**1..** De vergunninghouder dient:
ervoor te zorgen dat zijn standplaats en de zich daarop bevindende verkoopinrichting steeds een goed verzorgd aanzien biedt;
tijdens de markt, zelf zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke in te zamelen;
voordat hij het marktterrein verlaat, zijn standplaats en onmiddellijke omgeving daarvan, schoon op te leveren en zelf voor de afvoer van zijn marktafval zorg te dragen.
**2..** Een vergunninghouder die handel drijft in producten en of artikelen waaruit zou kunnen voortvloeien dat de ondergrond en omgeving van zijn standplaats vervuild raakt, dient hiervoor maatregelen te treffen om dit te voorkomen. De te treffen maatregelen dienen ter goedkeuring van de marktmeester, en zo nodig op aanwijzingen, te geschieden.
**3..** Indien de vergunninghouder de standplaats niet schoon achterlaat zal hij door de marktmeester hem hierop schriftelijk worden gewezen. Gebeurt dit nogmaals dan zullen de schoonmaakkosten hiervoor aan de vergunninghouder worden doorberekend.
Hoofdstuk 3.
Artikel 20.