behandeling specialistische GGZ
Voor jeugdigen
Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM.
Bij specialistische zorg staat naast de direct aanwezige klachten ook de complexe problematiek onderliggend aan de klachten meer centraal. Hier wordt meer stilgestaan bij de persoonsgeschiedenis van de cliënt en worden klachten bekeken in het kader van diens persoonlijkheid. De identiteit en zelfbeleving staan hier meer centraal.
Bij specialistische zorg zal daarnaast ook veel nadruk liggen op het proces wat iemand doormaakt, of het proces van de therapie. Het doel is door dit proces een meer structurele verandering in het persoonlijk functioneren en de zelfbeleving te bewerkstelligen. De behandeling is bedoeld voor jeugdigen met ernstige, complexe of vaker terugkerende klachten op meerdere leefgebieden. Behandeling van psychische problematiek vindt binnen dit product plaats binnen de specialistische GGZ.
Voor specialistische GGZ hebben we net als bij basis GGZ niet vastgelegd wat ons inziens het gemiddeld aantal sessies zou moeten zijn. We gaan gedurende de contractperiode het gemiddeld aantal behandeluren monitoren. Als blijkt dat een aanbieder aanzienlijk afwijkt van het gemiddelde aantal behandeluren dan worden afspraken gemaakt met de betreffende aanbieder over het maximaal aantal te declareren behandeluren per jeugdige. Dit is een taak voor contractmanagement.
Randvoorwaarden
behandeling specialistische GGZ is gepositioneerd onder interventieniveau 5;
de behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige;
onderdeel van de subresultaten a en b is dat de ouders in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen;
subresultaat c heeft betrekking op de veiligheid van de jeugdige. Veiligheid is altijd een aandachtspunt en loopt dwars door alle interventies heen;
er is bij voorkeur sprake van een evidence based behandelmethodiek, maar in elk geval een bewezen effectieve methode;
dit hoofdresultaat wordt ingezet voor de duur van 2 jaar.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam of de symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan.
De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking en de moeilijkheden in het dagelijks functioneren.
Voorkomen dat de geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen.
G1 Ambulante behandeling specialistische GGZ Instellingen
Voor jeugdigen
Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het verbeteren en/of stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige. Daarnaast leert de jeugdige om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM.
De behandeling richt zich op de psychiatrische problematiek van het kind, waarbij er ook aandacht is voor het systeem waarin het kind verkeert. Het gaat om forse psychiatrische problemen bij de jeugdigen. De instelling voor gespecialiseerde GGZ heeft zich op die specifieke kennis gespecialiseerd. Er worden meerdere disciplines binnen één instelling ingezet bij de jeugdigen.
Randvoorwaarden
behandeling oog specialistische GGZ is gepositioneerd onder interventieniveau 6;
bij hoog specialistische GGZ staat naast de direct aanwezige klachten ook de complexe problematiek onderliggend aan de klachten meer centraal. Hier wordt meer stil gestaan bij de persoonsgeschiedenis van de cliënt en worden klachten bekeken in het kader van diens persoonlijkheid. De identiteit en zelfbeleving staan hier meer centraal. Bij hoog specialistische GGZ zal daarnaast ook veel nadruk liggen op het proces wat iemand doormaakt, of het proces van de therapie. Het doel is door dit proces een meer structurele verandering in het persoonlijk functioneren en de zelfbeleving te bewerkstelligen. De behandeling is bedoeld voor jeugdigen met ernstige, complexe of vaker terugkerende klachten op meerdere leefgebieden;
de behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige;
behandeling kan ook bestaan uit de inzet van een FACT-team;
onderdeel van de subresultaten a en b is dat de ouders in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen;
subresultaat c heeft betrekking op de veiligheid van de jeugdige. Veiligheid is altijd een aandachtspunt en loopt dwars door alle interventies heen;
er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
dit hoofdresultaat wordt ingezet voor de duur van 2 jaar (dit betekent niet dat de behandeling 2 jaar dient te duren, monitoring via regisseursmodel).
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam of de symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan.
De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking en de moeilijkheden in het dagelijks functioneren.
Voorkomen dat de geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen.
G1 Medicatiecontrole
Voor jeugdigen
Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM.
Randvoorwaarden
dit resultaat kent twee vormen:
medicatiecontrole specialistische GGZ op interventieniveau 5. Medicatiecontrole wordt uitgevoerd door een aanbieder die ook gecontracteerd is voor het hoofdresultaat specialistische GGZ;
medicatiecontrole specialistische GGZ instellingen op interventieniveau 6. Medicatiecontrole wordt uitgevoerd door een aanbieder die ook gecontracteerd is voor het hoofdresultaat specialistische GGZ instellingen;
dit resultaat betreft laagfrequente controle van het gebruik van medicatie voor een psychische beperking van de jeugdige;
dit resultaatgebied wordt uitsluitend ingezet indien de behandeling is afgerond. In andere gevallen maakt de medicatiecontrole onderdeel uit van het resultaatgebied dat bij het behandeltraject hoort;
dit hoofdresultaat is voor onbepaalde tijd met periodieke evaluatie.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam of de symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan.
De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking en de moeilijkheden in het dagelijks functioneren.
Voorkomen dat de geestelijke gezondheidsproblemen van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen.
G1 Behandeling met verblijf GGZ
Voor jeugdigen
De intramurale behandeling van de jeugdige is gericht op activiteiten in het kader van herstel of voorkoming van verergering van een psychiatrische stoornis, en het daarmee om kunnen gaan, waardoor verder herstel in de thuis situatie kan volgen. De behandeling is gericht op een geneeskundig doel. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM.
Randvoorwaarden
de behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouders tijdens het verblijf. Zo hebben ouders bijvoorbeeld de mogelijkheid om zorgtaken op zich te nemen, of deel te nemen aan activiteiten op de leefgroep. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Tijdens het verblijf draagt de aanbieder ook zorg voor contact met de school en andere betrokkenen om ondersteuning op elkaar af te stemmen;
dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat;
behandeling is altijd een onderdeel van dit resultaatgebied, er dient sprake te zijn van een behandelperspectief;
verwijzing naar intramurale behandeling is slechts aan de orde bij een hoog risico en/of hoge complexiteit bij vermoeden van een DSM-benoemde stoornis;
de behandeling is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin om daar binnen zijn/haar mogelijkheden gezond en veilig op te groeien;
verblijf in de 24-uurs behandelgroep is tijdelijk en onderdeel van een traject. Aanbieder draagt daarom zo spoedig mogelijk na opname zorg voor een ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouders/vertegenwoordigers, en is gericht op het beheersbaar maken van de situatie zodat thuis (= ambulant) verder herstel kan volgen. Onderdeel van het plan is de begeleiding naar terugkeer thuis, dan wel richting zelfstandigheid;
dit hoofdresultaat wordt zo kort als mogelijk ingezet, verblijf is immers altijd tijdelijk en onderdeel van een traject;
dit resultaat is niet stapelbaar met lagere interventieniveaus.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam of de symptomen hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn geestelijke gezondheidsproblemen om te gaan.
De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn geestelijke gezondheidsproblemen in zijn dagelijks functioneren.
Voorkomen dat de geestelijke gezondheidsproblemen van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen.
G1 Behandeling met verblijf LVB
Voor jeugdigen
De intramurale behandeling van de jeugdige met een licht verstandelijke beperking is gericht op activiteiten in het kader van herstel of voorkoming van verergering van hun gedrags- dan wel psychiatrische stoornis, en het daarmee om kunnen gaan, waardoor verder herstel in de thuissituatie kan volgen. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM.
De behandeling is aan de orde als er sprake is van complexe problematiek, die niet persé geneeskundige deskundigheid vereist, om de jeugdige nieuwe vaardigheden en/of gedrag aan te leren of deze te verbeteren.
Behandeling met verblijf LVB kent verschillende verblijfsvarianten die ingezet kunnen worden door de gecontracteerde aanbieder:
• Gezinsbehandeling Ouder Kind
Deze behandelvorm is gericht op (aanstaande) moeders of ouderparen. De kinderen die met hun ouder(s) worden opgenomen zijn tussen de 0 en 4 jaar.
• Kleine groep behandeling in gezinshuisvorm
Er verblijven maximaal 4 tot 6 kinderen in deze verblijfsvorm. Deze vorm van verblijf richt zich op kinderen en jeugdigen waarbij de voorkeur bestaat voor behandeling in een gezinsvorm maar waarbij een regulier pleeggezin of gezinshuis niet volstaat gelet op de licht verstandelijke beperking van de jeugdige en daarmee gepaard gaande problematiek.
Indien tijdens de behandeling met verblijf blijkt dat aanvullend individuele therapie ingezet moet worden (EMDR, Cognitieve Gedragstherapie of Systeemtherapie) dan kan er een extra hoofdresultaat (nl. Intensieve Ambulante Gezinsbehandeling) toegekend worden.
Randvoorwaarden
de behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouders tijdens het verblijf. Zo hebben ouders bijvoorbeeld de mogelijkheid om zorgtaken op zich te nemen, of deel te nemen aan activiteiten op de leefgroep. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Tijdens het verblijf draagt de aanbieder ook zorg voor contact met de school en andere betrokkenen om ondersteuning op elkaar af te stemmen;
dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat.
behandeling is altijd een onderdeel van dit resultaatgebied, er dient sprake te zijn van een behandelperspectief;
verwijzing naar intramurale behandeling is slechts aan de orde bij een hoog risico en/of hoge complexiteit bij vermoeden van een DSM-benoemde stoornis;
de behandeling is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin om daar binnen zijn/haar mogelijkheden gezond en veilig op te groeien;
verblijf in de 24-uurs behandelgroep is tijdelijk en onderdeel van een traject. De aanbieder draagt daarom zo spoedig mogelijk na opname zorg voor een ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouders/vertegenwoordigers, en is gericht op het beheersbaar maken van de situatie zodat thuis (= ambulant) verder herstel kan volgen. Onderdeel van het plan is de begeleiding naar terugkeer thuis, dan wel richting zelfstandigheid;
dit hoofdresultaat wordt ingezet voor de duur van 1 jaar;
dit resultaat is niet stapelbaar met lagere interventieniveaus.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam, of de symptomen hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn gedrags- en/of geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan.
De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn gedrags- en/of geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking in zijn dagelijks functioneren.
Voorkomen dat de gedrags- en/of geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen.
G1 Behandeling met verblijf 3-milieusvoorziening
Voor jeugdigen
De besloten behandeling van de jeugdige met een licht verstandelijke beperking (met bijkomende problematiek zoals trauma, agressie, hechting en seksualiteit) is gericht op het wegnemen of verminderen van de belemmeringen in het functioneren, op het reguleren van gedragsproblematiek en herstel van het gewone leven. Het doel is een zodanige ontwikkeling en ontplooiing in gezins- en andere maatschappelijke verbanden zodat de jeugdige zich, eventueel met enige ondersteuning, een plek in de samenleving kan verwerven. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM.
De jeugdige heeft 24-uurs zorg en nabijheid nodig in een structurerend klimaat. Er is sprake van een veilige en beschermende omgeving klimaat waarbij wonen/verblijf, onderwijs en vrije tijd in integrale afstemming met elkaar wordt geboden (drie milieus-voorziening). Het gaat om zeer specialistische behandeling, waarvan behandeling van vroegkinderlijke trauma’s deel uit kan maken.
Indien tijdens behandeling met verblijf blijkt dat aanvullend individuele therapie ingezet moet worden (EMDR, Cognitieve Gedragstherapie of Systeemtherapie) dan kan er een extra hoofdresultaat (nl. Intensieve Ambulante Gezinsbehandeling) toegekend worden.
Randvoorwaarden
de behandeling richt zich uitsluitend op jeugdigen vanaf 10 jaar:
die een beperkt sociaal adaptatievermogen hebben (meer dan 2 standaarddeviaties beneden het populatiegemiddelde);
die sterke gedragsproblemen hebben op alle leefgebieden (thuis, school, vrije tijd);
die als gevolg van trauma en/of langdurige verwaarlozing beperkte hechtingsmogelijkheden hebben;
waarbij sprake kan zijn van co-morbide psychiatrische problematiek;
waarbij er langdurig sprake is van problematische gezinssituaties;
waarbij er sprake kan zijn van veiligheidsrisico’s voor de jeugdige zelf en zijn omgeving, die gezamenlijk hebben geleid tot ernstige opvoedproblemen en gevoelens van onvermogen en onmacht bij ouders of opvoeders en die daardoor in het gezin moeilijk te begeleiden zijn;
die zich op grond van hun lager intellectueel functioneren en beperkte sociale redzaamheid en gedragsproblemen niet zonder hulp handhaven in reguliere maatschappelijke verbanden (gezin, school, werk, groep, leeftijdgenoten, buren);
de behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouders tijdens het verblijf. Zo hebben ouders bijvoorbeeld de mogelijkheid om zorgtaken op zich te nemen, of deel te nemen aan activiteiten op de leefgroep. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Tijdens het verblijf draagt de aanbieder ook zorg voor contact met de school en andere betrokkenen om ondersteuning op elkaar af te stemmen;
dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat;
behandeling is altijd een onderdeel van dit resultaatgebied, er dient sprake te zijn van een behandelperspectief;
er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
verwijzing naar intramurale behandeling is slechts aan de orde bij een hoog risico en/of hoge complexiteit bij vermoeden van een DSM-benoemde stoornis;
de behandeling is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin om daar binnen zijn/haar mogelijkheden gezond en veilig op te groeien;
verblijf in de 24-uurs behandelgroep is tijdelijk en onderdeel van een traject. De aanbieder draagt daarom zo spoedig mogelijk na opname zorg voor een behandelplan. Dit behandelplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouders/vertegenwoordigers, en is gericht op het beheersbaar maken van de situatie zodat thuis (= ambulant) verder herstel kan volgen. Onderdeel van het plan is de begeleiding naar terugkeer thuis, dan wel richting zelfstandigheid;
dit hoofdresultaat wordt ingezet voor de duur van 1 jaar;
indien tijdens behandeling met verblijf blijkt dat aanvullend individuele therapie ingezet moet worden (EMDR, Cognitieve Gedragstherapie of Systeemtherapie) dan kan er een extra hoofdresultaat (nl. Intensieve Ambulante Gezinsbehandeling) toegekend worden. Verder is dit resultaat niet stapelbaar met lagere interventieniveaus.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam, of de symptomen hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn gedrags- en/of geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan.
De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn gedrags- en/of geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking in zijn dagelijks functioneren.
Voorkomen dat de gedrags- en/of geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen.
G2 Begeleiding verslaving
Voor jeugdigen en volwassenen
De begeleiding is gericht op het stabiel houden van de verslavingsproblematiek in brede zin. De inwoner leert omgaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Het betreft de afhankelijkheid van middelen en het kunnen omgaan met de eventuele gevolgen daarvan. Doelstelling is afbouw van de afhankelijkheid en het zo goed mogelijk functioneren in de maatschappij. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘verslaving’ in de ZRM.
De algemene beschrijving begeleiding (op pagina 15 en 16) is hier ook van toepassing.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is geen sprake van middelengebruik dan wel middelenmisbruik.
Mogelijke subresultaten
De inwoner is zelfstandig in staat om ondanks zijn verslaving te functioneren, zelfredzaam te blijven en te participeren.
De inwoner kan met ondersteuning ondanks de verslaving blijven functioneren en participeren.
Voorkomen dat de (potentiële) verslaving van de inwoner een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen.
G2 Ambulante behandeling verslaving
Voor jeugdigen
Bij jeugdigen betreft het behandeling van verslavingsproblematiek in brede zin. Het betreft de afhankelijkheid van middelen en het kunnen omgaan met de eventuele gevolgen daarvan. Doelstelling is afbouw van de afhankelijkheid en het zo goed mogelijk functioneren in de maatschappij. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘verslaving’ in de ZRM.
Randvoorwaarden
behandeling verslaving is gepositioneerd onder interventieniveau 5;
de behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling;
onderdeel van de subresultaten a en b en c is dat de ouders in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen;
subresultaat d heeft betrekking op de veiligheid van de jeugdige. Veiligheid is altijd een aandachtspunt en loopt dwars door alle interventies heen;
er is bij voorkeur sprake van een evidence based behandelmethodiek, maar in elk geval een bewezen effectieve methode.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is geen sprake van middelengebruik dan wel middelenmisbruik.
Mogelijke subresultaten
Jeugdige is zelfstandig in staat om met de verslavingsproblematiek om te gaan en geen middelen meer te gebruiken.
Jeugdige is zelfstandig in staat om ondanks zijn verslaving te functioneren, zelfredzaam te blijven en te participeren.
Jeugdige kan met ondersteuning ondanks de verslaving blijven functioneren en participeren.
Voorkomen dat de (potentiële) verslaving van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen.
G2 Behandeling met verblijf verslaving
Voor jeugdigen
De behandeling van de jeugdige is gericht op afbouw van de afhankelijkheid van middelen en het zo goed mogelijk kunnen functioneren in de maatschappij. Het gaat om behandeling van een stoornis in het gebruik van middelen. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘verslaving’ in de ZRM.
Het betreft complexe meervoudige problematiek, met ernstige medisch/psychische comorbiditeit, sociale desintegratie en/of een ernstige vorm van afhankelijkheid waardoor de jeugdige is aangewezen op behandeling met verblijf. De behandeling richt zich op zowel de verslaving als de onderliggende problematiek van de jeugdige.
Dit hoofdresultaat kent twee verblijfsvormen:
• verblijf met behandeling in de jeugdkliniek;
• verblijf met behandeling in de gezinskliniek.
Onderstaand een uiteenzetting van de specifieke kenmerken van beide verblijfsvormen. Het daarop volgende resultaat, de mogelijke subresultaten en de randvoorwaarden gelden voor zowel de jeugdkliniek als de gezinskliniek.
Jeugdkliniek
De klinische opname en behandeling is onderdeel van het ambulante zorgtraject. Hier wordt naast het afkicken van het middel, een aanzet gegeven voor het verbeteren van (systeem)relaties, het op gang brengen van een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling zoals eigenwaarde en zelfvertrouwen, het verwerken van (traumatische) gebeurtenissen uit het verleden en het oriënteren op de toekomst. Klinische en ambulante behandeling moeten hiervoor zo goed mogelijk op elkaar aansluiten.
Doelen van opname en behandeling in de jeugdkliniek zijn:
realiseren van abstinentie van middelen, gokken of gamen;
het uitvoeren van observatie en diagnostiek betreffende het verslavingsgedrag;
het in kaart brengen of diagnosticeren van comorbide problematiek;
het bevorderen van een gezonde ontwikkeling van jongeren en hun ouders;
het ontwikkelen van een gezonde leefstijl.
De klinische behandeling in de jeugdkliniek kent 2 onderdelen:
detox (3 tot 4 weken);
klinische vervolgbehandeling, gericht op het verbeteren van de leefstijl (max. 4 maanden).
Gezinskliniek
De gezinskliniek maakt het mogelijk dat ouder(s) die verslaafd zijn samen met hun kinderen van de leeftijd van 0-12 jaar opgenomen worden. De ouder(s) hebben drugs-, medicijn-, alcohol- en/of gokverslavingen (of een combinatie hiervan). De behandeling is zowel toegespitst op het systeem als op het individuele kind. Het gezin wordt integraal behandeld. Hiermee wordt transgenerationele overdracht van verslaving van ouders op kinderen doorbroken. In de behandeling wordt preventieve hulp aan de kinderen geboden en wanneer er al sprake is van een verslavingsprobleem wordt dat ook behandeld.
Doelen van opname en behandeling in de gezinskliniek zijn:
realiseren van abstinentie van middelen, gokken of gamen;
het uitvoeren van observatie en diagnostiek betreffende het verslavingsgedrag;
het in kaart brengen of diagnosticeren van comorbide problematiek;
het bevorderen van een gezonde ontwikkeling van jongeren en hun ouders;
het ontwikkelen van een gezonde leefstijl;
het geven van een voor de jongere passend behandeladvies.
De vergoeding voor intake en behandeling van de ouder(s) vanaf 18 jaar wordt vergoed door de basisverzekering. De kosten voor opname van, preventieve hulp aan en eventuele behandeling van het kind vallen onder de Jeugdwet. Als er meerdere kinderen uit het gezin worden opgenomen dan wordt voor ieder kind een indicatie afgegeven.
Randvoorwaarden
de behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouders tijdens het verblijf. Zo hebben ouders bijvoorbeeld de mogelijkheid om zorgtaken op zich te nemen, of deel te nemen aan activiteiten op de leefgroep. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Tijdens het verblijf draagt de aanbieder ook zorg voor contact met de school en andere betrokkenen om ondersteuning op elkaar af te stemmen;
dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat;
behandeling is altijd een onderdeel van dit resultaatgebied, er dient sprake te zijn van een behandelperspectief;
verwijzing naar intramurale behandeling is slechts aan de orde bij een hoog risico en/of hoge complexiteit bij vermoeden van een DSM-benoemde stoornis;
de behandeling is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin om daar binnen zijn/haar mogelijkheden gezond en veilig op te groeien;
verblijf in de 24-uurs behandelgroep is tijdelijk en onderdeel van een traject. De aanbieder draagt daarom zo spoedig mogelijk na opname zorg voor een ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouders/vertegenwoordigers, en is gericht op het beheersbaar maken van de situatie zodat thuis (= ambulant) verder herstel kan volgen. Onderdeel van het plan is de begeleiding naar terugkeer thuis, dan wel richting zelfstandigheid.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is geen sprake van middelengebruik dan wel middelenmisbruik.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige is zelfstandig in staat om met de verslavingsproblematiek om te gaan en geen middelen meer te gebruiken.
De jeugdige is zelfstandig in staat om ondanks zijn verslaving te functioneren, zelfredzaam te blijven en te participeren.
De jeugdige kan met ondersteuning ondanks de verslaving blijven functioneren en participeren.
Voorkomen dat de verslaving van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen.
Versterken van hechtingsgedrag bij de jeugdige.
Noot bij de subresultaten:
Subresultaten a, b en c zijn voor de jeugdkliniek, maar kunnen ook voor de gezinskliniek als de jeugdige zelf ook verslaafd is.
Subresultaat e is specifiek voor de gezinskliniek en meer in het bijzonder voor het kind / de jeugdige die niet verslaafd is.
G3 Gezond opgroeien/opvoeden
Voor jeugdigen en (deels) jongvolwassenen
Dit resultaatgebied heeft betrekking op de ondersteuning van zowel de ouders als de jeugdige. Het gaat om (ambulante) behandeling of begeleiding van de jeugdige en/of de ouders als er behoefte is aan opvoedingsondersteuning van de ouders of behandeling/begeleiding van de jeugdige met gedragsproblematiek.
We kennen de volgende ambulante hoofdresultaten onder G3
• vaktherapie op interventieniveau 4;
• ambulante gezinsbehandeling op interventieniveau 5;
• intensieve ambulante gezinsbehandeling op interventieniveau 6;
• medisch orthopedagogisch centrum op interventieniveau 7;
Verblijf
Er is onderscheid gemaakt tussen verblijf met behandeling en verblijf met begeleiding:
verblijf met behandeling opvoedingsproblematiek. Deze kent twee vormen:
gezinshulpverlening met verblijf op interventieniveau 8;
verblijf met behandeling gezinskliniek op interventieniveau 8
verblijf met begeleiding. Deze kent vijf vormen:
begeleid kamerwonen op interventieniveau 8
gezinshuis op interventieniveau 8
verblijf met begeleiding op interventieniveau 8;
verblijf met intensieve begeleiding op interventieniveau 8;
time out op interventieniveau 8
Crisis
We kennen geen apart hoofdresultaat crisis. Indien er sprake is van een crisis dan wordt direct het hoofdresultaat ingezet die het meest passend lijkt. Kan de crisis ambulant worden afgewend dan volgt een passend ambulant hoofdresultaat, is opname onafwendbaar dan volgt een hoofdresultaat op interventieniveau 8.
Randvoorwaarden voor alle vormen van verblijf
er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
aanbieders dienen zelf te beschikken over deskundig personeel dat deel uit maakt van een multidisciplinair team.
G3 Vaktherapie
Voor jeugdigen
Dit resultaat richt zich op enkelvoudige problematiek (van mild tot ernstig), of milde meervoudige problematiek, waarbij de ondersteuning niet multidisciplinair hoeft aangeboden te worden. Waar nodig is er wel afstemming of overleg met andere betrokkenen rond het gezin of de jeugdige. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress’ en/of ‘huiselijke relaties’ in de ZRM.
Vaktherapie richt zich op ondersteuning van zowel de ouders als de jeugdige. Vaktherapie is de overkoepelende naam voor de vaktherapeutische disciplines zoals beeldende -, dans-, drama-, muziek-, psychomotorische-, kinder- en speltherapie.
Vaktherapie is een behandelvorm, die uitgaat van doen en ervaren. Het non-verbale en ervaringsgerichte karakter van vaktherapie maakt het bijzonder geschikt voor kinderen en jeugdigen, die nog onvoldoende vaardigheden tot hun beschikking hebben om uiting te kunnen geven aan hun problemen of niet over hun problemen willen praten.
Het doel van vaktherapie is enerzijds klachtgericht, het gaat over het geestelijk en/of lichamelijke welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het opheffen, verminderen of accepteren van problematiek en om terugval en hernieuwde klachten zo veel mogelijk te voorkomen. Anderzijds is het doel persoonsgericht, namelijk om het welbevinden en de kwaliteit van leven en de persoonlijke ontwikkeling van de jeugdige te bevorderen.
Randvoorwaarden
vaktherapie is gepositioneerd onder interventieniveau 4;
de behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige;
onderdeel van de subresultaten b en c is dat de ouders in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen;
bij vaktherapie worden (bewezen) effectieve interventies ingezet;
therapie zoals met dieren, hulphonden, rots-en watertrainingen vallen niet onder vaktherapie en komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking;
dit hoofdresultaat is in principe niet stapelbaar met andere hoofdresultaten.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouders kunnen de situatie goed aan, de jeugdige is beter in staat om uiting te geven aan zijn/haar problemen. De jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige en/of het gezin kan de situatie goed aan en heeft alleen te maken met de dagelijkse, gebruikelijke beslommeringen.
De jeugdige en/of het gezin kan ondanks een ongewenste situatie zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
De jeugdige en/of het gezin kan ondanks de ontstane ongewenste situatie, met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
G3 Ambulante gezinsbehandeling
Voor jeugdigen
De ambulante gezinsbehandeling richt zich op enkelvoudige problematiek (van mild tot ernstig), of milde meervoudige problematiek, waarbij de ondersteuning niet multidisciplinair hoeft aangeboden te worden. Waar nodig is er wel afstemming of overleg met andere betrokkenen rond het gezin of de jeugdige. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress’ en/of ‘huiselijke relaties’ in de ZRM.
De behandeling richt zich op het verminderen dan wel stabiliseren van de problematiek en het verbeteren van het functioneren van de jeugdige en het omringende systeem.
Het traject ambulante gezinsbehandeling wordt afgegeven op urenbasis en heeft een maximale duur van 6 maanden met een maximale inzet van 50 uur.
Deze ondersteuning kan maximaal 1 keer verlengd worden.
Er wordt per gezin één indicatie afgegeven, en wel op naam van het oudste kind, omdat het hier altijd een systemische inzet op (een deel) van het gezin betreft.
Randvoorwaarden
ambulante gezinsbehandeling is gepositioneerd op interventieniveau 5;
de behandeling richt zich op het systeem waar het kind deel van uitmaakt;
ambulante gezinsbehandeling dient vorm gegeven te worden middels een ondersteuningsplan dat wordt opgesteld samen met de ouders en/of de jeugdige. Onderdeel van dit plan zijn afspraken die gemaakt worden met de ouders en/of jeugdige voor de periode na afronding van de behandeling. Hoe wordt recidive voorkomen? Hoe wordt geborgd dat de geleerde vaardigheden beklijven;
ouders kunnen een toekenning voor ondersteuning krijgen bij opvoedvraagstukken, indien er voor de jeugdige niet direct een toekenning voor een individuele voorziening is. Een toekenning voor de ouders op grond van de Wmo is niet noodzakelijk.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouders kunnen de situatie goed aan. De jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat.
Mogelijke subresultaten
Het gezin kan ondanks een ongewenste situatie zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
Het gezin kan, of beide ouders kunnen, ondanks de ontstane ongewenste situatie, met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
De jeugdige wordt voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of zelfstandig wonen.
G3 Intensieve ambulante gezinsbehandeling
Voor jeugdigen
De intensieve ambulante gezinsbehandeling richt zich op ernstige, meervoudige problematiek bij de jeugdige, waarbij de ondersteuning multidisciplinair aangeboden moet worden. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress’ en/of ‘huiselijke relaties’ in de ZRM.
De behandeling richt zich op het verminderen dan wel stabiliseren van de problematiek en het verbeteren van het functioneren van de jeugdige en het omringende systeem.
Onderwerp van de behandeling zijn zaken als ernstige gedragsproblematiek bij de jeugdige, opvoedvaardigheden bij ouders en/of de consequenties van een (v)echtscheiding.
Er wordt per gezin één indicatie afgegeven, en wel op naam van het oudste kind, omdat het hier altijd een systemische inzet op (een deel van) het gezin betreft.
Randvoorwaarden
intensieve ambulante gezinsbehandeling is gepositioneerd op interventieniveau 6;
de behandeling richt zich niet uitsluitend op het kind, maar ook op de andere leden van het systeem waar het kind deel van uitmaakt;
intensieve ambulante gezinsbehandeling wordt alleen ingezet indien voorliggende problemen opgelost zijn (denk hierbij aan; schuldsanering, emotie regulatie, oververmoeidheid, etc.). Constateert de aanbieder dat de basis niet op orde is, dan dient in overleg met de gemeentelijk toegang vastgesteld te worden hoe de basis eerst op orde gebracht kan worden. Dit kan betekenen dat de intensieve ambulante gezinsbehandeling vooralsnog niet wordt ingezet;
de intensieve ambulante gezinsbehandeling dient vorm gegeven te worden middels een ondersteuningsplan die wordt opgesteld samen met de ouders en/of de jeugdige. Onderdeel van dit plan zijn afspraken die gemaakt worden met de ouders en/of jeugdige voor de periode na afronding van de behandeling. Hoe wordt recidive voorkomen? Hoe wordt geborgd dat de geleerde vaardigheden beklijven;
ouders kunnen een toekenning krijgen voor ondersteuning bij opvoedvraagstukken, indien er voor de jeugdige niet direct een toekenning voor een individuele voorziening is. Een toekenning op naam van de ouder(s) op grond van de Jeugdwet is mogelijk;
dit hoofdresultaat wordt ingezet voor de duur van maximaal 1 jaar.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouders kunnen de situatie goed aan. De jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat.
Mogelijke subresultaten
Het gezin kan ondanks een ongewenste situatie zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
Het gezin kan, of beide ouders kunnen, ondanks de ontstane ongewenste situatie, met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
De jeugdige wordt voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of zelfstandig wonen.
G3 Medisch Orthopedagogisch Centrum
Voor jeugdigen
Doelstelling van het Medisch Orthopedagogisch Centrum (MOC) is stabilisatie van de situatie, het kind weer op het pad van een gezonde ontwikkeling te brengen en inzet van gespecialiseerde hulp in de latere ontwikkelingsfase van het kind te voorkomen of te beperken. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress’ en/of ‘huiselijke relaties’ in de ZRM.
Tijdens de dagbehandeling doet het kind positieve ervaringen op in het omgaan en spelen met andere kinderen. Binnen de dagbehandeling wordt een multidisciplinair aanbod gerealiseerd. Daarnaast worden bij de dagbehandeling verschillende vormen van therapieën aangeboden.
Aan de gezinssituatie wordt intensieve ambulante hulpverlening geboden, waarbij het doel is het gezin beter toe te rusten om een antwoord te geven op het specifieke gedrag van het kind. Kinderen die achterblijven in beweging, in spraak en taal of in contact met anderen kunnen extra hulp krijgen zoals fysiotherapie, logopedie, speltherapie of psychomotorische therapie. Er zijn kleine groepen met individuele aandacht.
Randvoorwaarden
de dagbehandeling van het MOC is gepositioneerd op interventieniveau 7;
de ondersteuning richt zich niet uitsluitend op het kind, maar ook op de andere leden van het systeem waar het kind deel van uitmaakt;
het dagprogramma betreft een integraal aanbod, gebaseerd op een multidisciplinair behandelplan. Onderwijs en behandeling worden zoveel als mogelijk op elkaar afgestemd. Aan de gezinssituatie wordt intensieve ambulante hulpverlening geboden, waarbij het doel is het gezin beter toe te rusten om een antwoord te geven op het specifieke gedrag van het kind;
er kan sprake zijn van complexe en meervoudige problemen die maken dat intensievere ondersteuning nodig is dan thuis of in een pleeggezin geboden kan worden;
dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats en voeding en de dagelijkse opvoeding en begeleiding bij onderwijs en vrijetijdsbesteding. Ook het specifiek opvoeden gelet op de problematiek maakt onderdeel uit van dit resultaatgebied;
er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
dit hoofdresultaat wordt ingezet voor de duur van een jaar;
dit hoofdresultaat wordt per kind ingezet omdat het zich richt op de problematiek van het individuele kind.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouders kunnen de situatie goed aan. De jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat.
Mogelijke subresultaten
Het gezin kan ondanks een ongewenste situatie zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
Het gezin kan ondanks de ontstane ongewenste situatie met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
De jeugdige wordt voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of zelfstandig wonen.
G3 Verblijf met behandeling opvoedingsproblematiek
Voor jeugdigen
De intramurale behandeling van de jeugdige is gericht op activiteiten in het kader van herstel of voorkoming van verergering van opvoedingsproblematiek (die gepaard kan gaan met hechtingstoornissen en trauma gerelateerde stoornissen) en het daarmee om kunnen gaan, waardoor verder herstel in de thuissituatie kan volgen. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress’ en/of ‘huiselijke relaties’ in de ZRM.
De behandeling is aan de orde als er sprake is van complexe problematiek, die niet persé geneeskundige deskundigheid vereist om de jeugdige nieuwe vaardigheden en/of gedrag aan te leren of deze te verbeteren.
Dit hoofdresultaat kent twee verblijfsvormen:
gezinshulpverlening met verblijf;
verblijf met behandeling in de gezinskliniek.
Onderstaand een uiteenzetting van de specifieke kenmerken van beide verblijfsvormen.
Het daarop volgende resultaat, de mogelijke subresultaten en de randvoorwaarden gelden voor zowel de gezinshulpverlening met verblijf als verblijf met behandeling in de gezinskliniek.
Gezinshulpverlening met verblijf
Gezinshulpverlening met verblijf heeft als doel het herstel van de ontwikkelmogelijkheden van jeugdige en gezinsleden door het creëren van een tijdelijke ruimte tussen jongere en zijn gezin van herkomst, zodat herstructurering van de betrekkingen plaats kan vinden (dit betekent als vanzelfsprekend dat alleen de jeugdige wordt opgenomen, niet het gezin).
Er vindt hulpverlening aan gezinnen plaats, als één (of meer) van de kinderen (minimale leeftijd 12 jaar) tijdelijk of structureel niet meer thuis kan (kunnen) wonen. Jeugdigen van wie de thuissituatie op het moment te ontregeld en/of onveilig is en/of van wie de problematiek (b.v. opstandig gedrag, schoolgang/dagbesteding, trauma, middelengebruik, hechting) ook aandacht behoeft voordat het verdere perspectief duidelijk kan worden.
De jeugdige wordt in een intramurale behandelgroep opgenomen, terwijl er aan gezinsbetrekkingen en andere aspecten van het gewone leven gewerkt wordt. De opname duurt maximaal 10 maanden.
De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouders tijdens het verblijf. Zo hebben ouders bijvoorbeeld de mogelijkheid om zorgtaken op zich te nemen, of deel te nemen aan activiteiten op de leefgroep. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige.
Indien het gezin niet in staat is een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige te organiseren, wordt de jeugdige voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of zelfstandig wonen. Indien dit niet mogelijk is wordt de jeugdige toegeleid naar een (tijdelijk) gezond opgroeiklimaat buiten het gezin.
Verblijf met behandeling in gezinskliniek
De gezinskliniek maakt het mogelijk dat ouder(s) samen met hun kinderen opgenomen worden. Er is sprake van meerdere problemen op diverse leefgebieden of bij meerdere gezinsleden. Die problemen zijn zo ernstig dat het functioneren van het gezin hierdoor beperkt is en de ontwikkeling en of veiligheid van het kind of de kinderen hierdoor wordt bedreigd.
De behandeling is zowel toegespitst op het systeem als op de ouders en het individuele kind. Het gezin wordt integraal behandeld. Hiermee wordt transgenerationele overdracht van problematiek van ouders op kinderen doorbroken. Het gezin verblijft van maandag tot en met vrijdag in de kliniek. In het weekend gaan ze naar huis. De opname duurt maximaal 80 etmalen.
Doelen van opname en behandeling in de gezinskliniek zijn:
ouder creëert een veilige omgeving voor jeugdige;
ontwikkeling en ontplooiing in gezins- en andere maatschappelijke verbanden zodat het gezin zich, eventueel met enige ondersteuning, een stabiele plek in de samenleving kan verwerven.
De vergoeding voor intake en behandeling van de ouder(s) vanaf 18 jaar wordt vergoed door de basisverzekering. De kosten voor opname van, preventieve hulp aan en eventuele behandeling van het kind vallen onder de Jeugdwet. Indien meerdere kinderen uit het gezin zijn opgenomen vallen de kosten van alle kinderen onder de Jeugdwet.
Randvoorwaarden (voor beide vormen van verblijf met behandeling)
dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat;
tijdens het verblijf draagt de aanbieder ook zorg voor contact met de school en andere betrokkenen om ondersteuning op elkaar af te stemmen;
behandeling is altijd een onderdeel van dit resultaatgebied, er dient sprake te zijn van een behandelperspectief;
er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
verwijzing naar intramurale behandeling is slechts aan de orde bij een hoog risico en/of hoge complexiteit;
verblijf in de 24-uurs behandelgroep is tijdelijk en onderdeel van een traject. De aanbieder draagt daarom zo spoedig mogelijk na opname zorg voor een ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouders/vertegenwoordigers, en is gericht op het beheersbaar maken van de situatie zodat ambulant verder herstel kan volgen;
dit resultaat is niet stapelbaar met lagere interventieniveaus.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouders kunnen de situatie goed aan. De jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat.
Mogelijke subresultaten (voor beide vormen van verblijf met behandeling)
Het gezin kan ondanks een ongewenste situatie zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
Het gezin kan ondanks een ontstane ongewenste situatie met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
G3 Verblijf met begeleiding – algemene inleiding
Voor jeugdigen
Binnen het sociaal domein is alles gericht op het zoveel als mogelijk organiseren van ondersteuning in de eigen woonsituatie en leefomgeving. In deze lijn willen we dat verblijf met begeleiding op termijn en indien mogelijk een voorbereiding is op terugkeer naar de thuissituatie of naar zelfstandig wonen.
De individuele begeleiding beperkt zich niet tot de jeugdige maar moet ook gericht zijn op andere leden van het systeem omdat ook zij om moeten kunnen gaan met de problematiek van de jeugdige (ongeacht of de jeugdige terugkeert naar de thuissituatie of voorbereid wordt op zelfstandig wonen).
Tijdens het verblijf dient de leefomgeving van de jeugdige zoveel als mogelijk in stand worden gehouden en betrokken worden bij de begeleiding van de jeugdige. Denk daarbij aan het volgen van onderwijs of naar het werk gaan.
Verblijf met begeleiding kent 5 vormen:
gezinshuis op interventieniveau 8;
verblijf met begeleiding op interventieniveau 8;
begeleid kamer wonen op interventieniveau 8;
verblijf met intensieve begeleiding op interventieniveau 8;
time out op interventieniveau 8.
G3 Verblijf met begeleiding – Gezinshuis
Voor jeugdigen
Onder het resultaat gezinshuis verstaan we wonen inclusief begeleiding van een jeugdige binnen een gezinshuis. Het gaat om jeugdigen waarbij sprake is van problemen die maken dat intensievere ondersteuning nodig is dan thuis of in een pleeggezin geboden kan worden. Het doel is om de jeugdige zo normaal mogelijk op te voeden en daarnaast professionele begeleiding door de gezinshuisouders te bieden. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress en/of huiselijke relaties’ in de ZRM.
De jeugdigen worden opgevangen in een gezin waar ze 24 uurs professionele zorg ontvangen. Zo kunnen ze (mogelijk) in hun vertrouwde omgeving blijven wonen en naar school blijven gaan. Afhankelijk van de zorgzwaarte wonen in een gezinshuis gemiddeld 3 tot 6 uithuisgeplaatste kinderen samen met de gezinshuisouders (en hun eigen kinderen). De gezinshuisouders zijn de vaste opvoeders en vormen de vaste basis. Ze bieden naast veiligheid en rust ook professionele begeleiding/ toezicht. Anders dan in een pleeggezin zijn de gezinshuisouders professionele opvoeders.
Randvoorwaarden
afhankelijk van de zorgzwaarte wonen er gemiddeld 3 tot 6 uithuisgeplaatste kinderen in het gezinshuis samen met de gezinshuis ouders en eventuele eigen kinderen;
de begeleiding richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de begeleiding. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouders tijdens het verblijf. Betrekken bij de begeleiding betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige;
de begeleiding is gericht op herstel van het gewone leven. We beschouwen het hebben van een zinvolle daginvulling als essentieel in het leven van de jeugdige.
dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat;
er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
dit resultaat is stapelbaar met lagere interventieniveaus.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoed- en opgroeivragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. Jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige keert terug naar de thuissituatie en het (pleeg)gezin kan zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
De jeugdige keert terug naar de thuissituatie en het (pleeg)gezin kan met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
De jeugdige is voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of begeleid kamer wonen.
De jeugdige heeft (tijdelijk) een gezond opgroeiklimaat buiten het gezin.
G3 Verblijf met begeleiding
Voor jeugdigen
Onder verblijf met begeleiding verstaan we wonen inclusief begeleiding van een jeugdige binnen een woongroep (in tegenstelling tot een gezinshuis zijn hier geen vaste gezinshuisouders die 24 uur per dag aanwezig zijn). Het gaat om jeugdigen die vanwege hun problematiek (nog) niet zelfstandig kunnen wonen en 24 uurs toezicht nodig hebben. Dat betekent dat er altijd begeleiders aanwezig zijn. Het doel is om de jeugdige zo normaal mogelijk op te voeden en daarnaast professionele begeleiding te bieden met een systeemgerichte aanpak. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress en/of huiselijke relaties’ in de ZRM.
Randvoorwaarden
de begeleiding richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de begeleiding. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouders en/of (gezins-)voogd tijdens het verblijf. Betrekken bij de begeleiding betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige;
indien er sprake is van een woonvorm waarin ouder(s) met kinderen verblijven en de kinderen over een zelfstandige woonruimte (dat is meer dan alleen een slaapkamer) beschikken, is er per kind een (vastgesteld) aanvullende financiering beschikbaar voor de kosten van bed, bad en brood. Deze aanvullende financiering geldt alleen indien deze niet wordt vergoed van uit een BW- of WLZ-beschikking van de ouder;
de begeleiding is gericht op herstel van het gewone leven. We beschouwen het hebben van een zinvolle daginvulling als essentieel in het leven van de jeugdige. Uitgangspunt is dat de aanbieder zorg draagt voor deze daginvulling. Dit in samenwerking met onderwijs/ leerplicht, we gaan er vanuit dat de jeugdigen onderwijs volgen en tenminste een startkwalificatie halen;
dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat;
de aanbieder houdt 24 uur per dag toezicht. Overdag is er een minimale personele inzet van 1 medewerker op 4 jeugdigen (tijdens de aanwezigheid van de jeugdigen). Afhankelijk van het zelfstandigheidsniveau (wordt bepaald door de aanbieder) van de jeugdigen zijn er in de avond 1 medewerker op 4 jeugdigen en in de nacht 1 medewerker op 8 jeugdigen aanwezig;
er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
de aanbieder draagt zorg voor eventueel vervoer (bijvoorbeeld van en naar huisarts en vrijetijdsbesteding);
verblijf met begeleiding is tijdelijk en onderdeel van een traject. De aanbieder draagt zorg voor een begeleidingsplan. Dit begeleidingsplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouders/vertegenwoordigers, en is gericht op het beheersbaar maken van de situatie. Onderdeel van het plan is toewerken naar een duidelijk toekomstperspectief;
dit resultaat is stapelbaar met lagere interventieniveaus voor behandeling.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoed- en opgroeivragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. Jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige keert terug naar de thuissituatie en het gezin kan zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
De jeugdige keert terug naar de thuissituatie en het gezin kan met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
De jeugdige is voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of begeleid kamer wonen.
De jeugdige heeft (tijdelijk) een gezond opgroeiklimaat buiten het gezin.
G3 Begeleid kamer wonen (voorheen Z1C)
Voor jeugdigen en (jong)volwassenen
Onder begeleid kamer wonen verstaan we wonen op locatie van de aanbieder of woonruimte gefinancierd door de aanbieder inclusief begeleiding van jeugdigen/(jong)volwassenen richting zelfstandigheid/ zelfstandig wonen. Dit hoofd-resultaat is zowel in te zetten op grond van de Jeugdwet als op grond van de Wmo. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘huisvesting’ in de ZRM.
Randvoorwaarden
de ondersteuning is er op gericht om zelfstandig te worden op sociaal, maatschappelijk en praktisch gebied. De aanbieder helpt de jeugdige om zijn of haar vaardigheden maximaal te ontwikkelingen zodat de jeugdige zich weet te redden op verschillende leefgebieden;
de jeugdige is leerbaar en de ondersteuning is eindig;
de minimale (ontwikkelings)leeftijd van de jeugdige is 16 jaar. Er wordt tijdig geanticipeert op het bereiken van de 18-jarige leeftijd van de jeugdige. Met het bereiken van de leeftijd van 18 jaar verandert er immers heel veel voor de jeugdige.
het einddoel is altijd zelfstandig wonen;
de begeleiding is gericht op herstel van het gewone leven. We beschouwen het hebben van een zinvolle daginvulling als essentieel in het leven van de jeugdige. Uitgangspunt is dat de aanbieder zorg draagt voor deze daginvulling. Dit in samenwerking met onderwijs/ leerplicht, we gaan er vanuit dat de jeugdigen onderwijs volgen en tenminste een startkwalificatie halen;
dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat;
de aanbieder is 24 uur per dag bereikbaar. Overdag is er een minimale personele inzet van 1 medewerker op 4 jeugdigen (tijdens de aanwezigheid van de jeugdigen). Afhankelijk van het zelfstandigheidsniveau (wordt bepaald door de aanbieder) van de jeugdigen is er in de avond 1 medewerker op 4 jeugdigen. De aanbieder dient achterwacht te organiseren in verband met 24-uurs bereikbaarheid. Mocht dit in verband met het zelfstandigheidsniveau van de jeugdigen niet toereikend zijn, dan dient 24-uurs toezicht te worden georganiseerd;
de aanbieder draagt zorg voor eventueel vervoer (bijvoorbeeld van en naar huisarts en vrijetijdsbesteding);
er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
begeleid kamerwonen is tijdelijk en onderdeel van een traject.
dit resultaat is stapelbaar met lagere interventieniveaus.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De jeugdige is zelfredzaam en heeft veilige en toereikende huisvesting dat wil zeggen een regulier (huur)contract en autonome zelfstandige huisvesting.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige/(jong)volwassene woont volledig zelfstandig.
De jeugdige/(jong)volwassene kan met ondersteuning zelfstandig wonen.
Voorkomen dat jeugdige/(jong)volwassene naar een beschermde woonvorm moet, niet meer zelfstandig kan wonen of dakloos wordt.
G3 Verblijf met intensieve begeleiding
Voor jeugdigen
Onder verblijf met intensieve begeleiding verstaan we wonen inclusief begeleiding van een jeugdige binnen een woongroep. Het gaat om jeugdigen die vanwege hun problematiek (nog) niet zelfstandig kunnen wonen en 24 uurs toezicht nodig hebben. Dat betekent dat er altijd begeleiders aanwezig zijn. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress en/of huiselijke relaties’ in de ZRM.
Het doel is om de jeugdige zo normaal mogelijk op te voeden en daarnaast professionele begeleiding te bieden met een systeemgerichte aanpak.
De problematiek van de jeugdige verloopt wisselend, is crisisgevoelig en niet voorspelbaar. Veelal zijn er vaardigheidstekorten op bijvoorbeeld het gebied van zelfredzaamheid, sociale agressieregulatie en zijn er problemen op meerdere levensgebieden.
Naast de problematiek van de jeugdige zelf is er sprake van een onveilige of instabiele opvoed- en opgroeiomgeving en een ernstige verstoorde balans in de draagkracht en de draaglast.
Bij (één van de) ouders/opvoeders kan sprake zijn van verstandelijke, psychiatrische/verslavingsproblemen, ernstige relatieproblemen. Er is veelal sprake van verstoorde gezagsverhouding, pedagogische onmacht en/of verwaarlozing/ mishandeling. De inschatting is dat het perspectief van de jeugdige op het moment van indiceren (tijdelijk) niet meer thuis ligt.
Bij verblijf met intensieve begeleiding gaat het om het bevorderen, het behouden van of het compenseren van de zelfredzaamheid van de jeugdige. De jeugdige kan niet geplaatst worden in andere vormen van verblijf (zoals pleegzorg, gezinshuis of andere vormen van verblijf met begeleiding) omdat:
jeugdige om aantoonbare redenen alleen in een kleine groep kan wonen en
structureel intensieve begeleiding nodig heeft van een SKJ-geregistreerde professional.
De behandelcomponent valt in principe niet onder wonen met intensieve begeleiding, tenzij dit integraal onderdeel uitmaakt van de woonvoorziening. Indien aan de orde kan voor ambulante behandeling (bij een andere aanbieder) een aanvullende indicatie gegeven worden.
Randvoorwaarden
de intensieve begeleiding richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de begeleiding. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouders en/of (gezins-)voogd tijdens het verblijf. Betrekken bij de begeleiding betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige;
de begeleiding is gericht op herstel van het gewone leven. We beschouwen het hebben van een zinvolle daginvulling als essentieel in het leven van de jeugdige. Uitgangspunt is dat de aanbieder zorg draagt voor deze daginvulling. Dit in samenwerking met onderwijs/ leerplicht, we gaan er vanuit dat de jeugdigen onderwijs volgen en tenminste een startkwalificatie halen;
dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat;
tijdens het verblijf dient de leefomgeving van de jeugdige zoveel als mogelijk in stand worden gehouden en betrokken worden bij de begeleiding van de jeugdige. We verwachten dat de jeugdige onderwijs blijft of gaat volgen om uiteindelijk de startkwalificatie te behalen. In uitzonderlijke gevallen biedt arbeid of arbeidsmatige dagbesteding de noodzakelijke dagstructuur;
in de woongroep wordt zo veel mogelijk een gezinssituatie nagestreeft. Het maximaal aantal kinderen op een groep bedraagt in principe 6;
er is structureel een gedragswetenschapper betrokken bij de trajecten;
er is 24 uur per dag toezicht. Overdag is er minimaal één SKJ-geregistreerde professional aanwezig. Vanzelfsprekend is er gedurende de nacht sprake van toezicht en is achterwacht geregeld;
er zijn afspraken hoe om te gaan met crisissituaties als dat aan de orde is;
er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
de aanbieder draagt zorg voor eventueel vervoer (bijvoorbeeld van en naar huisarts en vrijetijdsbesteding);
verblijf met intensieve begeleiding is tijdelijk en onderdeel van een traject.;
dit resultaat is stapelbaar met lagere interventieniveaus voor behandeling.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoed- en opgroeivragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige keert terug naar de thuissituatie en het gezin kan zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren.
De jeugdige keert terug naar de thuissituatie en het gezin kan met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren .
De jeugdige is voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of begeleid kamer wonen en/of andere vorm van verblijf met begeleiding.
De jeugdige heeft (tijdelijk) een gezond opgroeiklimaat buiten het gezin.
G3 Time out
Voor jeugdigen en jongvolwassenen
Time out is bedoeld voor jeugdigen en jongvolwassenen met complexe gedrags-problematiek waarbij het noodzakelijk is dat de jeugdige een periode buiten de eigen woonsituatie en leefomgeving verblijft. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress’ en/of ‘huiselijke relaties’ in de ZRM.
Er is sprake van complexe en meervoudige problematiek die maken dat intensievere ondersteuning nodig is dan ambulant geboden kan worden. De jeugdige of jongvolwassene verblijft tijdelijk ergens anders (time out). Dit betreft verblijf. Dit tijdelijk verblijf kan ook in het buitenland zijn.
Het verblijf is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin of jongvolwassene naar zelfstandig wonen om daar binnen zijn/haar mogelijkheden op te groeien. Time out is tijdelijk van aard en onderdeel van een traject.
Een time out voorziening is mogelijk vanuit de Jeugdwet en Wmo als geen aanspraak gemaakt kan worden op de zorgverzekeringswet, Passend Onderwijs, Wet Langdurige Zorg of enige andere wettelijke regeling.
Dit hoofdresultaat ziet niet op de time out die wel eens wordt ingezet binnen Beschermd Wonen. Binnen Beschermd Wonen kan er ook behoefte zijn aan een time out. Als er sprake is van een dergelijke situatie, dan maken aanbieders beschermd wonen hier onderling afspraken over (mogelijkheden en financiën). Time out betreft in die situatie een kortdurende interventie binnen het hoofdresultaat Beschermd Wonen met als doel dat de inwoner daarna weer verder kan met beschermd wonen bij de primaire aanbieder.
Randvoorwaarden
dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige of jong-volwassene, zoals het bieden van een slaapplaats en voeding en de dagelijkse verzorging van de jeugdige of jongvolwassene;
voor het verblijf geldt dat de begeleiding en persoonlijke verzorging afgestemd dient te zijn op de leeftijd, ontwikkeling en/of beperking van de jeugdige of jongvolwassene;
de begeleider heeft contact met het thuisfront en houdt hen op de hoogte van de resultaten;
het thuisfront wordt gedurende het traject begeleid om terugkeer in het gezin te bewerkstelligen. De ondersteuning bij terugkeer in het gezin is een integraal onderdeel van time out;
er is 24 uur per dag professionele begeleiding aanwezig;
professionele ondersteuning die al betrokken is bij de cliënt of cliëntsysteem wordt zo optimaal mogelijk benut;
een jeugdige/jongvolwassene mag één keer een time out traject volgen.
voorbereiding op deelname aan één of andere vorm van maatschappelijke participatie van de jeugdige/jongvolwassene is een integraal onderdeel;
er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
de tarieven zijn inclusief verblijf;
de aanbieder is verantwoordelijk voor het organiseren van vervoer naar een externe locatie. Hierbij dient begeleiding aanwezig te zijn;
de duur van het totale traject bedraagt maximaal 1 jaar;
dit resultaat is niet stapelbaar.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam of de symptomen van de problematiek hebben beperkt invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen.
Mogelijke subresultaten
Het gezin kan met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige/jongvolwassene organiseren.
De jeugdige/jongvolwassene is voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of zelfstandig wonen.
G4 Dyslexie
Voor jeugdigen
Dit resultaatgebied heeft betrekking op diagnosestelling en behandeling van dyslexie. De behandeling is gericht op het vergroten van leesvaardigheid, het opheffen of verminderen van de beperking, het omgaan met de beperking en het voorkomen van nadelige gevolgen ervan. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM.
Randvoorwaarden
slechts indien sprake is van ernstige enkelvoudige dyslexie (EED) kan er sprake zijn van behandeling van dyslexie;
randvoorwaarden twaalf Drentse gemeenten:
vanaf 1 januari 2017 zal de dyslexiezorg worden gecontracteerd op basis van een vaste trajectprijs voor zowel diagnostiek als behandeling. De kaders voor dyslexiezorg en de bijbehorende trajectprijzen zijn voor de beide Drentse regio’s gelijk. De voorwaarden en zorgroute zoals die voor de dyslexiezorg golden in de contractperiode 2015-2016 zijn ook van toepassing voor de nieuwe contractperiode vanaf 2017. Dit is verwoord in het document ‘Dyslexiezorg in Drenthe’ versie mei 2016. De raamovereenkomst voor dyslexie zal worden aangegaan voor het jaar 2017 met de mogelijkheid tot eenzijdige verlenging voor het jaar 2018;
dyslexiezorg is in Drenthe beschikbaar voor kinderen tot en met 13 jaar;
dyslexiezorg in Drenthe is vormgegeven conform het geldende protocol ‘Dyslexie Diagnostiek & Behandeling versie 2.0’ uit 2013;
de diagnose valt binnen interventieniveau 4;
de behandeling EED valt binnen interventieniveau 5;
voortraject: basisscholen in Drenthe dragen zorg voor de begeleiding en ondersteuning van leerlingen met lees- en spellingsproblemen. Zij doen dit vanuit de protocollen leesproblemen en dyslexie (masterplan Dyslexie) en geven dit vorm volgens het onderwijscontinuüm waarbij begeleiding van kinderen met leesproblemen op 4 zorgniveaus wordt uitgevoerd;
verwijzing en diagnose: mocht naar aanleiding van de uitgevoerde protocollen (testresultaten) blijken dat de problematiek zodanig is dat inzet op zorgniveau 3 niet meer toereikend is, dan heeft de school of het schoolbestuur (afhankelijk van de keuze die schoolbesturen maken) de mogelijkheid om, in overleg met ouders, de leerling aan te melden voor gespecialiseerd zorgaanbod om een diagnose uit te voeren gericht op het vaststellen van EED;
diagnose en behandeling: mocht er na de diagnose gestart worden met een behandeling dan vindt er tijdens de behandeling afstemming plaats tussen behandelaar en school, zodat ondersteuning en begeleiding vanuit school afgestemd kan worden op de behandeling. Wanneer na de diagnose blijkt dat er geen sprake is van EED vindt er eveneens een terugkoppeling plaats richting de school waarbij gekeken wordt welke andere ondersteuning, begeleiding mogelijk vanuit school gewenst is. In beide gevallen gebeurt dit uiteraard in afstemming met ouders.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM)
De jeugdige is in staat om zelfstandig met zijn beperkingen vanwege dyslexie in het dagelijks functioneren om te gaan.
Mogelijke subresultaten
De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren een zo hoog mogelijk niveau van technisch lezen en spellen te bereiken.
De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met een laag niveau van technisch lezen.
Voorkomen dat problemen van dyslexie leiden tot intellectuele achterstand in verhouding tot de individuele mogelijkheden van het kind en/of verminderen van emotionele en sociale gevolgen.
Beschermd wonen en Thuiswonen+
Voor volwassenen
Dit resultaatgebied wordt uitgevoerd door de centrumgemeente Assen. De uitvoeringsregels zijn opgenomen in de nadere regels van de gemeente Assen.
Artikel 3.Interventieniveaus
Naast de hoofd- en subresultaten gebruiken gemeenten interventieniveaus om de intensiteit van de ondersteuning aan te duiden. De interventieniveaus maken het mogelijk om het op- en afschalen van ondersteuning te kunnen monitoren.
Niveau 1-3
De toegang is in de uitvoering verantwoordelijk voor informatie, advies, preventie en vrij toegankelijke lichte vormen van ondersteuning.
Niveau 4 ambulant, generalistisch
Jeugd: Ondersteuningsvraag gericht op een mild enkelvoudig probleem/ondersteuning op het gebied van de ontwikkeling of opvoeding van jeugdige
Wmo: Ondersteuningsvraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op een mild enkelvoudig probleem in een leefgebied
Het betreft enkelvoudige problematiek of laagfrequente ondersteuning
Niveau 5 ambulant, specialistisch
Jeugd: Ondersteuningsvraag gericht op een ernstig enkelvoudig probleem of meervoudige problematiek op het gebied van de ontwikkeling of opvoeding van jeugdige
Wmo: Ondersteuningsvraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op een ernstig enkelvoudig probleem in een leefgebied of gericht op meerdere leefgebieden of meervoudige problematiek
Niveau 6 ambulant, intensief specialistisch
Jeugd: Ondersteuningsvraag gericht op complexe meervoudige problematiek op het gebied van de ontwikkeling of opvoeding van jeugdige, waarbij de verschillende probleemgebieden door elkaar heen lopen en elkaar beïnvloeden (diffuus beeld)
Wmo: Ondersteuningsvraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op complexe meervoudige problematiek, waarbij de problematiek op de verschillende leefgebieden door elkaar heen lopen en elkaar beïnvloeden (diffuus beeld)
De complexiteit vloeit voort uit een combinatie van onderstaande factoren:
er is sprake van meervoudige problematiek op verschillende leefgebieden die elkaar negatief beïnvloeden;
de problematiek is diffuus;
de inwoner is niet in staat of bereid om de ondersteuningsvraag te formuleren (onwil dan wel onmacht);
de sociale omgeving/gezin is niet in staat of bereid om mee te werken.
De ondersteuning is kortdurend en gericht op het stabiliseren van de situatie.
Niveau 7 daghulp
Jeugd: Ondersteuningsvraag jeugdige gericht op dagbehandeling, dagdeelbehandeling, dagbegeleiding of dagbesteding
Wmo: Ondersteuningsvraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op dagbesteding en dagbegeleiding, en de complexe meervoudige problematiek raakt het hele gezin.
De ondersteuning in de vorm van dagbesteding wordt hoofdzakelijk buitenshuis geboden gedurende een dag of dagdeel. De dagbegeleiding betreft intensieve ambulante begeleiding. Voor de voorwaarden zie G1 Gezondheid begeleiding.
Niveau 8 Verblijf met bed
Jeugd: Ondersteuningsvraag jeugdige gericht op (deeltijd) verblijf met bed in een residentiële voorziening, met of zonder behandeling of ondersteuningsvraag jeugdige gericht op pleegzorg.
Wmo: Ondersteuningsvraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op (deeltijd) verblijf met bed binnen een 24-uurssetting met begeleiding en/of toezicht
De ondersteuning wordt buitenshuis geboden gedurende 24 uur per dag.
HOOFDSTUK 3
Artikel 2
Domeinen en resultaatgebieden
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Noordenveld 2020