Objecten die kunnen worden beïnvloed door de tracering en aanleg van leidingen dienen vooraf door de aanvrager te worden geïdentificeerd. Objecten kunnen onder meer zijn: bestaande wegen, spoorwegen, waterlopen, voetpaden, kademuren, viaducten, tunnels, naastliggende leidingen, bomen en gebouwen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.7
Ligging nabij andere objecten
Onderdeel van Beleidsregel Uitvoeringsvoorschriften ondergrondse infrastructuur gemeente Rheden 2014