Om de veiligheid van de persoon te waarborgen moet degene die de ondersteuning levert, beschikken over een VOG. Indien de zorg wordt geleverd door een persoon uit het sociale netwerk, dan kan ervoor worden gekozen om geen VOG te eisen. Bij directe familie (eerste en tweede graad) zal dit eerder het geval zijn dan bij personen die verder van de persoon afstaan (denk aan kennissen) die de ondersteuning leveren. Een VOG dient te worden aangeleverd bij de aanvraag. Een VOG mag maximaal 6 maanden oud zijn op het moment dat de voorziening wordt aangevraagd. De kosten voor een VOG komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3