Deze beleidsregels zijn van toepassing op de volgende gemeentelijke inzet op het vlak van de naleving van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving, te weten:
afhandelen van aanvragen tot exploitatie en wijzigingsverzoeken voor kinderopvang;
toezicht houden op de kwaliteit van de kinderopvang;
handhaven naar aanleiding van het niet naleven van voorschriften van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving;
en eventuele preventieve activiteiten.
Onder kinderopvang wordt hierbij verstaan, het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (artikel 1.1 lid 1 Wko).
Er zijn verschillende soorten kinderopvang:
kinderdagverblijven;
buitenschoolse opvang;
gastouderopvang (geregistreerd bij een gastouderbureau).
Daarnaast vallen ook gastouderbureaus, die zelf geen opvang bieden maar gastouderopvang tot stand brengen en begeleiden, onder het gehele proces van toezicht en handhaving kinderopvang zoals opgenomen in deze beleidsregels.
In artikel 1.61 van de Wko is bepaald dat het college van B & W de bevoegdheid tot toezicht en handhaving kinderopvang gekregen heeft door middel van attributie. Via mandaat of delegatie kan het bestuursorgaan zijn bevoegdheid aan een ander overdragen. Bevoegdheden zoals het nemen van besluiten over aanvragen, wijzigingen en handhaving zijn in de gemeente BORNE gemandateerd van het college naar de teamleider en vervolgens door-gemandateerd naar de beleidsmedewerker en beleidsondersteuner kinderopvang.
Via een aanwijzingsbesluit is de Directeur Publieke Gezondheid van de GGD Twente aangewezen als toezichthouder, zoals bedoeld in artikel 1.61, lid 2 van de Wet kinderopvang, en hij/zij is gemachtigd om medewerkers in dienst van de GGD Twente aan te wijzen als toezichthouder om
onder zijn verantwoordelijkheid en in zijn plaats als toezichthouder op te treden in de zin van de Wet kinderopvang.
Deze beleidsregels, inclusief het bijbehorende afwegingsmodel, zijn van toepassing op alle - zoals in deze paragraaf gedefinieerde - kinderopvang binnen de gemeente.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.2.