1. Initiatieven kunnen worden gerealiseerd in de openbare ruimte, de private ruimte en op daken (mits die constructief geschikt zijn om te vergroenen). Ook een combinatie van deze locaties is mogelijk.
2. Een initiatief vindt plaats in de bestaande stad waarbij de uit te voeren klimaatadaptieve maatregelen inspelen op het verbeteren van de gegeven stedelijke situatie. De initiatiefnemers moet derhalve overtuigend kunnen aantonen dat hun maatregelen een noodzakelijke klimaatadaptieve verbetering zijn van de bestaande situatie.
3. Initiatiefnemers moeten overtuigend kunnen aantonen dat zij het beheer en onderhoud van de resultaten (van de maatregelen van het initiatief klimaatadaptatie) kunnen borgen voor ten minste vijf jaar.
4. Een initiatief moet, indien relevant, aantoonbaar worden gedragen door de belangrijkste stakeholders.
5. Een initiatief klimaatadaptatie moet aantoonbaar bijdragen aan het verbeteren van de lokale gevoelstemperatuur (het lokale stadsklimaat) en/of het verminderen van wateroverlast en/of droogte, dat kan door middel van bijvoorbeeld (niet limitatief, voor meer voorbeelden verwijzen wij naar bijlage 1):
a. het vergroenen van reeds bestaande versteende terreinen waarbij ten minste een oppervlak van 10 m2 of meer moet worden vergroend bij woningen en bij kantoren, bedrijfsgebouwen en bouwwerken ten minste 25 m2 oppervlak moet worden vergroend, dat kan ook om de som van meerdere locaties gaan en mag ook gaan om een samenwerkingsverband van meerdere bewoners, vastgoedeigenaren, ondernemers en/of gebruikers (woningen, winkels en/of bedrijfsgebouwen);
b. het aanbrengen van zogenoemd verticaal groen of gevelgroen aan de gevels van gebouwen en bouwwerken waarbij bij woningen ten minste 10 m2 of meer aan verticaal groen moet worden toegevoegd en bij bedrijfskantoren en bouwwerken ten minste 25 m2 aan verticaal groen moet worden toegevoegd, dat kan ook om de som van meerdere locaties gaan en mag ook gaan om een samenwerkingsverband van meerdere bewoners, vastgoedeigenaren, ondernemers en/of gebruikers (woningen, winkels en/of bedrijfsgebouwen);
c. het aanleggen van groene daken waarbij bij ten minste vijf woningen zijn betrokken of een dakoppervlak van 10 m2 of meer van het dak wordt voorzien van groen;
d. het aanleggen van groene daken op kantoren, bedrijfsgebouwen en bouwwerken waarbij 25 m2 of meer van het dak wordt voorzien van groen;
e. het realiseren van één of meer plekken waar water kan worden opgevangen en vertraagd kan worden afgevoerd dan wel kan infiltreren in de ondergrond;
f. het realiseren van één of meer plekken waar water in een of andere vorm kan worden opgeslagen als buffer voor droge perioden;
g. het afkoppelen van daken en andere oppervlakken van de lozing van neerslagwater op het vuilwaterriool;
h. verschillende combinaties van de bovengenoemde ingrepen;
i. innovatieve maatregelen die naar verwachting op een andere wijze dan bovengenoemd bijdragen aan het verbeteren van de lokale gevoelstemperatuur (het lokale stadsklimaat) en/of het verminderen van wateroverlast en/of droogte