Voor aanleg van handholes c.q. ondergrondse lasmoffen, gelijktijdig met de aanleg van de bijbehorende leidingtracés, dient in de aanvraag iedere handhole c.q. ondergrondse lasmof specifiek genoemd te worden. De locatie van de handhole c.q. ondergrondse lasmof dient middels een detailschets apart aangegeven te zijn. De handhole c.q. ondergrondse lasmof wordt in het te verlenen instemmingbesluit specifiek benoemd.
Voor aanleg van handholes c.q. ondergrondse lasmoffen in bestaande tracés dient afzonderlijk instemming verkregen te worden. Dit verzoek dient eveneens voorzien te zijn van een detailschets van de geplande locatie.
De aanvraag moet vergezeld gaan van documentatie van het type toe te passen handhole(s) c.q. ondergrondse lasmof(fen). Tevens moet zijn bijgevoegd een schets met topografie 1: 500 van de gewenste handhole locatie(s).
Tijdens de uitvoering kan alsnog de instemming voor de aangevraagde locatie worden ingetrokken als blijkt dat plaatsing tot onoverkomelijke problemen voor de gemeente Rheden of derden leidt. De vergunninghouder zal in die gevallen samen met de wegbeheerder een alternatief moeten zoeken.
De exacte locatie van de handhole(s) c.q. ondergrondse lasmof(fen) moet te allen tijde in overleg met de wegbeheerder worden vastgesteld.
Nadat het gat ten behoeve van de handhole c.q. ondergrondse lasmof is ontgraven dient de toezichthouder K&L in de gelegenheid te worden gesteld aanwezig te zijn bij de daadwerkelijke plaatsing van de handhole(s).
De handhole c.q. ondergrondse lasmof dient op eerste aanzegging van de gemeente Rheden voor rekening van de vergunninghouder te worden verplaatst of verwijderd ten behoeve van gemeentelijke werken conform artikel 5.8 van de Telecommunicatiewet.
De handhole(s) en/of de ingaande en uitgaande buizen mogen geen hinder veroorzaken voor de bereikbaarheid van ondergrondse infrastructuur en bijbehorende onderdelen van de infrastructuur van derden en de gemeente Rheden. De vergunninghouder is hiervoor te allen tijde verantwoordelijk.
Handholes c.q. ondergrondse lasmoffen mogen niet in doorgaande tracés worden geplaatst.
Afgaande en inkomende buizen en kabels moeten onder de eventueel aanwezige kabels en/of leidingen van derden worden gelegd. De in- en uitgaande buizen van de handhole dienen onderlangs het tracé uitgebogen te worden naar de handhole toe. Verweving van het kabel- c.q. buizenstelsel dient zoveel mogelijk te worden voorkomen.
Handholes c.q. ondergrondse lasmoffen mogen niet geplaatst worden nabij (hoofd)rioleringen, (hoofd)leidingen en/of huis- en bedrijfsaansluitingen van de nuts-/telecombedrijven. Minimale afstand is 1,00 meter. Wanneer niet aan deze voorwaarden kan worden voldaan, dient vergunningaanvrager zelf contact op te nemen met de betreffende eigenaar van de aansluiting teneinde van hem schriftelijke toestemming te verkrijgen voor een belemmering van zijn rechten. Deze toestemming is onderdeel van de aanvraag voor een vergunning.
De handholes dienen zodanig aangebracht te worden dat het deksel van de handhole een minimale dekking heeft van 25 centimeter onder het maaiveld. Verder dient de handhole ingebed en afgedekt te worden met straatzand conform de standaardvoorwaarden RAW.
De maximale toegestane uitwendige breedte van de handhole is 70 centimeter. Indien deze niet toepasbaar is door ruimtegebrek, dient een andere locatie te worden bepaald of er dienen meerdere handholes van een kleiner formaat te worden toegepast. Bij handholes van afwijkend formaat dienen deze vooraf ter goedkeuring aan de wegbeheerder van de gemeente Rheden te worden voorgelegd.
Bij plaatsing in de rijweg of een onderdeel daarvan moet de handhole en het deksel van een dermate solide constructie (minimaal verkeersklasse D400 NEN-EN 124) zijn dat alle soorten wegverkeer over de plaats van de handhole kunnen rijden of erop staan zonder dat daardoor verzakkingen ontstaan in de rijweg als gevolg van bezwijken of verzakken van de handhole.
De handhole(s) c.q. ondergrondse lasmof(fen) blijft/blijven eigendom van de vergunninghouder. De vergunninghouder draagt zorg voor het beheer van de handhole c.q. ondergrondse lasmof, waaronder het op eerste aanzegging van de coördinator of toezichthouder K&L op de juiste hoogte stellen van de handhole.
De vergunninghouder blijft te allen tijde aansprakelijk voor alle schade en gevolgschade die mogelijkerwijs ontstaat door de aanwezigheid van de handhole c.q. ondergrondse lasmof.
De handholes c.q. ondergrondse lasmoffen mogen niet aangebracht worden in kabel- en leidingtracés, rijbanen, parkeerplaatsen, uitwegen, op kruisingen, ter plaatse van de aansluitlocatie van woningen en binnen een afstand van 3,00 meter vanaf bomen. Handholes c.q. ondergrondse lasmoffen dienen bij voorkeur geplaatst te worden in voetpaden, bermen of groenvoorzieningen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.9
Situering handholes
Onderdeel van Beleidsregel Uitvoeringsvoorschriften ondergrondse infrastructuur gemeente Rheden 2014