**1..** De rechtspersoon met een overheidstaak kan de wet in beginsel toepassen met betrekking tot vastgoedtransacties zoals bedoeld in artikel 1 onder e, waarbij de gemeente partij is. Bij de start van onderhandelingen daartoe, zal de rechtspersoon met een overheidstaak de wederpartij ervan in kennis stellen dat een Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure. In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst.
**2..** De Bibob-toets wordt in beginsel beperkt tot de gevallen, die een of meerdere van onderstaande kenmerken hebben:
hoge mate van financiële complexiteit;
behorend tot een als zodanig door het college van burgemeester en wethouders benoemde risicobranche;
behorend tot een als zodanig door het college van burgemeester en wethouders benoemd risicogebied;
hoge mate van complexiteit met betrekking tot de bedrijfsstructuur;
exceptioneel financieel en of bestuurlijk risico voor de gemeente.
**3..** Het besluit tot uitvoering van het Bibob-onderzoek kan daarnaast ook gebaseerd zijn op:
ambtelijke informatie, en/of
informatie verkregen van het Bureau Bibob, en/of
informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of
vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip),
aanwijzingen die het vermoeden rechtvaardigen dat sprake is van ‘ernstig gevaar’ als bedoeld in artikel 3 van de wet.
**4..** Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen.
Artikel 5