Mensenhandel kan worden gedefinieerd als het werven, vervoeren of verhandelen van mensen tegen hun wil met als doel het uitbuiten van deze mensen. Mensenhandel is verboden en strafbaar op grond van artikel 273f WvSr. Seksuele uitbuiting is ook een vorm van mensenhandel, die zich zowel in de Nederlandse niet-vergunde als vergunde prostitutiesector voordoet.
Het is van belang dat we als gemeente daar waar mogelijk mensenhandel en seksuele uitbuiting bestrijden. Dit vanwege de slachtoffers die deze vorm van criminaliteit maakt en het ondermijnende effect dat mensenhandel heeft op de legale structuren in onze samenleving. Bij de aanpak van mensenhandel werken ketenpartners, zoals de politie, het OM, de Inspectie SZW en de gemeente integraal samen. De gemeente heeft hierbij een verantwoordelijkheid op het gebied van preventie, signalering, handhaving en hulpverlening. De gemeente heeft hiervoor bestuursrechtelijke instrumenten tot haar beschikking, zoals de APV, bestemmingsplannen en de Wet Bibob. Ook dit prostitutiebeleid kan worden beschouwd als een instrument om mensenhandel in de prostitutiesector te signaleren en voorkomen. Daarnaast biedt de handhavingsstrategie (zie hoofdstuk 5) de mogelijkheid om handhavend op te treden tegen mensenhandel in de vergunde prostitutie.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1