**1..** De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een
commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor
gemeenteklasse 9 vastgestelde maximum. .
**2..** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden
als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.
**3..** Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
commissie
als raadslid of wethouder;
uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een
functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
wordt gesubsidieerd;
als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
dient.
**4..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid ontvangt een lid van
de commissie bezwaarschriften een vergoeding die gelijk is aan het
bedrag, vermeld in table IV van het Rechtspositiebesluit raads en
commissieleden verhoogd met 100 %. De voorzitter van de commissie
bezwaarschriften ontvangt een vergoeding gelijk aan het bedrag,
vermeld in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en
commissieleden verhoogd met 150 %.
Hoofdstuk IV
Artikel 25
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006