**1..** De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor detoepassing van deze regeling uitgeoefend door de voorzitter:
artikel 2:1, tweede lid;
artikel 6:17, voorzover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;
artikel 7:4, tweede lid voor wat betreft het ter inzage leggen van stukken;
artikel 7:6, vierde lid.
**2..** De bevoegdheden genoemd in het eerste lid en voorts de bevoegdheden genoemd in de artikelen 9, derde lid, 10 tot en met 13, 17 tot en met 19 en 20, eerste lid, worden uitgeoefend door de voorzitter van de kamer, niet zijnde de voorzitter van de commissie, voor zover het de werkzaamheden van diens kamer betreft.