De jeugdige en/of zijn ouder(s) kunnen melding doen van een hulpvraag. Ook iemand anders, bijvoorbeeld school, pleegouder of een al eerder betrokken hulpverlener, kan namens de jeugdige en/of zijn ouder(s) een melding doen. Indien door iemand anders de melding wordt gedaan, wordt aan de melder de vraag gesteld of de jeugdige en/of zijn ouder(s) op de hoogte zijn van de melding. Een melding kan alleen met instemming van de jeugdige en/of zijn ouder(s) worden aangenomen..
De melding wordt schriftelijk bevestigd aan de jeugdige en/of zijn ouder(s). De dag na ontvangst van de melding begint de onderzoekstermijn van zes weken te lopen. Binnen deze zes weken dient het onderzoek te zijn afgerond.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1.1