Naar hoofdinhoud
De vergoedingen aan begeleidingsorganisaties vinden op basis van een overeenkomst plaats (lid 1) en zijn in feite de uitkomsten van onderhandelingen hierover. Omdat de behoefte aan begeleiding van een SW-geïndiceerde op de werkplek van geval tot geval kan verschillen, en mede afhankelijk is van de aard van de handicap, zal in de praktijk de beoordeling van de omvang van de begeleiding gebaseerd moeten zijn op maatwerk. In het tweede lid is het principe no cure, no pay geregeld. De vergoeding voor het zoeken naar een werkplek wordt pas gehonoreerd als dit ook daadwerkelijk leidt tot een arbeidsovereenkomst. Het stelsel van de PGB gaat uit van de veronderstelling dat een SW-geïndiceerde zelf met een werkgever aankomt. In de praktijk komt het echter voor dat de begeleidingsorganisatie, c.q. het reïntegratiebedrijf, eerst een werkplek moet gaan zoeken, omdat die op voorhand niet beschikbaar is. Art. 7 lid 4 van de wet geeft dit ook aan. Lukt het zoeken van een werkplek niet, of niet tijdig, en er zou toch voor die dienst moeten worden betaald, dan is dat vanuit financieel oogpunt ongewenst. Lid 3 maakt het mogelijk hierover nadere regels te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel