Naar hoofdinhoud
5.3.1Verhuizing van een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of voorziening voor gastouderopvang Wanneer een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of voorziening voor gastouderopvang verhuist, moet dit in behandeling worden genomen als zijnde een nieuwe aanvraag. Bij de gemeente wordt ingediend: Voor het nieuwe kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of voorziening voor gastouderopvang een aanvraag tot exploitatie (inschrijving). Dat betekent dat ook bij een verhuizing conform de werkwijze Streng aan de Poort wordt getoetst. Naleving van de kwaliteitseisen bij andere opvanglocaties of voorzieningen voor gastouderopvang en de handhavingshistorie van de houder wordt meegewogen. Voor het oude kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of voorziening voor gastouderopvang een wijzigingsverzoek tot intrekken toestemming exploitatie (uitschrijving). Hierbij moet de aanvrager op het wijzigingsformulier vermelden dat het een verhuizing betreft. Voor een wijziging is de beslistermijn voor de gemeente 8 weken. Bij een verhuizing worden leges in rekening gebracht, omdat de verhuizing wordt behandeld als een nieuwe aanvraag, met bijbehorend onderzoek. 5.3.2Verhuizing van een gastouderbureau Wanneer een gastouderbureau (GOB) verhuist, geldt een andere procedure. Wettelijk is vastgelegd dat een GOB geen nieuwe aanvraag tot exploitatie hoeft in te dienen wanneer het adres van een GOB wijzigt. Bij de gemeente wordt ingediend: Een wijzigingsverzoek tot wijziging van het vestigingsadres. Indien de verhuizing naar een andere gemeente is, moet het wijzigingsverzoek gestuurd worden naar de huidige gemeente van vestiging. Deze stuurt het verzoek door (na verwerking in het LRK), waarna de beoogde gemeente van vestiging een besluit zal nemen over het verzoek. Die gemeente kan de GGD vragen advies uit te brengen over het verzoek alvorens dat besluit te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel