Naar hoofdinhoud
Burgemeester en wethouders van de gemeente Ommen; Gelet op artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Ommen 2013; Besluit: Vast te stellen de "Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Ommen 2020" HOOFDSTUK 1 Inleidende bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: 1. Kinderopvang Aanbod kinderopvang vanuit een landelijk geregistreerd kinderdagverblijf in de zin van Wet kinderopvang; 2. Peuteropvang Een ontwikkelingsgericht aanbod voor kinderen waarmee op basis van een gericht programma de ontwikkeling van het kind gestimuleerd wordt, in het bijzonder op de gebiedentaal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling; 3. Kinderdagopvang Aanbod kinderopvang vanuit een landelijk geregistreerd kinderdagverblijf, peuterspeelzaal of gastouder in de zin van Wet kinderopvang gedurende maximaal 6 uur per dagdeel; opvang voor kinderen die nog niet naar de basisschool gaan; 4. Voorschoolse educatie (VE) Een aanbod kinderopvang gericht op kinderen van 2,5 tot 4 jaar oud als bedoeld in artikel 166, eerste en tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en dat voldoet aan de kwaliteitseisen van Wet kinderopvang, Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en waarin gewerkt wordt met een erkend VVE-programma en gecertificeerde pedagogisch medewerkers (pmw’ers); 5. Peuterplaats peuteropvang Een aanbod peuteropvang gedurende 1 of 2 dagdelen van 2,5 uur per dagdeel op twee verschillende dagen per week gedurende 40 weken per jaar; 6. Peuterplaats VE Een aanbod voorschoolse educatie gericht op doelgroep peuters VE van tenminste 960 uur verdeeld over 1,5 jaar met een maximum van 48 weken per jaar en 6 uur per dag; 7. Doelgroep peuters VE Peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar, die in aanmerking komen voor een aanbod voorschoolse educatie op grond van door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde criteria; 8. VVE-programma Een erkend voorschools programma waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling van kinderen wordt gestimuleerd van kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling, voor zover dit programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut; 9. Gecertificeerde pmw’er Een pedagogisch medewerker die voldoet aan het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en die in bezit is van een VVE-certificaat of een bewijs van een afgeronde VVE-module van een erkend VVE-programma; 10. Voorziening Het aanbod peuteropvang of voorschoolse educatie zoals een instelling dat op een specifieke locatie aanbiedt; 11. Kalenderjaar Het jaar waar de subsidie betrekking op heeft; 12. Aanvrager Een rechtspersoon die peuterplaatsen peuteropvang en/of voorschoolse educatie (VE) aanbiedt en die subsidie aanvraagt voor het kalenderjaar; 13. Forfaitaire bijdrage Een bijdrage ter hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders vooraf vastgesteld bedrag; 14. Uurprijs De prijs die volgens de subsidieaanvraag aan ouders en in rekening wordt gebracht voor een uur peuteropvang en aan de gemeente voor voorschoolse educatie. HOOFDSTUK II de subsidieverlening Artikel 2 Subsidiabele activiteiten 1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken aan een instelling voor een peuterplaats peuteropvang. 2. Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken aan een instelling voor een peuterplaats voorschoolse educatie. Artikel 3 Bijzondere bepalingen en verplichtingen 1. Elke voorziening waarvoor subsidie peuteropvang wordt aangevraagd is als kinderdagverblijf opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang in de zin van Wet kinderopvang 2. De aanvrager van een subsidie voor peuterplaatsen peuteropvang: a. beschikt over een hbo geschoolde pedagogisch beleidsmedewerker (ingangsdatum wettelijke plicht: 1 januari 2022); b. beschrijft in het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, op zo concreet en toetsbaar mogelijke wijze: i.de voor het kindercentrum kenmerkende visie op de voorschoolse educatie en de wijze waarop deze visie is te herkennen in het aanbod van activiteiten; ii. de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling; iii. de wijze waarop de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd en vastgelegd en de wijze waarop het aanbod van voorschoolse educatie hierop wordt afgestemd; iv. de wijze waarop de ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen; v. het inrichten van een passende ruimte waarin voorschoolse educatie wordt verzorgden het beschikbaar stellen van passend materiaal voor voorschoolse educatie, en vi.de wijze waarop wordt vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie; vii. de wijze waarop wordt vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting met primair onderwijs, waarbij het overdrachtsformulier en een warme overdracht meegenomen worden. c. de houder geeft uitvoering aan het pedagogisch beleidsplan wat de onderwerpen van het eerste lid betreft, evalueert de uitvoering jaarlijks, en stelt het plan zo nodig aan de hand hiervan bij. d. voor de peuteropvang wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. e. de aanwezigheid van een vaste begeleider voor doelgroep peuters VE die de ontwikkeling volgt en contacten met ouders en externen onderhoud. f. het scholingsplan waarin is opgenomen aan welke activiteiten welke pmw’ers deelnemen. g. structurele samenwerking met: i. de jeugdverpleegkundige en de jeugdarts van de Jeugdgezondheidszorg over doelgroep peuters VE en zorgkinderen; ii. lokale partners in het lokale overleg (eventueel via vertegenwoordiging). 3. De aanvrager van een subsidie voor voorschoolse educatie voldoet aan de kwaliteitseisen van: a. de Wet kinderopvang; b. het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, vastgesteld op 7 juli 2010 en zoals nadien gewijzigd; 4. Een aanbod peuteropvang wordt uitgevoerd gedurende 1 of 2 dagdelen van 2,5 uur per dagdeel op twee verschillende dagen per week gedurende 40 weken per jaar. 5. Een aanbod voorschoolse educatie wordt uitgevoerd gericht op de doelgroep peuters VE van tenminste 960 uur verdeeld over 1,5 jaar met een maximum van48 weken per jaar en 6 uur per dag. 6. De aanvrager van een subsidie peuteropvang of voorschoolse educatie in de peuteropvang factureert en int de ouderbijdrage zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en is verantwoordelijk voor het daadwerkelijk ontvangen van deze bijdrage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel