Algemene Plaatselijke Verordening
Op basis van artikel 3:11a van de APV is het toegestaan één seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. In hoofdstuk 3 van de APV is omschreven aan welke voorwaarden een dergelijk bedrijf moet voldoen om een vergunning te verkrijgen en te behouden. Bij het exploiteren van een seksinrichting zonder vergunning kan de burgemeester op basis van artikel 3:4, eerste lid APV optreden.
De burgemeester verleent de exploitatievergunning voor een seksinrichting en het college voor een escortbedrijf. Zij beschikken over verschillende bestuurlijke middelen om de belangen van de openbare orde en veiligheid, gezondheid en zedelijkheid te beschermen. In bepaalde situaties kan de vergunning ter bescherming van deze belangen worden ingetrokken of de seksinrichting worden gesloten.
Wet regulering sekswerk
Op dit moment ligt er een wetsvoorstel genaamd ‘Wet regulering sekswerk’. Dit wetsvoorstel is door de Eerste Kamer aangehouden, omdat er in het regeerakkoord van Rutte III is afgesproken dat ter voorkoming van misstanden in de prostitutiebranche nadere afspraken gemaakt moeten worden. Het wetsvoorstel moest onder andere aangepast worden omdat er nu geen vergunningplicht in is opgenomen voor zelfstandig werkende sekswerkers. Zo zullen alle vormen van bedrijfsmatige seksuele dienstverlening vergunningplichtig worden en zal er een wettelijke grondslag komen voor intakegesprekken om misstanden te voorkomen. De consequenties van eventuele wijzigingen in dit wetsvoorstel voor (lokaal) prostitutiebeleid zijn nu nog onduidelijk. De nadere interpretatie van het regeerakkoord en de daarbij behorende stappen zullen op termijn duidelijk worden. De verwachting is dat de Wet regulering sekswerkers in 2021 in werking zal treden.
Wetboek van strafrecht
In artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht is het verbod op mensenhandel opgenomen. In dit artikel wordt onder mensenhandel verstaan: “Het werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon, met gebruik van dwang (in brede zin) en met het doel die persoon uit te buiten”.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.4