Bij het bepalen van de parkeereis bij een bouwplan worden de volgende stappen doorlopen:
Stap 1) Bepalen normatieve parkeerbehoefte
Om de parkeervraag (gespreid over de week) van een bouwontwikkeling te berekenen wordt de omvang van de functie vermenigvuldigd met de parkeernorm van een specifieke functie. Wanneer binnen een ontwikkeling verschillende functies gerealiseerd worden, geldt dat de parkeervraag wordt berekend door de omvang van de losse functies te vermenigvuldigen met de bijbehorende parkeernorm, en deze, wederom verspreid over de week, bij elkaar op te tellen. De parkeereis wordt vervolgens gelijkgesteld aan het maximum over de week van de parkeerbehoefte van de functies gezamenlijk. De parkeereis moet gezien worden als het minimum aantal te realiseren parkeerplaatsen. Het is aan de initiatiefnemer om zo nodig meer te realiseren.
Stap 2) Toetsen op dubbelgebruik
Er wordt alleen rekening gehouden met dubbel gebruik als de parkeergelegenheid toegankelijk is voor de verschillende doelgroepen. Als parkeerplaatsen niet kunnen worden gebruikt voor dubbelgebruik (bijvoorbeeld omdat parkeerplaatsen exclusief bij een woning gekocht zijn) worden deze buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de maatgevende parkeerbehoefte. De netto parkeerbehoefte wordt bepaald door het aantal parkeerplaatsen dat niet in aanmerking komt voor dubbelgebruik op te tellen bij de parkeerbehoefte op het maatgevend moment. Dubbelgebruik is alleen mogelijk binnen deze nota bepaalde loopafstanden (bijlage 4).
Stap 3) Rekening houden met de oorspronkelijke situatie (salderen)
Bij het voorzien in de parkeerbehoefte van verbouw (al dan niet in combinatie met functiewijziging) kan in zekere zin rekening worden gehouden met de parkeeroplossing van de oorspronkelijke situatie. Hierbij gaat het vooral om het beroep dat vanuit de oorspronkelijke functie werd gedaan op de openbare ruimte. Bij het salderen van de parkeeroplossing gelden de volgende uitgangspunten:
De meest actuele parkeernormen worden gebruikt om de parkeervraag van zowel de nieuwe - als de oude functie te bepalen.
Voor het bepalen van de parkeerbehoefte in de oorspronkelijke situatie is de meest recente actieve functie leidend. Tijdelijk gebruik wordt buiten beschouwing gelaten.
Salderen is alleen toegestaan als een bestaand pand (of delen daarvan) blijft bestaan (in dan niet in combinatie met een andere functie). (zie ook 3.3)
Stap 4) Voor de binnenstad wordt de parkeereis afgekocht middels een storting in het parkeerfonds. Voor Overstad hebben de ontwikkelaars de keuze om de parkeereis af te kopen.
Tabel 1: Wanneer mag salderen?
Situatie
Geen functiewijziging
Functiewijziging
Pand blijft (deels) staan
Salderen mag
Salderen mag
Pand wordt gesloopt
Salderen mag niet
Salderen mag niet
Bovenstaande regels zijn schematisch opgenomen in het Protocol uit bijlage 7.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1