Op grond van de voorgaande overwegingen gelden ten aanzien van bewoonde en niet-bewoonde panden de volgende uitgangspunten ten aanzien van het gebruik van de bevoegdheid op grond artikel 13b Opiumwet.
Als het gaat om de verkoop, aflevering of verstrekking of het daartoe aanwezig hebben van softdrugs in/vanuit een woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven:
handel in softdrugs t/m 250 gram: bij een handelshoeveelheid tot en met 250 gram wordt een sanctie opgelegd die varieert van een waarschuwing tot een sluiting voor een duur van maximaal 3 maanden.
handel in softdrugs van 250 t/m 500 gram: bij een handelshoeveelheid van 250 gram tot en met 500 gram wordt een sanctie opgelegd die varieert van een waarschuwing tot een sluiting voor een duur van maximaal 6 maanden.
handel in softdrugs van 500 t/m 750 gram: bij een handelshoeveelheid van 500 gram tot en met 750 gram wordt een sanctie opgelegd die varieert van een waarschuwing tot een sluiting voor een duur van maximaal 9 maanden.
handel in softdrugs meer dan 750 gram: bij een handelshoeveelheid van meer dan 750 gram wordt een sanctie opgelegd die varieert van een waarschuwing tot een sluiting voor een duur van maximaal 12 maanden.
2e constatering handel in softdrugs binnen 5 jaren na 1e constatering: ongeacht de bij de 1e en 2e constatering aangetroffen handelshoeveelheid softdrugs wordt een sanctie opgelegd die varieert van een waarschuwing tot een sluiting voor een duur maximaal 24 maanden;
3e constatering handel in softdrugs binnen 5 jaren na 2e constatering: ongeacht de bij de 1e, 2e en 3e constatering aangetroffen handelshoeveelheid softdrugs wordt een sanctie opgelegd die varieert van een waarschuwing tot een sluiting voor een duur van maximaal 36 maanden;
Als het gaat om de verkoop, aflevering of verstrekking of het daartoe aanwezig hebben van harddrugs in/vanuit een woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven:
handel in harddrugs t/m 10 gram: bij een handelshoeveelheid tot en met 10 gram wordt een sanctie opgelegd die varieert van een waarschuwing tot een sluiting voor een duur van maximaal 3 maanden.
handel in harddrugs van 10 t/m 20 gram: bij een handelshoeveelheid van 10 gram tot en met 20 gram wordt een sanctie opgelegd die varieert van een waarschuwing tot een sluiting voor een duur van maximaal 6 maanden.
handel in harddrugs van meer dan 20 gram: bij een handelshoeveelheid van meer dan 20 gram wordt een sanctie opgelegd die varieert van een waarschuwing tot een sluiting voor een duur van maximaal 12 maanden.
2e constatering handel in harddrugs binnen 5 jaren na de 1e constatering: ongeacht de bij de 1e en 2e constatering aangetroffen handelshoeveelheid harddrugs wordt een sanctie opgelegd die varieert van een waarschuwing tot een sluiting voor een duur van maximaal 24 maanden;
3e constatering handel in harddrugs binnen 5 jaren na de 2e constatering: ongeacht de bij de 1e, 2e en 3e constatering aangetroffen handelshoeveelheid harddrugs wordt een sanctie opgelegd die varieert van een waarschuwing tot een sluiting voor een duur van maximaal 36 maanden;
Als het gaat om de aanwezigheid van een voorwerp of stof ten behoeve van voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van artikel 10a en 11a Opiumwet:
In de situatie dat er geen drugs in woningen en/of lokalen en/of bij woningen behorende erven zijn aangetroffen, maar wel sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen is het uitgangspunt dat er maatwerk wordt geleverd passend bij de ernst van de situatie. Er wordt rekening gehouden met de volgende indicatoren:
De aard en hoeveelheid van de aangetroffen stoffen of goederen, niet zijnde middelen als genoemd in lijst I en/of II bij de Opiumwet. Hierbij kan gedacht worden aan het voorhanden hebben van een chemische stof, bepaalde apparatuur en/of artikelen waarvan het, mede gezien de aard van de goederen, de aangetroffen hoeveelheid en/of de combinatie met andere goederen, aannemelijk is dat deze zijn bestemd voor het bereiden, bewerken of vervaardigen van drugs.
De mate waarin de overtreder weet of het ernstige vermoeden heeft dat de aangetroffen stoffen of goederen - niet zijnde middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II bij de Opiumwet – bestemd zijn tot het plegen van de in het vierde of vijfde lid van artikel 10 en/of de in het derde en vijfde lid van artikel 11 Opiumwet gestelde strafbare feiten.
De mate van beroeps- en/of bedrijfsmatigheid, als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet. In dit verband wordt aangesloten bij de Aanwijzing Opiumwet en de Richtlijn voor strafvordering Opiumwet, softdrugs, van het Openbaar Ministerie, waarin deze begrippen nader zijn ingevuld. Voor beroeps- of bedrijfsmatigheid is de mate van professionaliteit en het doel van de teelt van belang. In bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet is een lijst opgenomen met indicatoren aangaande de professionaliteit: als aan twee of meer punten van hoge professionaliteit op die lijst is voldaan, wordt, beroeps- of bedrijfsmatig handelen aangenomen. Ook indien er sprake is van het telen van hennep met geldelijk gewin als doel, wordt aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen.
Overige overwegingen
Als uitgangspunt geldt dat de maximumsanctie wordt opgelegd, ook bij het aantreffen van meerdere overtredingen (aantreffen van handel in softdrugs, harddrug en/of voorbereidingshandelingen). Naar het oordeel van de burgemeester kunnen bepaalde omstandigheden van het concrete geval aanleiding zijn tot het opleggen van een lichtere sanctie.
Constateringen die langer dan 5 jaren na de eerdere constatering(en) worden gedaan worden benaderd overeenkomstig 1e constateringen, hoewel die eerdere constatering(en) wel meegenomen kan worden in de afweging van de op te leggen maatregel binnen de categorie.
De burgemeester kan op basis van bepaalde feiten en/of omstandigheden in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bovenstaande maatregelen (art. 4:84 Awb). Afwijking van het beleid kan wenselijk zijn indien zich bijzondere feiten of omstandigheden voordoen. Bijzondere persoonlijke omstandigheden van betrokkene, zoals de mate van zelfredzaamheid, kunnen meegewogen worden. Er kan zich ook een situatie voordoen die door de burgemeester als dermate ernstig wordt ervaren dat er een procedurestap wordt overgeslagen of tot een sluiting voor een langere periode wordt overgegaan.