**1..** Uitvoering van de Bibob-toets kan plaatsvinden bij aanvragen voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a/b/c van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) indien een of meer van de volgende criteria op de aanvraag van toepassing is:
de aanvraag heeft betrekking op een bouwsom hoger dan € 500.000,- (excl. btw). De bouwsom wordt door de gemeente berekend;
de aanvraag heeft betrekking op een bouwwerk ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten, de bouwsom bedraagt meer dan € 250.000 (excl. btw);
aanvraag heeft betrekking op branches/gebieden, waarbij ernstig gevaar van ongewilde facilitering van ondermijnende criminaliteit kan bestaan zoals:
transport/personenvervoer;
opslag /vervoer meststoffen;
verhuur/reparatie van motorvoertuigen;
groothandel en detailhandel;
vastgoedtransacties overheid;
juridische en professionele activiteiten;
bancaire en financiële activiteiten;
cosmetische activiteiten (kappers, schoonheidssalons, massagesalons, nagelstudio’s)
zorgsector (zorgaanbieders);
IT en andere diensten;
reparatie en handel in voertuigen;
energiesector (zoals zonneparken, windparken);
afvalopslag, verwerking en recycling;
ontheffingen Opiumwet (zoals wietexperiment);
speelautomatenhallen en gamecenters;
woonwagenterreinen, woonschepenhavens, recreatieterreinen.
**2..** In geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a/b/c van de Wabo zal een Bibob-toets worden uitgevoerd op grond van:
ambtelijke informatie, en/of
informatie verkregen van het Bureau Bibob, en/of
informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of
vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip), en/of
aanwijzingen die het vermoeden rechtvaardigen dat sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.
**3..** Het bestuursorgaan zal tevens een Bibob-toets uitvoeren indien blijkt, dat ten aanzien van de betrokkene bij een beschikking elders in het land in de achterliggende periode van twee jaar een ernstig gevaar is vastgesteld.
Artikel 3