In de gemeenten kan sprake zijn van diverse vreugde- en kampvuren:
Paasvuren, kerstboomverbrandingen en vreugdevuren: Bij het verbranden van snoeihout in het kader van paasvuren, kerstboomverbrandingen en andere vreugdevuren wordt over het algemeen meer dan 50 m3 snoeihout verbrand. Voor dergelijke verbrandingen, die voor het publiek toegankelijk zijn blijft de Algemene Plaatselijke Verordening met betrekking tot evenementen van kracht. Op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening zal voor dergelijke evenementen een evenementenvergunning aangevraagd moeten worden. Ook moet er een stookontheffing aangevraagd worden op grond van de Wet milieubeheer en de APV.
Kampvuren: Bij het verbranden van hout bij kampvuren is doorgaans geen sprake van het verbranden van een afvalstof aangezien de houder niet voornemens is om zich van een afvalstof te ontdoen. Voor zover het hout bij kampvuren geen afvalstof betreft is hiervoor geen ontheffing nodig van de Wet milieubeheer of van de APV.
Op dit moment wordt uitsluitend een ontheffing verleend voor paasvuren op één bepaalde dag in de periode na 19.00 uur. Daarbij gaat het om hoeveelheden van meer dan 50 m3 snoeihout. Gezien de hoeveelheid te verbranden materiaal en het aantal personen dat op de verbranding kan afkomen, is er een groter risico op brandoverslag en zijn extra veiligheidsmaatregelen noodzakelijk. Dit wordt vastgelegd in de voorschriften.
Verder moeten bij paasvuren en kampvuren de volgende afstanden minimaal in acht genomen worden (vanaf de contour van de brandstapel):
100 meter tot dichtstbijzijnde woning en gebouw;
30 meter tot een opstapeling van oogstproducten;
Meer dan 100 meter tot bos, natuur- en heideterreinen;
Meer dan 10 meter tot openbare wegen, bomen, hagen, watergangen, sloten of struikgewas.