Naar hoofdinhoud
Het College zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of de inpassing in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn werkplek adequaat door de werkgever wordt verzorgd (artikel 7, eerste lid, Wsw). In verband hiermee kan een gemeente eisen stellen aan de werkgever (lid 2) en de door hem aangeboden werkplek. In artikel 7, tiende lid, Wsw dient de gemeenteraad in zijn verordening de voorwaarden te regelen waaronder het College een begeleidingsorganisatie inschakelt die door de SW-geïndiceerde is aangewezen (lid 3). Er wordt zoveel mogelijk geprobeerd aan te sluiten bij de wijze waarop zij op dit moment begeleid werken organiseert. En is bewust niet gekozen voor het formuleren van te stringente eisen aan de begeleidingsorganisatie, daar dat zich niet verenigt met het, in beginsel, vrije keuzerecht van een SW-geïndiceerde voor een dergelijke organisatie Het vrije keuzerecht is in de eerste 6 maanden beperkt tot Dethon. De wet biedt deze ruimte. Er is hiervoor gekozen om de kwaliteit van de begeleiding te waarborgen. Het meest voor de hand liggende is dan om de SW-geïndiceerde in zijn vertrouwde werkomgeving kan blijven werken. De klant heeft de keuze uit twee of meer organisaties (lid 4 onder b). Als Dethon (als begeleidingsorganisatie) zelf op zoek is gegaan naar een begeleid werkenplek en/of de SW-geïndiceerde van mening is dat onvoldoende resultaat is geboekt dan kan de SW-geïndiceerde het College verzoeken om een door hem aangewezen begeleidingsorganisatie in te schakelen. Het kan zich dus voordoen dat een SW-geïndiceerde ook gedurende de eerste 6 maanden zèlf een werkgever en een andere geschikte begeleidingsorganisatie kiest (lid 4 onder c). Lid 5 maakt het mogelijk om nadere regels te stellen als het College van mening is deze regels te verruimen of te beperken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel