De eigenaar van de woning, die een pgb heeft ontvangen voor een woningaanpassing van minimaal €12.000 en die binnen een periode van tien jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning in eigendom overdraagt, is gehouden om binnen een week na het passeren van de akte de gemeente hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De meerwaarde die door het treffen van de voorziening is ontstaan dient te worden teruggestort (anti- speculatiebeding). De meerwaarde wordt bepaald op het moment van toekenning van de voorziening.
Deze meerwaarde kan door de bouwkundige worden vastgesteld en moet in de beschikking worden opgenomen. Ingeval van twijfel kan voor de bepaling van de meerwaarde ook een taxateur worden ingeschakeld. In geval de woningaanpassing wordt toegekend ten behoeve van een huurder wordt ook het anti-speculatiebeding aan de verhuurder opgelegd. Immers, indien er sprake is van een (particuliere) verhuurder kan ook hij, bij verkoop van de woning, profijt hebben van de meerwaarde.
Het terug te storten bedrag wordt berekend aan de hand van onderstaand schema:
bij verkoop in het eerste jaar na gereedmelding 100 % van de meerwaarde;
bij verkoop in het tweede jaar na gereedmelding 90 % van de meerwaarde;
bij verkoop in het derde jaar na gereedmelding 80 % van de meerwaarde;
bij verkoop in het vierde jaar na gereedmelding 70 % van de meerwaarde;
bij verkoop in het vijfde jaar na gereedmelding 60 % van de meerwaarde;
bij verkoop in het zesde jaar na gereedmelding 50 % van de meerwaarde;
bij verkoop in het zevende jaar na gereedmelding 40 % van de meerwaarde;
bij verkoop in het achtste jaar na gereedmelding 30 % van de meerwaarde;
bij verkoop in het negende jaar na gereedmelding 20 % van de meerwaarde;
bij verkoop in het tiende jaar na gereedmelding 10 % van de meerwaarde.
7.4 Verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding:
Hoofdstuk 7
Artikel 7.3.4