Naar hoofdinhoud
Om te bepalen of de persoon in aanmerking komt voor een autoaanpassing, wordt, naast de algemene criteria, rekening gehouden met de volgende aspecten: het gebruik van de eigen auto is nodig voor het zich verplaatsen binnen de leefomgeving en collectief lokaal vervoer is geen passende oplossing; de persoon of ouder/verzorger van een jeugdige waar de autoaanpassing voor bestemd is, is eigenaar en/of bestuurder van de auto; er is sprake van meerkosten ten opzichte van de periode voordat de beperkingen ontstonden; een autoaanpassing is de goedkoopst adequate oplossing; de te maken kosten van de autoaanpassing zijn in relatie tot de geldigheidsduur van het rijbewijs, de verwachte levensduur en technische staat van de auto nog verantwoord. een aantal autoaanpassingen zijn algemeen gebruikelijk, zoals stuurbekrachtiging, rembekrachtiging, automatische versnelling, een auto met hoge instap, een (verstelbare) autostoel met een goed zitcomfort en/of zithouding. Van de persoon wordt verwacht dat hij bij de aanschaf van een auto rekening heeft gehouden met de op dat moment aanwezige beperkingen en daarbij voldoende aandacht heeft besteed aan de genoemde algemeen gebruikelijke mogelijkheden. de afstand van het vervoer. De gemeente heeft een compensatieplicht voor een afstand conform het lokaal collectief vervoer (20 km vanaf de woning). Indien de persoon als gevolg van zijn beperkingen pas klachten krijgt na het rijden van langere afstanden wordt hiervoor geen voorziening verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel