Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Wijze van vergoeding aan houders van peuterscholen

Onderdeel van Verordening voorschoolse educatie, peuterplaatsen en kinderopvang SMI Hollands Kroon, Augustus 2020

1.. De aanbieder ontvangt een tegemoetkoming in de kosten. Uitgangspunt zijn de uurprijzen die worden vermeld in de Beleidsregels voorschoolse educatie, peuterplaatsen en kinderopvang SMI en die jaarlijks door het college worden vastgesteld (zie artikel 10 van deze verordening): De nu volgende tarieven zijn van 2020: Vve: € 11,39. De gemeente vergoedt de laatste 8 uur voor vve-kinderen aan de houders, ouders betalen daarvoor niet (doelgroep). Peuterplaatsen 2-2,5 jarigen: € 8,50 (regulier). De gemeente vergoedt het verschil tussen de uurprijs waarvoor ouders een eigen bijdrage betalen (inkomensafhankelijk, maximaal € 8,17) en de genoemde prijzen voor vve en peuterplaatsen (respectievelijk € 11,39- € 8,17 en € 8,50 -€ 8,17). De hoogte van deze vergoeding van de gemeente voor ouders zonder Kinderopvangtoeslag (KOT) varieert met hun gezamenlijk toetsingsinkomen. In onderstaande tabel staat een rekenvoorbeeld voor 2020 voor modale inkomens (een gezamenlijk toetsingsinkomen tussen de € 30.582 en € 42.082), conform tarieventabel VNG zoals vermeld in Beleidsregels voorschoolse educatie, peuterplaatsen en kinderopvang SMI augustus 2020. Maximaal aantal weken per jaar Aantal uur per week Bedrag per uur regulier Kinderopvangtoeslag (KOT) 40 8 0,33 doelgroep KOT 40 8 3,30 40 Laatste 8 uur 11,39 Bij een gezamenlijk toetsingsinkomen tussen de € 30.582 en € 42.082: regulier geen KOT 40 8 7,63 doelgroep geen KOT 40 8 10,52 40 Laatste 8 uur 11,39 Rekenvoorbeeld met tarieven voor 2020 2.. Het college verstrekt de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5 lid 1 aan de houder. 3.. De houder verstrekt een deel van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5 lid 1 aan de ouder(s)/verzorger(s) in de vorm van een korting op het uurtarief, dat in 2020 maximaal 8,17 betreft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel