Naar hoofdinhoud
De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 3 is gelijk aan het bedrag van de over het jaar 2020 door de aanvrager betaalde onroerendezaakbelastingen voor de betreffende sportaccommodatie, dan wel het gebouw waarin het betreffende dorpshuis is gevestigd, exclusief eventueel bijkomende (invorderings)kosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel